Dit is het kind van Ivo…
Deze gebeurtenis speelde zich onlangs af in een keurig appartement op de vierde verdieping van een flatgebouw in een typische Nederlandse buitenwijk. Daar woonde een nog actieve pensionado, een alleenstaande vrouw genaamd Gerda van Dijk.
Niets in Gerdas leven hintte op plotselinge verrassingen of buitenissige toestanden. De dagen kabbelden voort: pensioen, werk, koffiedates met vriendinnen, tripjes naar de kleinkinderen, en regelmatig boodschappen doen voor haar hoogbejaarde moeder die een paar straten verder in een seniorenflat bivakkeerde.
Ook deze zaterdag was zoals altijd. Gerda belde haar moeder om even naar de gezondheid te informeren, iets wat meer een formaliteit was geworden dan oprechte zorg. Pensioendagje; haar baantje bestond uit diensten als telefoniste in een privékliniek, één dag werken, drie vrij. Effe bijkletsen met patiënten en afspraken boeken. Nooit stress, altijd koffie binnen handbereik.
En vandaag? Tja, boodschappen doen voor moeders, verse maaltijd maken, naar haar toe sjokken een vast ritueel dat inmiddels wat zuchtjes en rollende ogen opriep bij Gerda. De afstand was kort, maar moeders vijfde etage zonder lift… dat hakte erin. En die klachten van haar moeder, och hemel! Altijd weer de verhalen over vage pijntjes hier en daar, ervaringen uitwisselen met buurvrouw Ans, of adviezen van allesweter Dr. Hausje van Dokters op TV. Gerdas eigen raad werd doorgaans meteen weggewuifd zij wist toch niks van moeders complexe medische situatie, ondanks veertig jaar werken als OK-assistente in het Antonius Ziekenhuis.
Nu eerst boodschappen. Ze had alvast een lege vuilniszak klaargezet in de gang en checkte in de spiegel haar kapsel. Voor een vrouw van in de zestig zag ze er nog aardig uit wat kraaienpootjes bij de ogen, verder niks aan de hand. Kort grijs haar, frappante oorbellen, wat zogenaamde karakterwangetjes. Nog even een streepje lipliner en een dotje lippenstift, dacht ze, toen onverwachts de bel ging.
De flat had een intercom, dus wie stond er nu weer voor de deur? Buurvrouw Gonnie misschien, die soms op de koffie kwam? Gerda, lippenstift in de hand, opende de voordeur. Daar stond een jonge vrouw met slordig opgestoken blond haar, een gestreept shirt, lange vest en jeans, rugzak erbij. Maar vooral: een baby, in een bruin dekentje, op haar arm.
Haar ogen stonden waterig, kaken aangespannen, diepe zucht toen schoof ze het baby-pakketje haastig Gerdas armen in met een kort: Dit is voor u! Vervolgens draaide ze zich razendsnel om en rende de trap af.
Verbouwereerd en met de lippenstift nog in de hand keek Gerda neer op het pasgeboren meisje. Hè?! Een kind! Toen ze opkeek, zag ze nog net hoe de jonge vrouw het portiek uit verdween en de deur beneden dik dichtklapte.
Gerda bleef in de hal staan met het kind, wachtend tot de vrouw terugkwam ze zou zich toch wel bedenken? Uiteindelijk, toen niemand terugkwam, liep Gerda langzaam het huis weer in. Vuilnis! O ja, dat moest nog mee naar beneden, dacht ze automatisch.
Naast het kindje stond er opeens ook een vreemde boodschappentas in haar gang. Had die vrouw die daar neergezet? O jee.
Baby van Ivo, had ze dat goed gehoord? Gerda liep met het meisje in haar armen naar de woonkamer en plofte op de bank. Wie was die Ivo? Gerda dacht aan haar eigen zoon, Mark. Getrouwd, twee kinderen, woonachtig in Groningen met een degelijke vrouw. Zelf woonde ze in Amersfoort, weduwe sinds vijf jaar. Dit klopte allemaal niet!
Het kind bewoog wat. Gerda legde haar even neer op de bank en bekeek haar goed: een mini-mensje in een beige boxpakje, niet ouder dan vier weken. Nou kom maar, uk, zei Gerda, terwijl ze lief over het bolletje streek, geen paniek, ik verzin wel wat. Het meisje sabbelde op een speentje in de vorm van een kikker en viel weer in slaap.
