Vorig jaar gebeurde er iets merkwaardigs. Het was alsof ik in een dromerige mist liep, waar alles vloeibaar en vreemd voelde. Mijn jeugdvriendin, Marijn van der Velde, belde me plotseling op. Haar stem klonk wazig door de telefoon, als door water. De smeekbede kwam: of ik de beste vrienden van haar beste vrienden, die op vakantie wilden aan de Noordzeekust, kon laten logeren in mijn huis in Egmond aan Zee. De wind floot buiten langs de dijk. Ik wilde eigenlijk nee zeggen, maar het voelde alsof ik niet mocht weigeren; zoals in dromen gebeurt, waar je stem verdwijnt.
Dus zei ik ja, maar ik waarschuwde Marijn meteen:
Het is midden in het vakantieseizoen. Ik kan hun geen gratis kamer geven; maar om geld vragen aan vrienden van vrienden voelt zo ongepast.
Marijns lach dwarrelde door de ether:
Maak je geen zorgen, ze betalen wel. Ze willen gewoon niet opgelicht worden, snap je? Zoals die types die geld innen en je dan s avonds het huis uit gooien, of je halverwege de zomer weren.
Achteraf voelde het alsof ik onbewust in een val liep. Wist ik veel dat deze Hollandse zomer me duur zou komen te staan.
Uit ongemak bood ik een stevige korting aan. Het werd een kamer voor de helft van de normale prijs. In mijn droom riep iemand van boven de wolken: Dat is een koopje!
En toen, plots, was het zover. Maar er kwamen geen families met gezellige kinderen, zoals beloofd. Alleen een pubermeisje, Fenna, verscheen onverwacht, met een jongen van een jaar of tien, Tim. Hun gezichten gleden in en uit de werkelijkheid, zoals in een schilderij van Escher. Ze pasten slecht in een driepersoonskamer; hun schaduwen bogen te breed.
De eerste avond probeerde ik Hollands te kokenspruitjes met rookworst, aardappelen zo zacht als donzen kussens. Na het eten leidde ik ze langs de kronkelige grachten van het dorp en wuifde hen welterusten, waarna ik verdween naar mijn avondcursus keramiek op de kunstacademie.
De volgende ochtend loste de droom niet op, maar werd grilliger:
De zoon van de gasten besproeide de televisie met een waterpistool, midden in het achtuurjournaal. In de kamer hing een geur van zeezout en brandende stroomdraden. De ouders stonden erbij als waxinelichtjes, passief flakkerend. Ze zeiden:
Sorry, dat betalen we wel.
De televisie bleef zwart, wachtend op reparatie die nooit kwam. Ik sleepte maar een andere oude tv uit de logeerkamer. Hoe moeten ze anders Studio Sport kijken? dacht ik mistig.
Even later rook ik aangebrand metaal. Blijkbaar had Fenna even vergeten water in het fluitketeltje te doen. Alsof het theeservies in de droom ineens begon te smelten.
Daarna werd er geherdecoreerd: de meubels bewogen onverklaarbaar, tafels en nachtkastjes braken hun eigen poten in protest. Gelach galmde als echos door de kussens:
Geeft niks joh, je hebt toch overal Ikea zooi staan! We plakken het gewoon met ducttape, niemand die het ziet.
Onder de nachtkast schuiven ze een boek: klaar is Kees.
s Nachts ontstond er in volle maanlicht een luid feest, als een optocht van krankzinnigen over de gracht. Om twee uur s nachts, net als mijn dromen omslaan in nachtmerries, schreeuwden en joelden ze. Toen ik smekend vroeg om het volume te dempen, lachten ze:
Ontspan, het is jouw geld toch?
Pas na de tweede waarschuwing werd het stil.
Ik besloot te wachten tot de zon weer over de duinen kwam. De volgende ochtend sprak ik het koppel aan:
Dit kan echt niet. Jullie zijn niet de enige vakantiegangers. Wees alsjeblieft zuinig op mijn apparatuur.
Ze haalden hun schouders op, als molens die de wind negeren:
Wij hebben toch betaald.
Mijn woede klotste als water tegen de dijken.
Dank dat jullie als vrienden kwamen, anders was deze kamer niet voor jullie geweest!
Na die dag werden hun daden minder wild; meubels bleven heel, apparaten veilig. Maar de vriendschap loste op als suiker in koffie; niets bleef over dan een zoetspoor aan herinneringen.
Na hun vertrek vond ik een lege kamer; wel de cadeaus en souvenirs die ik nog uit Amsterdam had gehaald meegenomen, samen met twee grote badhanddoeken met delftsblauwe rand en een keukendoek met een molen. Alsof ze een spoor achterlieten in mijn droomwereld.
Marijn zelf hoorde ik pas maanden later weer. We hadden twintig jaar samen op school gezeten, tot haar huwelijk haar naar Utrecht bracht. Ze had altijd haar vrienden beschreven als netjes en gezellig; als dat echt zo was, konden ze elke zomer wel komen.
Maar zo ging het niet. Stil bleef zij, tot het moment dat zij zei:
Ze vonden je te streng, zeiden dat je hun sfeer verpestte. Ondanks dat ze een hoop geld hadden betaald!
Maar voor die euros koop ik geen nieuwe tv, fluitketel, tafel, nachtkastje, handdoeken en beddengoed. En dan nog de stress en klachten van de andere gasten. Dat kost image. Volgend jaar kiezen bezoekers misschien een ander huis in Bergen aan Zee.
Eén ding leerde deze droom: zeg soms gewoon nee. In Nederland waait het noordwesten toch altijd wel weer een nieuwe kans naar je toe.






