Deze zomer fiets ik vaak naar oma. Ze woont slechts zeven kilometer verderop en ik ben er zo op mijn Gazelle. De route is hobbelig en niet altijd geasfalteerd, dus voel ik me net een reiziger aan mijn rechterhand liggen uitgestrekte akkers met tarwe, links slingert de Vecht, en verderop zie ik de toppen van de zonnebloemen. Soms moet ik over grindroutes, stukken zand waar ik lopend verder moet alsof ik op het strand ben, en een smal houten bruggetje oversteken zonder te plonzen in het water.
In de winter kan ik natuurlijk niet op de fiets naar oma. Dan rijden papa en ik erheen met zijn auto, totdat er eind december een flinke sneeuwstorm toeslaat. s Avonds wordt de bevroren grond bedekt met een prachtig laagje sneeuw, de volgende ochtend ligt het pak tot aan onze knieën. De hele dag zijn mijn ouders bezig met het sneeuwscheppen van de stoep naar het hek.
Ik ben helemaal betoverd door de glinsterende sneeuw, maar papa is gespannen.
Gisteren voelde oma zich niet lekker. Het slechte weer, haar bloeddruk ging omhoog en we hadden nog geen medicijnen voor haar gehaald. We schoven het steeds voor ons uit
Mama dringt erop aan dat papa en ik toch naar oma gaan om haar de pillen te brengen, maar de wegen zijn dichtgesneeuwd en de auto komt geen meter verder. In het dorp kunnen alleen de bewoners sneeuwruimen, maar wie doet dat als het alweer begint te sneeuwen?
Dus trekken papa en ik warme winterkleren aan, nemen een rugzak en slee mee voor het geval ik moe word en beginnen aan onze grote reis.
En dit is de mooiste tocht die ik ooit heb gemaakt! Samen trekken we door de witte wereld, spelen woordspelletjes, drinken zoete-kruidige thee uit de thermos en eten broodjes met rookvlees die mama zorgvuldig heeft klaargemaakt. We hebben allebei rode wangen, want de kou prikt flink.
We komen bij oma aan tegen de avond. Ze kijkt verbaasd als ze de deur opent; ze had ons echt niet verwacht en kan nauwelijks geloven dat we zon eind door de sneeuw hebben gelopen.
We zijn helemaal voor jou gekomen, zeg ik trots.
Oma is even blij met haar medicijnen als met ons gezelschap. Mama belt en we besluiten bij oma te blijven slapen, en de hele avond eten we appeltaart uit de oven en zitten we bij de kachel om onze koude voeten en handen te warmen. Ik kijk naar het oude plafond en denk: er zal nooit een winter zijn die mooier is dan deze.