Voor antwoorden moest ze de boodschappentas checken. Twee babyflesjes, poedermelk, luiers en schattige babypakjes. Intussen bleef Gerda onzeker hopen: straks staat die moeder gewoon weer op de stoep en kan ik weer verder met mijn dag: vuilnis, supermarkt, moeder…
Ze werkte haar make-up af, tuurde naar buiten, geen spoor van de mysterieuze verschijning. Ondertussen begon de baby wat te jammeren. Wat moest ze doen? Voelde ze zich überhaupt bevoegd deze baby te verzorgen? Ze was bang iets verkeerd te doen, maar liet haar moedergevoel toch overwinnen. Pakje uit, nieuwe luier eronder, broekje weer aan.
Pas nu landde het besef: iemand heeft deze baby bij haar achtergelaten. En die Ivo wie was dat nou helemaal?
Ging haar zoon vroeger niet iets te vaak een frisse neus halen? Ach ja, jeugdige avonturen… Dat ze ooit bonje hadden gehad over zijn continue wisselende vriendinnetjes was lang geleden, voor zijn huwelijk nog. Maar nu? Haar Mark had een stabiel gezinsleven, net een nieuwe Tesla voor de deur, hypotheek net afgelost.
Gerda zuchtte. Nou ukkie, niet huilen, oma fix het wel! Ze was bedreven in pamperwissels en wiegde het kindje naar de keuken om een flesje klaar te maken.
Toen ging de telefoon. Moeder. Zeg, waarom nam je niet op? Gerda verzon iets vaags, waarna haar moeder tot de kern kwam: Breng je vandaag die lekkere Brabantse peren mee? Niet die van vorige week, maar die van de week dáárvoor! Gerda mompelde ja, ja, terwijl het meisje in haar armen zich verveelde.
Nadat ze ophing, las ze de fles-etiketten. Jeetje, dacht ze, moet ik nou de politie bellen? Wat, áls dit het kind van Mark was? Kortstondig schoot het door haar hoofd: schandaal, haar schoondochter Nathalie zou hem wat aandoen, de kinderen zouden door het lint gaan! Ze durfde er niet aan te denken.
De baby slurpte haar fles en kneep haar oogjes dicht van genoegen. Gerda vond het allemaal stiekem ook wel vertederend. Ze realiseerde zich dat ze babytjes had gemist het was toch aandoenlijk, dat warme lieve wicht in haar armen.
Toen de baby in slaap sukkelde, probeerde Gerda haar zoon te bellen. Geen verbinding. Mehh! Ze besloot te wachten, wellicht kwam die moeder gewoon terug. Of moest ze haar beste vriendin Mieke bellen? Ja.
Miek, je gelooft het nooit: ze hebben hier gewoon een baby achtergelaten! Mieke schoot niet in paniek, sprong in haar rol als onofficiële privédetective en beloofde die avond te komen helpen zoeken naar de mysterieuze Ivo.
De dag werd gevuld met babyverzorging: voedingsschemas googelen, luiers wisselen, een baby-massage en een lullaby. Zelfs haar moeizame moeder belde weer: Nou, loopt het vandaag een beetje? Gerda loog over haar enkel en beloofde later pruttelende soep te brengen.
s Avonds kwam Mieke, inspecteerde het babypakket grondig, en besloot meteen: de buurt afspeuren! Misschien woonde er een Ivo op één van de bovengelegen etages? En jawel, boven hen op zes woonde een Ivo, volgens het slaapkamerkastje.
We moeten direct aanbellen! vond Mieke. Gerda was sceptisch, maar hop, daar gingen ze zonder lift, met kind.
Boven op de zesde verdieping deed een kromme oma open. Ivo! riep ze zuur, Weer bezoek voor jou!. Uit de woonkamer kwam een kleine, baardige man sjokken.
Gaat dit over de tweedehands MacBook? vroeg hij een beetje versuft. Mieke legde uit: Nee, over een kind! We denken dat u per ongeluk een baby bij haar beneden heeft laten bezorgen…
De man keek alsof hij spoken zag. Eh, ik heb helemaal geen kinderen. Ik ben Ivo, maar ik werk vanuit huis als webdesigner, geen idee waar dit vandaan komt.
Toch hield Mieke vol: Bent u soms vergeten dat u in augustus een vriendin had? Ivo trok wit weg; Vrouw? Nee joh, ik zit in mn eentje tussen de podcastjes, niet tussen de vrouwen!
