De Tijdlus
8 maart
Vandaag zat ik tegenover mijn sinds een minuut of twintig ex-vrouw in een Amsterdams café. Marieke keek me kalm aan, met die blik die ik zo goed kende van vroeger.
Nou, dat was het dan, probeerde ik voorzichtig.
Ja, antwoordde ze koel.
Het is allemaal zo stom gelopen
Stom? Vind je dát het ergste? Jij bent jaren niet eerlijk geweest en denkt nu alleen maar aan het feit dat je betrapt bent? Je wist toch dat ik er ooit zelf achter zou komen?
Ik zweeg even, voelde mijn keel dichtknijpen.
Maar goed, Mariek Ik ga. Echt, als je ooit iets nodig hebt je weet me te vinden. En ik hield van je. Ik hou nog steeds van je.
Ze glimlachte wrang. Bedankt, Sjoerd. Maar als je van me houdt, waarom had je dan iemand anders?
Kijk jij bent de moeder van mijn kinderen. En met haar met haar kon ik even alles loslaten. Jullie hebben me altijd op scherp gezet, zonder jullie had ik niks bereikt.
Nou, kom maar op, maak straks nog een paar kinderen, dan heb je extra veel motivatie, zei ze cynisch.
Laat maar, Mariek… zij kan geen kinderen krijgen…
Ik draaide me snel om en liep weg.
Marieke bleef alleen achter in het café. Ze dronk haar laatste slok thee op, stak haar jas aan en stapte de frisse lucht van het Spui op. Ze had kunnen fietsen, de tram nemen of een taxi bestellen, maar koos ervoor om tussen de mensen te zijn en toch onzichtbaar de metro lonkte.
**
In het metrostel, richting Sloterdijk, zat ze stil bij het raam. Haar gedachten dwaalden af naar het begin die eerste ontmoeting met mij, onze bruiloft in het oude stadhuis, de geboorte van Jasper, later die van Sophie. Ze hadden gelachen, ruzie gemaakt, hun leven samengeweven met kleine ergernissen en grote liefdes. Totdat een vriendin een foto stuurde: haar man zoenend met een ander, na bijna twintig jaar samen. En toen bleek dat het niet bij één keer gebleven was.
Hoe kan het toch? dacht ze. Waarom moest híj haar ontmoeten? Hoe zou het zijn als hij haar nooit had leren kennen? Wat zou ik daar veel voor geven…
Dames en heren, de deuren sluiten. Volgende halte: Sloterdijk, klonk het door de speakers.
Dit is mijn halte, besloot ze.
Ze liep langzaam door haar buurt in Amsterdam-West, draaide rondjes, alsof ze zichzelf kon verliezen in de tijd. Het werd donker. Toen voelde ze een blaar op haar hiel. Aan jezelf ontkom je toch niet, dacht ze, keek op haar horloge: 19.00 uur. Ze liep naar haar portiekwoning, keek automatisch naar de ramen op de derde etage het licht brandde.
Wie is daar nu? Sophie is bij een vriendin op Texel, Jasper bij zijn vriendin in Haarlem. Ik ben alleen. Tenzij inbreker?
Een koude rilling gleed over haar rug toen ze haar eigen voordeur opende, met haar eigen sleutel.
Eindelijk ben je thuis! klonk een zware stem uit de keuken.
Daar stond ik weer, maar niet zoals vanmiddag stoppelbaard, uitgelubberde joggingsbroek, bierbuik, alles aan mij was anders. Wat in hemelsnaam?
Waar bleef je, Mariek? Geef eens mn loon, je zou die vandaag krijgen. En waar is het avondeten?
Ze keek mij met grote ogen aan, om zich heen. Het was haar huis, maar met meubels uit het vorige decennium.
Loon? Wat doe JIJ hier?
Ik woon hier! riep ik. Waar blijft mn eten?
Ze trok haar jas uit en liep naar de spiegel in de gang. Daar keek een vrouw terug die vast zij was, maar toch ook niet vermoeid gezicht, fletse ogen, goedkope kleding. Een kapsel waar geen kapper zich voor zou lenen.
Waar kijk je nou naar? riep ik weer.
Ze pakte gedachteloos boodschappentassen die ze niet herkende en zette die in de keuken. Aan tafel zaten Jasper met een vreemde hanenkam en een onbekend meisje.
Wat doe jij hier? vroeg ze Jasper.
Huh, mam? Ik woon hier toch? Met Fleur?
