Die middag liep Lotte met haar kinderen door het Vondelpark in Amsterdam. Plots kwam er een jonge, beeldschone vrouw op haar af.
Goedemiddag. Ach, wat een prachtige kindjes hebt u! Ik zou zo graag kinderen willen
Wat jammer Heb je de liefde nog niet gevonden? vroeg Lotte vriendelijk.
Jawel, eigenlijk wel. Alleen hij is getrouwd. Maar hij zegt dat hij wil scheiden. Zal ik u eens een foto van hem laten zien?
Lotte pakte de telefoon aan en verstijfde.
Daar keek hij haar aan, lachend vanaf het scherm Haar eigen Daan.
Kom op, Lotte! Schiet op! We gaan naar de film! riep Daan van beneden, en Lotte rende naar hem toe, haar hart huppelend in haar borst.
Buren mopperden bij de portiek:
Helemaal doorgedraaid, dat meisje
Maar Lotte kon het niets schelen ze hield zielsveel van Daan.
Na het eindexamen waren ze onafscheidelijk. Niemand kon zich de een zonder de ander voorstellen. Ze waren jong, de wereld lag open, hun liefde onverwoestbaar.
Nog voor hun twintigste trouwden ze, in een klein zaaltje aan de Amstel, vol vrienden en familie die eigenlijk niets anders hadden verwacht.
Daan begon aan de studie rechten aan de Universiteit van Amsterdam. Lotte had ook willen studeren, maar haar zwangerschap doorkruiste de plannen. Alles was zwaar, alles was nieuw en Lotte was pas negentien.
Alle huishoudelijke taken bleven aan haar kleven, want Daan moest studeren en later werken. Hij ging deeltijd verder en vond een baantje in een advocatenkantoor. Hem moest de rust gegund worden, vond iedereen. Behalve Lotte maar die vond dat normaal. Ze gaf zichzelf op, liep dagen rond in dezelfde versleten korte broek en oude trui, met haar vergeten haar en afbrokkelende nagels. Ze at slecht, werd mager.
Lotte, wat is er met je? Je bent de mooiste vrouw van de wereld! probeerde Daan haar gerust te stellen, altijd verzorgd, opgewekt en succesvol. Nog even, als Mees groter is, heb je tijd zat!
Lotte knikte. Ze nam zich heilig voor alsnog te gaan studeren zodra Mees maar wat groter was
Maar het liep anders. Net toen Mees twee werd, bleek Lotte opnieuw zwanger. Ze wist niet of ze blij moest zijn of wanhopig.
Kijk nou toch, lieverd, dit is toch geweldig? Daan suste haar zorgen. Nu hebben we een zoon én een dochter! Geloof mij, alles komt goed!
Studeren schoof steeds verder weg.
De dagen raasden als in een mist voorbij. Na de geboorte van Noor volgden slapeloze nachten, luiers, kinderpapjes en eindeloze huishoudklussen. Tanden bij Mees, krampjes bij Noor, vloeren dweilen, overhemden strijken, koken, wassen, opruimen. Soms vroeg Lotte zich af: houdt dit ooit op?
Haar moeder probeerde te helpen waar ze kon. Ze zuchtte mee en zei, Tja meisje, twee jonge kinderen, het is zwaar
Toch had Lotte nergens troost in. Ze wilde hier maar aan ontsnappen, eventjes maar
De kinderen groeiden op. Noor werd ondernemend, Mees ging naar de voorschool. Eindelijk, eindelijk werd het wat lichter.
Op een dag durfde Lotte zelfs haar oude droom voorzichtig aan te kaarten: weer studeren. Daans reactie was koud en ongelooflijk:
Studeren? Hoe zie je dat voor je? Mees gaat bijna naar groep 3, Noor is nog zo klein. Heb je soms geld tekort? De kinderen kunnen niet zonder hun moeder. Vind je dat ik niet genoeg verdien? Volgens mij geef ik jullie alles meer dan genoeg.
Lotte sputterde tegen. Ze wilde ook graag een eigen beroep, misschien zelfs carrière. Ze was altijd goed geweest op school, studeren was een droom geweest.
Daan haalde zijn schouders op en lachte schamper: Ach, Lotte, carrière? Kom op. Je bent geen twintig meer. Blijf toch gewoon thuis
Dus deed Lotte dat. Ze bleef thuis. Het enige dat haar op de been hield, was dat het gezin rustiger werd. Ze kocht eens een nieuwe trui, liet haar haar knippen, deed haar nagels.
