De Toegift

Geloof me, het leek op een droom vol mistige canaldorpen en kromme fietsen, waar klets en gemopper tegen de vooravond in doorwaaiden.

Maar Meike, ze heeft toch een rugzakje? Of vind je dat niet erg? grinnikte Marleen, leunend tegen het oude gietijzeren hek en spiedend naar haar buurvrouw. Kun je nou echt geen betere schoondochter voor Floris vinden, joh? Er zijn genoeg meiden in het dorp, en dan kiest hij nou precies háár!

Meike snoof zacht. Voor zichzelf wilde ze niet toegeven dat haar zoons keus haar zwaar viel. En uitgerekend van Marleen moest ze het horen dat deed dubbel pijn.

Ach joh, een kind is alleen maar leuk! Wat is daar mis mee? Mette is jong, knap, werkt hard en haar hart zit op de goede plek, dat weet ik zeker. Ja, ze heeft een zoontje, maar die is in een huwelijk geboren, heus geen losbol. En vroeg weduwe, dat kan iedereen overkomen, we hebben het niet voor het zeggen. We zullen hem opvoeden en dan heb ik gewoon nog een kleinkind erbij. Niet zo lopen mopperen, Marleen!

Meike zette haar kin vooruit en joeg ondertussen die dikke rode kat van de buren die op haar schutting liep een trap na.

Altijd die beesten van jou! Vorige week heeft je Siep drie van mijn kippen gepakt. Laat hem maar thuis, of ik laat Sjors los. Hoor ik je later ook niet miepen!

Poeh, dreigen hoor, zei Marleen, die haar kater met een zwiep van de bezem op afstand hield. Moet jij zeggen! Siep is hier al langer de baas. Hij jaagde vorig jaar op mijn kuikens. Maar zolang hij muizen vangt, blijft ie.

Dan laat je hem toch fijn binnen zitten met zijn instincten.

O ja, nu we het toch over katten hebben! De weckpotten! Is de jam al klaar?

Je kletst maar wat, en ondertussen moet iemand wel op dat fornuis letten!

Dat doet Olga hoor, die is gisteren aangekomen om in de tuin te helpen.

Maar zij is toch hoogzwanger?

Daarom dr hele familie op het land en zij in de keuken bij de jam. Ze kan niet stilzitten joh. Geen schoondochter, maar een gouden!

En dan zo´n goudklompje laten zweten in de keuken?

Ach, moet kunnen, dat houdt de orde. Je moet niet te lief zijn als schoonmoeder, straks zitten ze bij je op schoot!

Nou, ik zie het wel. Jam meenemen of red je het zonder?

Marleen schoof aan, Meike jaagde haar weg en toog naar het deeg. Morgen kwam Floris met zijn Mette. De bruid Meike liet het meel door haar vingers glijden, staarde dromerig door het beslagen raam. Er hing iets dreigends in de lucht.

Mette had Meike enkel van een afstandje gezien toen ze in het naburige dorp bij haar zus was. Niets bijzonders aan Mette lang, blond haar, grote Hollandse ogen. Wel fors, net als haar Floris. Een jonge vrouw dus, en toch al weduwe met een driejarig manneke, Tijs. Haar ouders verloren toen ze klein was, opgevoed door opa en oma op een boerderij waar alles altijd nét af was. Getrouwd, baby, man verongelukt. Zo bleef ze achter, met dat ventje op haar arm.
Wat moest Meike haar bekoren? Medelijden? Misschien. Maar liever vanaf een afstandje het enige wat Meike gefrustreerd deed zuchten was dat haar zoon, haar rots sinds het overlijden van haar man, nu zijn toekomst samen met Mette leek te willen bouwen. Zijn eeuwige grapjes dat de ware liefde nog moest komen, tot nu dus: Mette.

Meikes zus Lidewij had haar direct afgebluft.

Wat maak je je zo druk? Nou en of hij haar meebrengt? Ze wonen hier niet permanent.

Maar waar dan?

Het huisje van opa, dat is nu van Floris. Natuurlijk, het is oud, maar het stuk land eromheen is groot. Ze kunnen wat nieuws bouwen.

Nu draaide Meike in haar hoofd rondjes. Straks woont Floris aan de andere kant van het dorp? Dat is toch niet hetzelfde als ‘s avonds thuis aan tafel, even helpen met het erf en de beesten. Zij blijft achter, alleen, enkel bezoek op Koningsdag en kerst.

Ach, je moet hem loslaten, zei Lidewij zachter, als een warme bries op een zolder vol oud speelgoed. Floris is een vent nu, tijd voor zijn eigen gezin.

Maar als het misgaat? Zij heeft al een kind

Er is geen betere hier dan Mette. Echt waar. En te positief kan niet. Je hebt liever een mispunt? Doe normaal, Meike! Het gaat om hen en dat jij niet iets doet waar je spijt van krijgt.

En wat dan?

Haar niet accepteren en Floris verliezen. Je móet niet bang zijn van liefde.

Die nacht lag Meike te woelen onder haar damborddeken, de kamer vol schaduwen, twijfels ritselend als herfstbladeren in het late licht.

Ochtendrood. Mette stond achter Floris in de deuropening van Meikes droomhuis een waterig uitzicht over de polder, een fiets die alleen maar linksom kon sturen. Tijs, haar jongetje, zo druk als een kievit en kijkend naar dat alles als naar een reuzenkermis. De grote hond Sjors lag loom op het erf, miauwde vreemd als een kat.

Laat hem maar lekker spelen, zei Meike tegen Mette, die zich bijna in haar klompen staarde.

