Hoe vaak heb ik hem niet gezegd dat hij beter niet met haar kon trouwen. Vlak voor de bruiloft heb ik hem letterlijk gesmeekt om het niet te doen. Maar ja, luisteren? Nee hoor, hij was hartstikke verliefd. En nu zit hij mooi met de gebakken peren.
Een paar dagen geleden belde mijn zoon me op. Ik hoorde aan zijn stem meteen dat er iets niet pluis was. Moeders hoor je niets wijs te maken. Mijn zoon vroeg of ik langs wilde komen. Zijn vrouw, die dondersgoed wist dat hij ziek was, had haar koffers gepakt en was gezellig naar haar vriendinnen vertrokken. Geen kip in de buurt om thee te brengen of een simpel bakje soep te maken.
Sterker nog, ze nam zelfs de telefoon niet op. Het was al laat, maar ik sprong toch snel op mijn fiets richting zijn flat in Utrecht. Onderweg nog even gestopt bij de apotheek om wat medicijnen te halen. En intussen dacht ik aan die lieve schoondochter van mij. Laat je man met veertig graden koorts gewoon stikken en gaat zelf met de meiden aan de borrel. Ongelooflijk. Toen ik aankwam, schrok ik me rot; hij zag er niet uit, ik was bijna geneigd om 112 te bellen. Maar hij smeekte me om even te wachten.
Alles in huis was op: geen druppel hoestsiroop, geen paracetamol, zelfs geen broodkorst te bekennen. Het was maar goed dat ik medicijnen had meegebracht en een zakje mini krentenbollen voor de zekerheid. Ik moest me serieus inhouden om niet uit mijn slof te schieten. Wat een vrouw zeg! Haar man doodziek thuis, maar het enige wat er in de kast lag waren haar afslankpillen en een lege koelkast waar de echo van klonk als je hem opentrok. Heb ik snel een kopje thee gezet en ben daarna meteen de Albert Heijn in gerend. Zon jongen heeft bouillon nodig.
Pas na een paar uur uitrusten en een warme maaltijd werd hij wat levendiger, de koorts liep eindelijk wat terug. En wie kwam er om drie uur s nachts thuis? Juist, madame de huisvrouw, kletsend en stinkend naar de wijn. Nou, die heeft vast een gezellige avond gehad. Ze luisterde niet eens naar wat ik zei over die medicijnen, al had ik het in het Fries geroepen. Alleen omdat mijn zoon zo zwak was, heb ik geen scene geschopt, maar hij had er volgens mij ook tabak van. Sterker nog: volgens mij stond hij op het punt om haar een flinke preek te gevenDe volgende ochtend, toen ik de deur achter me dichttrok, keek hij me met glazige ogen aan. “Ma, bedankt dat je er was,” fluisterde hij, en dat klonk alsof hij eindelijk begreep wie er werkelijk om hem gaf. Ik drukte een kus op zijn haren en reed weg, met de zon voorzichtig aan de horizon. Terwijl ik naar huis fietste, voelde ik de wind in mijn gezicht als een belofte. Ik wist nu zeker: sommige liefdes gaan nooit over, zelfs als het leven je de gebakken peren serveert. En misschien, héél misschien, leert mijn zoon ooit ook voor zichzelf te kiezen. Tot die tijd blijf ik op de achtergrond, met thee, soep en open armen want sommige moeders laten hun kinderen nooit verzuipen, wat er ook gebeurt.






