Weet je, laatst hadden we hier zon situatie aan tafel, dat ik serieus bijna iemand over het balkon had gekieperd. Je moet je voorstellen: de zus van Sander die dus al drie weken bij ons logeert voor een paar dagen totdat de badkamer af is bemoeit zich met alles. Echt, ze doet alsof mijn huis haar hotel is.
Het begon alweer bij het avondeten. Alwéér kip? We hadden eergisteren ook kip. Niet te vreten zo droog, je kon er nét zo goed water bij doen. Mijn moeder stoof hem altijd in roomkaas, jíj zou dat ook eens moeten proberen. En dan zo met zon zware zucht haar bord opzijschuiven en demonstratief een stuk witbrood pakken met die nagels en ringen van dr, je kent het wel.
Ik stond echt op knappen, Roos. Ik stond daar bij het fornuis met een lepel in mijn hand, en ik voelde die irritatie gewoon omhoog borrelen. Saskia, zei ik, het is niet dezelfde kip. Toen was t een gebraden kippoot, nu is het kipfilet in een roomsaus. Zit gewoon saus bij, beneden in de schaal.
Nog steeds kip, bromde ze zonder me aan te kijken. Gierige bedoeling. Degene die wat te besteden heeft neemt gewoon runderbiefstuk of zalm tegenwoordig. Je spaart zeker op Sander zn gezondheid? Zo bleek als ie is.
Nou, Sander kroop zowat onder tafel van plaatsvervangende schaamte. Hij is altijd zo conflictmijdend als maar kan ik zag gewoon aan hem dat hij hoopte dat hij door de vloer zou zakken.
Doe nou niet, Sas, mompelde hij. Eten is prima. Marjolein heeft net gewerkt, die staat tóch weer te koken voor ons.
Ja, ja, ze doet haar best. Maar vroeger, toen ik nog voor Mike zorgde, stond er altijd verse soep, hoofgerecht, toetje. Geen kleffe macaroni, geen afwas tot het plafond, ging ze door.
Serieus, Roos, ik kneep de rand van het aanrecht zowat kapot. Saskia woont hier dus inmiddels al 3 volle weken. Eerst was het maar een paar dagen, want haar badkamer werd gerenoveerd in Utrecht. Maar inmiddels voelde het alsof zij de baas was over mijn huis, mijn woning die gewoon van mij is gekregen van mijn oma! Elk hoekje, elk gordijn heb ik zelf uitgezocht, alles met liefde ingericht en nu ligt haar troep overal, haar crèmepotjes in de douche, en ik voel me gewoon huurder in mn eigen huis.
Ik ging zitten en zei: Saskia, ik werk tot zeven, ben hoofd administratie uren maken, verantwoordelijkheid, weet je wel. Als het je niet bevalt, kook vooral lekker zelf hoor. Keuken werkt, koelkast vol.
Ze keek me aan alsof ik voorstelde om te gaan abseilen zonder touw. Ik? Koken? Moet ik mn zus nou onder de brug laten slapen? Ik zit midden in de verbouwing, stof overal, nergens te ademen nou mag ik niet eens uitrusten? Gekkigheid allemaal!
Nou, ik hield mijn mond en at wat van die kip, maar de sfeer was zó vies. Die avond lag Saskia languit op de bank naar een slechte soap te kijken met volume op tien, benen over mijn nieuwe salontafel, en ik probeerde een rapport in te tikken op bed met het geluid dwars door de deur heen.
Ik vroeg aan Sander, toen hij naar boven kwam: Hoe lang denk je nog? Maar hij bleef vaag: Ach schat, verbouwingen lopen altijd uit. Je gooit haar toch niet de straat op?
En dat is typisch Sander: lief, zacht, zn zus kan niks fout doen want ze heeft het zwaar sinds de scheiding. Ondertussen koopt ze niks, betaalt geen huur, zeurt over alles en eist dat ik haar dure shampoo haal want die van mij is te goedkoop voor haar haar.
En toen kwam vrijdag. Onze anniversary, zeven jaar samen niet een jubileum, maar persoonlijk belangrijk, weet je wel? Ik had speciaal vroeg vrij genomen, boodschappen gedaan, alles ingeslagen: biefstuk, zalm, taart, fruit. Ik was er zó klaar voor, ondanks dat ik wist dat de sfeer spannend zou worden.
Nou, kom ik thuis, ruik ik gewoon direct een walmpje rook en verbrand vet uit de keuken. In de gang staan n paar enorme afgetrapte schoenen maat 47 of zo.
Dus ik loop naar de keuken en daar zit Saskia aan mijn tafel met een of andere halve zwerver uit Almere die ze toevallig tegen het lijf was gelopen. Overal halflege glazen wodka, een geopend blikje haring, mijn speciaal bestelde taart dwars doormidden getrokken.