Na een gênant gesprek strompelden de dames weer naar beneden. Ivo bood nog wel hulp aan, Misschien kan ik online een zoekactie starten?, maar Gerda bedankte vriendelijk.
s Avonds probeerde Gerda haar zoon opnieuw, maar wederom geen bereik. Nathalie nam uiteindelijk op (Druk dagje, Mark is in de polder bij een bouwproject, geen verbinding. Bel je morgen!) en Gerda verzon weer een smoes voor haar eigen moeder: Enkel verstuikt, kan helaas niet langslopen
De nacht bracht Gerda ijsberend door. Als moeder is je nachtrust nooit meer hetzelfde, zelfs niet op je pensioengerechtigde leeftijd, al helemaal niet met een baby op de logeerbank.
De volgende ochtend maakte ze zich schrap voor het bezoek aan haar moeder. Ze knoopte een sjaal als babydraagdoek (verrassend handig!) en liep met het meisje naar de supermarkt. Eerlijk is eerlijk, stiekem voelde zon verse baby als gezelschap aan als een warm bad.
Moeder tuurde naar de baby: Wat is dit nou? Gerda deinsde niet terug. Och, Gonnie van boven vroeg haar even op te passen, ze zit bij de kapper. Moeder snoof, Zonder naam overnemen? Klinkt typisch des Gerdas. Waarop Gerda op de terugweg stiekem nadacht over een mooie Hollandse meisjesnaam voor de baby. Ze vond Femke wel wat hebben.
Bij thuiskomst ontving ze eindelijk een sms van Mark. Ze belde hem meteen. Mam, je bent niet goed! was zijn reactie na haar wanhopige uitleg, Bel gewoon de politie, dit slaat nergens op. Maar Gerda weifelde. De baby begon weer te huilen. Ach jongen, alles komt goed. Maak je niet druk.
Ze stelde haar beslissing uit, maar wist: het kind afgeven bij de politie zou kil voelen. Waar kwam het meisje terecht? In welk Nederlands kindertehuis zouden ze haar droppen? Ze kende de instellingen, haar ervaring als verpleegkundige werkte tegen haar.
Juist toen ze haar moed verzamelde om actie te ondernemen, klonk er een zenuwachtig gebonk op de deur. Voor de deur stond de radeloze jonge moeder van gisteren, doorweekt en verweesd, met rode wangen en verwilderd haar.
Met tegenzin liet Gerda haar binnen. Na een hoop gehuil en het wegwerken van een stuk Tonys Chocolonely, kwam het verhaal eruit. De jonge vrouw heette Bente, haar dochtertje Lisa. Ze was student verpleegkunde, in een beroerd Rotterdams studentenhuis gestrande Drentse dorpsdochter, het liefdeskind van een verloren zomerlief met ene Ivo. Ivo had van alles beloofd (mijn moeder helpt wel!), maar was na de geboorte spoorloos verdwenen richting een studie in Maastricht. Nummer onbereikbaar.
Bente had gehoopt haar kindje even bij de oma van Ivo te kunnen stallen, om tentamens te halen. Maar ze had zich in de portieken en bloknummers vergist en was bij de verkeerde vierde verdieping, huis twaalf uitgekomen bij Gerda dus. De paniek, de schaamte, de allesoverheersende wanhoop. Bente huilde weer. Ze wilde Lisa niet achterlaten, maar wist werkelijk niet meer wat te doen.
Gerda luisterde, schonk nog een mok thee in, legde haar hand op Bentes arm: Nou, meisje je blijft vannacht hier. Geen gezeur, gewoon even bijkomen. Bente protesteerde, Ik kan geen huur betalen, ik red me wel, waarop Gerda haar vriendelijk maar beslist negeerde.
Gerdas moeder, inmiddels vertrouwd met de baby in huis, vond Bente ineens een hele verstandige meid, met moderne inzichten! Dankzij Bentes verse kennis luisterde moeders beter naar haar dan ooit naar dochter Gerda had gedaan.
Bente haalde haar tentamens, en via Gerdas netwerken kon ze zelfs aan weekenddiensten op de huisartsenpost beginnen. Ivo van boven had nu eindelijk iemand die zijn bejaarde oma dagelijks injecties kwam geven en Bente kreeg een extra zakcentje. Eind goed, al goed: na de zomer verhuisde Bente, mét haar Lisa, netjes naar een bovenkamer bij Gerda, om zo haar vertrouwen, haar leven en haar scriptie stukje bij beetje stevig op Hollandse bodem te herschrijven.