Zeg, is het je niet opgevallen, Daan? vroeg Lotte vragend, terwijl ze zich s avonds voor hem draaide.
Wat zou er moeten zijn? antwoordde hij, zijn blik nog altijd op zijn laptop.
Kijk dan, een nieuw truitje, net bij de Bijenkorf gekocht. Mooie coupe, net gemanicuurd. Laten we iets samen doen, zoals vroeger Misschien een filmpje? Of gewoon een wandeling in het park, zoals toen we nog verliefd waren?
Een wandeling? Een film? En wie past op de kinderen? Jij weet toch dat ik het druk heb op kantoor. We hebben geld nodig, Lotte. Oh, trouwens, volgende week ben ik drie weken op zakenreis in Brussel.
Weer een zakenreis? We zien je de hele tijd al nauwelijks
Tja, schat, geld groeit niet aan de bomen. Daan gaf haar vluchtig een kus, trok zich terug in de slaapkamer en sliep met zijn gezicht naar de muur.
Lotte bleef achter, schudde haar hoofd en zuchtte diep. Ze legde de kinderen te bed, staarde naar het slapende silhouet van Daan en voelde zich vreemder dan ooit. Ze sliepen al maanden rug aan rug.
Buiten had hun flat een mooie speeltuin, en iets verderop lag het grote park met bankjes en een vijvertje.
Daar bracht Lotte vaak tijd door met Mees en Noor. Terwijl de kinderen speelden, las zij een tijdschrift of een roman. Soms zag ze daar steeds diezelfde elegante, stijlvolle vrouw. Altijd keurig gekleed, modieus kapsel, hakken, alles perfect. Soms zat de vrouw op een bankje, dan weer wandelde ze in haar eentje over de paden.
Ze zagen elkaar zo vaak, dat een begroeting vanzelfsprekend werd.
Op een zonnige dag besloot de vrouw haar aan te spreken.
Goedemiddag, we komen elkaar hier zo vaak tegen, ik dacht: laat ik mij eindelijk eens voorstellen. De onbekende glimlachte vriendelijk. Zolang u dat geen bezwaar vindt!
Welnee, lachte Lotte, Gezellig zelfs. Ik ben Lotte, en dit zijn mijn kinderen, Mees en Noor.
Ik heet Maartje. Uw kinderen zijn schitterend, echt. Was het leven maar zo eerlijk dat ik die van mij kon krijgen, met mijn geliefde Maartje keek even treurig naar de lucht.
Wat is er, ben je nog niet iemand tegengekomen? vroeg Lotte bezorgd.
Zeker wel. Alleen hij is getrouwd. Maar hij zegt dat zijn vrouw verschrikkelijk is, dat hij wil scheiden. Ooit krijg ik een gezin ooit Ze zuchtte diep.
Dat zal zeker gebeuren Lotte knikte vriendelijk.
Mag ik een foto van hem laten zien? Hij is zó knap, echt waar. Heeft een prachtbaan, verdient goed, verwent me met cadeaus. We waren pas in Rome binnenkort gaan we naar Kreta. Kijk, hier zijn we in de eeuwige stad Maartje toonde trots haar telefoon.
Lotte pakte het toestel aan, en haar hart sloeg over. Daar stond Daan, haar Daan, lachend arm in arm met een vreemde vrouw op de trappen van de Trevifontein.
De wereld werd wazig. Ze gaf Maartje met trillende handen de telefoon terug, riep haar kinderen bij zich, de tranen brandend achter haar ogen.
Maartje week terug en verdween haast ongemerkt tussen de bomen van het park, wetend genoeg.
Hoe Lotte thuis kwam, wist ze niet meer. Mees en Noor keken stil toe hoe hun moeder haastig kleding en speelgoed in koffers propte.
Luister goed, Noor, Mees Lotte hurkte bij haar kleintjes. We gaan nu even bij oma logeren, goed?
Mama, en papa? Komt hij ook? vroeg Mees.
Natuurlijk, schatje. Hij komt later wel. Goed?
Ze bestelde een taxi. De chauffeur, een nuchtere Amsterdammer, hielp haar zwijgend met de koffers, terwijl hij af en toe verbaasd naar haar betraande gezicht en de kinderen keek.
Bij haar moeder aangekomen, stuurde Lotte de kinderen richting de televisie, zocht troost in het vertrouwde huis en liet alles los.