Oh, kijk es wie er is, de baas van het huis! roept Saskia lollig duidelijk al aangeschoten. Ken je Bob al? Oude bekende. Bob, dit is Marjolein, vrouw van mijn broer. Treurige kantoormuts maar kan aardig koken als je haar opjaagt.
Die Bob kijkt me aan, laat een rochelende lach horen, reikt zijn hand niet eens omhoog. Gezellig hoor. Zeg, had jij ook niet biefstuk in huis gehaald?
En op dat moment Roos, liet mijn spanning los. Niks geschreeuw, niks ruzie. Gewoon: klaar. Ik keek naar de resten taart, naar de voetafdrukken op de vloer, naar Saskias zelfvoldane grijns. Waar is Sander? vroeg ik rustig.
Die heeft een vergadering en komt te laat, wuifde ze weg. Dus kom maar op met dat vlees, wij lusten nog wel wat.
Ik stond op, keek ze allebei aan en zei: Ophoepelen. Nu.
Saskia verstikte zich bijna in haar wodka. Gekkie, je maakt een grap? Dit is óók mijn huis, nietwaar Bob? Dit is familie!”
“Niet jouw huis,” zei ik ijskoud. “Mijn huis. En Bob is hier niet welkom. En als jullie nu niet vertrekken, bel ik de politie. Haarlem is gauw ter plekke.
Bob zag dat ik het meende en stond sukkelig op. Laat maar joh, ik ga wel. Maar Saskia bleef doorrazen. Volgens mij denk jij dat je wat bent, Marjolein. Met je dure huis. Je hebt niet eens kinderen, ongelooflijk, zon lege troela…
En Roos, ik kreeg een klap in mijn gezicht zonder dat ze me raakte want alleen onze ouders en Sander weten dat wij in vruchtbaarheidsbehandeling zitten. Ik kon alleen mompelen: Weg wezen. Over vijf minuten wil ik je niet meer zien, en je meuk ook niet.
Nou, ze begon nog meer te schreeuwen, dreigde dat ze Sander op me zou afsturen, mij over de drempel zou sleuren desnoods. Maar ik heb haar koffer en jas gepakt, alles het portiek op geknikkerd en haar letterlijk de deur gewezen. Ze wilde niet eens haar sleutels geven. Ik gooi de sloten eruit en Sander komt er óók niet in, zei ik. Toen kwam die bos sleutels op de grond Zie maar! gilde ze. En ik, Roos, heb gewoon letterlijk de deur voor haar neus dichtgegooid.
Daar zat ik, bibberend op de gangvloer, eindelijk eens écht opgelucht tranen met tuiten, niet van verdriet maar van de spanning, snap je? Buiten nog wat gestamp tegen de deur en je gaat nog van me horen! geroep.
Ik heb de keuken opgeruimd, taart weggegooid, ramen open en alles geschrobd alsof ik mijn huis wilde zuiveren van haar energie. Uur later kwam Sander thuis. Hij snapte er niks van, maar ik legde het uit. Jouw zus heeft een dronken vent meegenomen, feest gevierd van onze spullen, mij uitgescholden voor lege vrouw. Ze gaat nooit meer over deze drempel, Sander. Nooit.
Het drong eindelijk tot hem door. Ze wist dat van… van ons? vroeg hij zachtjes. Ja, zei ik. Jij hebt het haar verteld. En nu gebruikt ze het tegen mij terwijl ik haar nota bene onderdak bied.
Je had gelijk, zei hij uiteindelijk. En ik zei: Je mag haar steunen, maar niet bij ons thuis. Kies. Hij koos voor mij. Ze zat bij de bushalte te bellen en te gillen tegen Sander, maar hij zei haar en ik hoorde het, omdat het zo hard ging dat ze rustig een hotel moest pakken, dat ie geld overmaakte, maar dat hij haar niet meer ophaalde.
En ja, er kwamen nog huiltelefoontjes van hun moeder, appjes van Saskia, zelfs gezeik over morele schadevergoeding. Maar Sander hield voet bij stuk. Hij betaalde rechtstreeks de loodgieter, niet aan haar handje, en verder zagen we haar alleen bij familiefeestjes.
Het mooiste kwam een paar maanden erna: ik deed een test en ja hoor, twee streepjes. Sander tilde me op en draaide me rond, we huilden en lachten tegelijk.
Sssst… nog even niet tegen Saskia zeggen, fluisterde ik. En hij: Nooit. Dit is helemaal van ons.
Snap je Roos, een huis moet je beschermen. Ook tegen familie met teveel bagage. Uiteindelijk telt je eigen geluk, en dat van de mensen die het waard zijn.