Waarom niet in dat appartement dat wij voor je hebben gekocht?
Jasper lachte schamper. Leuke grap. Jullie een appartement kopen? Sinds wanneer? Je weet toch dat papa al tijden niet werkt en als hij geld heeft is het zo weer weg? Mam, gaat het wel?
En waar is Sophie? vroeg Marieke, licht paniekerig.
Sophie? Wie?
SOPHIE! Je zus!
Mam, ik heb geen zus… Moet ik iemand bellen?
Nee, nee… siste ze, liep achteruit, richting de voordeur.
Ga je nog koken of hoe zit het? riep ik.
Pap, hou op joh, ze kookt al jaren niet meer voor je, grijnsde Jasper.
Dat weet ik… maar proberen mag altijd.
Ze vluchtte de straat op zonder jas.
**
In de metro voelde ze de benauwdheid toenemen. De vormgeving van de wagons, de geur alles klopte niet. De tijd leek te vertragen of sneller te gaan. Nadat ze van lijn naar lijn overstapte, hoorde ze ineens weer:
Volgende halte: Sloterdijk.
Dit is mijn halte. Keer op keer. Ze stond op, liep de straat op, en huilde.
Mevrouw, gaat het? vroeg iemand met een zachte stem.
Nee… of ja… het komt wel goed, stamelde ze.
Ik wil niet! Ik wil niet terug naar huis dit is niet mijn leven! Stuur me maar terug naar mijn eigen lot. Als Sjoerd teruggaat naar haar, dan accepteer ik dat maar. Alsjeblieft, geef mij mijn oude leven! Even stond de tijd stil.
Ze was ineens voor haar portiek. In het raam brandde licht.
Een inzicht flitste door haar heen: Wat er ook gebeurt, in elke situatie zit iets goeds. Ik ben mezelf niet kwijt, tenminste nog niet. Sjoerd en ik we kunnen opnieuw beginnen, of iedereen zijn eigen weg laten gaan. Waarom zou ik toestaan dat iemand bij de pakken neerzit? Ik bén niet zo iemand. Tijd om alles wakker te schudden!
Met die gedachte stoof ze het trappenhuis in, rende naar boven, en duwde de deur open. Een felle lamp flitste aan.
Waar was je? We hebben ons ongerust gemaakt! We wachten op je!
Voor haar stonden ik, Jasper én Sophie haar dochter! Allemaal bezorgd.
Het is al zeven uur, Mariek, zei ik bezorgd.
Is het nog maar zeven uur? fluisterde ze. Het leek alsof ik uren weg was.
Ze keek om zich heen: haar eigen meubels, haar jas netjes aan de kapstok, de kinderen en ik zoals altijd.
Wat gebeurt hier? Wat doe jij hier, Sjoerd? We zijn toch vandaag gescheiden? vroeg ze.
Echt waar Mariek Ja, vandaag wel. Maar er is helemaal geen ander. Nooit geweest.
Hoe bedoel je? Ik heb zelf die foto gezien! En je hebt het niet ontkend!
Die foto dat was stomme onzin. De jongens en ik wilden testen of onze vrouwen scherp genoeg waren om een grap te herkennen
Ze stortte neer op een stoel, boos en opgelucht tegelijk.
Wat bezielt je? Je weet niet wat ik allemaal heb meegemaakt vandaag
Rustig, Mariek. We kunnen altijd opnieuw beginnen. Trouwens de kinderen wisten van niks, echt waar.
Marieke dacht weer aan haar hallucinatie. Hoe slecht het daar was geweest een man die nergens toe kwam, zijzelf uitgeblust. Nee, nooit zou ze terug willen.
En waarom zijn jullie allemaal hier? vroeg ze.
Ik werd zenuwachtig toen je niet thuis kwam, en dus heb ik Jasper en Sophie gebeld Je was al om drieën vertrokken, de auto stond voor de deur maar je telefoon stond uit
Nou, kom binnen dan. Laten we thee drinken.
Aan tafel dronken we samen warme thee. Jasper vroeg: Mam, waar was je nou?
Ze glimlachte flauw: In de metro, jongen. Even mn hoofd leeg maken.
Want de waarheid een tijdlus, een sprong naar een parallel leven die zou toch niemand geloven.
En als ik alles zo op een rij zet, begrijp ik één ding: ook de zwaarste dag brengt helderheid over wat ik echt waardevol vind. Wat ook gebeurt, als ik dicht bij mezelf blijf, kan ik elk leven aan.