Kleine Tijs liep naar Meike toe, keek met zijn grote ogen, tilde zijn handje:

Waar is de kat?

Kat? Ik heb geen kat, jongen. Waar dan?

Tijs wees naar het kippenhok, en daar liep inderdaad Siep. Meike stoof achter hem aan als een keeper op een nat veld.

Kom hier, rotzak! Ze smijt haar slipper het erf over. De slipper vloog op z’n Hollandse manier tegen het kippenhok en keerde als een boemerang terug in haar hand. De wereld leek te knikken.

Tijs lachte, en Meike moest wel glimmen. Wat een vriendelijk joch! Ze gaf hem een kuikentje, hij durfde het nauwelijks te aaien.

Hij is klein!

Binnen enkele tellen zat Tijs bij haar op schoot, een schort vol kruimels van krentenbollen.

Goed manneke, Mette! Slim, en hij eet lekker! Precies goed.

En Mette ineens iets losser knikte opgelucht. Meike voelde de kou in haar maag oplossen als suiker in warme thee. De nervositeit week niet helemaal, maar vertrouwen kroop langzaam naar binnen.

Aan tafel sprak Floris over pannenkoeken bij de bruiloft, terwijl Mette haar ogen in haar kom liet rondwentelen. Meike stapte over haar eigen ongemak.

s Avonds vertelde Mette zacht, Ik ben een beetje bang. Van te veel geluk. Mijn eerste huwelijk gebeurde met fanfare, en kijk

Nou, meisje, geluk is geen schaamte. Je mag opnieuw gelukkig worden. Elk mens krijgt zijn portie ook al lijkt het soms kraakhelder of juist troebel.

Ik dacht dat u mij zou afkeuren.

Waarvoor, dan? Floris koos jou, en weet je nu ben ik je oma!

Oké, oma Meike! knikte Tijs plechtig.

De bruiloft werd precies zoals Floris wilde, met trollende tantes aan de bitterballen, maar Meikes strakke lippen drukten hun geklets snel de grond in.

Floris en Mette bleven bijna een jaar bij Meike, in het kleine huisje waar het rook naar tulpenbollen en natte jassen. De nerveuze knoop in haar buik loste op niet helemaal, soms kneep oude twijfel, maar Mette kon elke frictie oplossen door haar zachte woorden en noeste handen.

Marleen, immer nieuwsgierig, joeg haar koe achter het hek en zei:

Je slikt wel wat, Mette! Je laat wel over je lopen.

Ach, ruzie tussen familie, dat wil niemand, lachte Mette, haar hoofd in de wind.

Het nieuwe huis verrees, gespaard in euros en dubbele schapenvachten, en toen, op een gewone marktdag, meldde Mette zich bij de huisarts.

U bent zwanger.

Echt? Maar met Tijs ging het heel anders…

Dit keer is het risicovoller. Rust is nodig, even naar het ziekenhuis.

Meike kwam direct helpen, haar Hollandse boodschappenmand vol treintjes en stroopwafels. Bij het binnenkomen schrok Mette van Meikes gespannen gezicht.

Niets, alleen moe. Mette glimlachte schuin.

De waarheid was dat Meikes humeur bedorven was door Marleens ochtendpost.

Nog zon zieke erbij, Meike! Weet je zeker dat dit wel goed komt?

Wat is er mis met jou, Marleen? Geen spoortje zachtheid?

Was maar een grap! Dat het goed mag gaan…

Meike schudde haar hoofd, probeerde Mette gerust te stellen.

Gedurende Mettes ziekenhuisbed lag Tijs bij Meike thuis, spelend in een zandbak terwijl Meike vanachter het raam over hem waakte. Een minuut onoplettendheid en Tijs was weg, het hek stond open als een klaproos. Paniek golfde. Door droomstraten zocht Meike, over bruggetjes en onder fluitende populieren.

Tijs was echter achter een gillende pup aan geraakt, een zwart-witte drent, wiens poot vastzat in een lus. Buurtkinderen lachten, schopten zelfs, maar Tijs wist de hond te bevrijden. Toen hij uiteindelijk zag dat hij verdwaald was, deed hij wat zijn moeder altijd zei blijven wachten waar je bent.

Meike zocht, net als Floris, door het hele dorp. Pas toen Floris na een uur een slapende Tijs met de drent vond op een bankje, werd de droomlichtheid van hun leven voelbaar. Thuis gekomen legde Meike Tijs tegen zich aan, terwijl hij fluisterde:

Sorry, oma, ik blijf voortaan thuis.

De pup werd Portie genoemd, naar een oude Hollandse roman, en hoorde nu bij het gezin.

Het meisje werd geboren, ja hoor, op tijd: little Marieke, vernoemd naar Meike. Meike bloeide open en fietste elke week naar het nieuwe huis. Geen oud zeer, geen vrok alles was opgegaan in liefde en hulp.

Opnieuw naar je kleinkind? Marleen stond aan het hek.

Naar mijn kleinkinderen, Marleen. Heb er twee.

Maar eentje is echt van jou.

Twee, allebei. Liefde is wederzijds. Dat is het geheim.

Nou, respect krijg ik ook.

Tja, liefde is volgens mij toch fijner, Marleen. En nu moet ik hollen straks mis ik de bus, en er wordt op me gewacht.

Meike stak haar sleutelbos op, draaide zich om en het dorp loste in zachte mist op een surrealistisch Holland waar alles vanzelf weer op zn pootjes terechtkomt.

Rate article