Altijd heb ik mezelf beschouwd als een goed mens, niet hebberig of uit op eigen voordeel. Ik geloof sterk dat als je iets kunt missen en een ander daarmee kunt helpen, je dat gewoon moet doen zo heb ik het van huis uit en vanuit de kerk meegekregen.
Dus, op een dag besloot ik mijn winterjas, die al te lang ongebruikt in de kast hing, gratis weg te geven. Misschien was er iemand in Amsterdam die het harder nodig had dan ik, vooral in de koude maanden. Ik had de jas maar een paar keer gedragen en hij was ooit voor een nette prijs gekocht, maar voor mij had hij z’n werk gedaan.
Ik zette daarom een advertentie op Marktplaats in een lokale Facebookgroep. Ik hoefde niet lang te wachten; binnen een uur had ik een berichtje van een vrouw, Ingrid, die interesse had. We spraken af dat ze om negen uur s avonds de jas zou komen halen.
Maar midden in de nacht, het was al twaalf uur geweest, ging ineens de bel. Ik schrok me rot. Wie is daar? riep ik door de deur. Hoi, je zou mij je jas geven. Je zei negen uur, maar nu is het al middernacht! Ik kon mn ogen niet geloven. Wist ze wel hoe laat het was? Mensen slapen op deze tijd! Kunnen we het morgenochtend doen? stelde ik voor.
Nee, ik wil hem nu! riep ze koppig.
Ze klonk nogal brutaal, maar ik wilde geen ruzie en besloot haar de jas toch maar te geven. Terwijl ik haar buiten de deur de jas overhandigde, zei ze meteen: Ik wil hem eerst passen, niet hier op straat. Laat me binnen!
Mijn kinderen slapen al! probeerde ik uit te leggen.
Dan neem ik de lift wel alleen!
Ik kon een diepe zucht niet onderdrukken. Uiteindelijk pakte ze de jas, rookte amper nog een bedankje uit en verdween zonder ook maar een glimlach.
De hele gebeurtenis zat me dwars. Ondanks dat ik mijn jas terugkreeg, had ik zelden zon onbeleefdheid meegemaakt. Die nacht lag ik lang wakker. Ik begon me af te vragen of vrijgevigheid in Nederland nog wel op waarde wordt geschat, of mensen alleen maar denken aan wat ze kunnen nemen. Voorlopig denk ik dat ik even niet meer zomaar iets weggeef. Wat een teleurstelling.