Mama snikte ze, Kun je het geloven? Terwijl ik thuis voor de kinderen zorg, zit hij zit hij met háár in Rome! In Griekenland! Hoe kan hij mij dit aandoen? Alles heb ik voor hem opgegeven studie, werk, dromen Echt, hoe kan hij zo zijn?! Lotte huilde tot de laatste traan.
Haar moeder sloeg een arm om haar heen. Lieverd, het leven gaat verder. Wat er ook gebeurt, ik help je. Misschien is dit een nieuw begin. Je bent nog zo jong. Je hebt Mees en Noor, dat is alles.
Later, toen Lotte haar tranen had gedroogd, belde ze Daan op. Ze vertelde alles, haar stem vastberaden en onbuigzaam. Ik wil scheiden, Daan.
Even bleef het stil aan de andere kant. Daan zuchtte, hoorde haar relaas, en zei toen droogjes:
Ach, je had het vroeg of laat toch wel geweten. Oké, scheiden dan. De flat staat op jouw naam, blijf daar maar wonen. Je hebt Maartje gezien wie ben jij? Huisvrouw zonder diploma. Zij is een godin. En ik, ik heb dromen.
Hij hing op. Lotte keek lang naar haar telefoon, alsof ze hoopte dat hij alsnog zou terugbellen zou zeggen dat het een misverstand was, dat hij spijt had.
Maar het bleef stil.
Ze moest alles achter zich laten. Moest opnieuw beginnen. Lotte wist niet eens waar. Hoe moest ze opstaan zonder hem aan haar zijde? Maar in haar hart wist ze: ze leefde allang zonder hem. Ze had het alleen nooit willen zienDe eerste ochtend zonder Daan kwam slopend langzaam op gang. Lotte stond op met rode ogen, maar haar schouders voelden vreemd licht. Ze bakte pannenkoeken, lachte als Mees zich met stroop besmeurde, legde uit aan Noor dat papa niet meer in het huis zou wonen. Het klonk verbazingwekkend kalm. Alsof het een feit was als de regen buitenjammer, onvermijdelijk, maar niet het einde van de wereld.
Die middag, toen haar moeder de kinderen meenam naar de dierentuin om hen op te vrolijken, liep Lotte alleen naar buitengewoon een ommetje, om te ademen. Ze voelde zich kwetsbaarder dan ooit, maar tegelijk groeide er iets in haar. Nieuwsgierigheid. Opluchting, misschien zelfs verwachting. Langs het water in het Vondelpark kwam ze stil te staan. Ze keek naar haar eigen spiegelbeeld in het troebele water: jonger dan ze zich voelde, ouder dan ze ooit had willen zijn, maar vooral vrij.
Op het bankje waar ze altijd zat, lag haar oude boek. Op de eerste bladzijde stond in vlotte meisjesletters haar naam geschreven, terug uit een onbezorgde tijd. Ze bladerde, las een paar regels en glimlachte. De woorden kwamen anders binnen vandaag: de heldin maakte haar eigen keuze, stapte iedere bladzijde het onbekende in. Plots begreep Lotteze mocht haar leven nu zelf opnieuw uitvinden. Misschien durfde ze dat zelfs.
Buren groetten haar, sommigen met medelijden, anderen ongemakkelijk, of juist opgewekt, als voelden ze haar opluchting aan. Eén buur, een vriendelijke vrouw met pezig grijs haar, klopte haar zachtjes op de schouder. Heb je plannen, Lotte?
Lotte dacht na. Studeren, denk ik. Nu echt. Voor mezelf, dit keer.
Ze schrok nog van haar eigen vastberadenheid. Maar het voelde goed, raar goed. En terwijl ze verderliep en het begin van de lente om haar heen greep, wist ze plots: de liefde die ze zichzelf en haar kinderen kon geven, was meer waard dan al het wachten op iemand die nooit zou komen opdagen. Ze koos voor zichzelf.
S avonds, toen ze Mees en Noor instopte, drukte ze een kus op hun voorhoofden. We redden het, fluisterde ze. Let maar op. We worden gelukkig. Op onze eigen manier.
Terwijl de stad langzaam tot rust kwam, dacht Lotte terug aan alles wat ze had opgegevenen glimlachte. Morgen zou ze zich inschrijven voor die studie, en misschien, heel misschien, durfde ze zelfs te dromen over een nieuw leven. Zelfgekozen, onverwacht, maar eindelijk helemaal van haar.
En voor het eerst in lange tijd viel Lotte in slaap zonder spijtmaar met een klein sprankje hoop in haar hart.






