De broer van mijn man ontdekte onze plannen om de studentenkamers te verkopen en dacht dat hij ons kon gebruiken, maar hij had niet verwacht dat wij slimmer waren dan hij dacht.

Mijn man en ik hebben elkaar ooit per ongeluk ontmoet, als huisgenoten in een studentenkamer tijdens onze studietijd in Amsterdam. Langzaam maar zeker veranderde onze vriendschap in iets meer, en uiteindelijk besloten we ons lot aan elkaar te koppelen. Al vonden we het gezellig om op kamers te wonen in onze studententijd, beseften we dat het tijd was voor het grote-mensen-leven: een eigen familie beginnen.

Naarmate de euro’s wat sneller binnenvlogen, dachten we: misschien toch maar investeren in een eigen flatje. Dat betekende dat we onze twee studentenkamers moesten verkopen. Stiekem hielden we ons plan onder de petons idee was het appartement te opknappen en onze familie te verrassen met een heerlijk vrolijke housewarming.

Maar mijn mans broer bleek op de hoogte van onze verkoopplannen en besloot er een typisch Nederlandse onderhandeling van te maken:
Waarom verkopen jullie die kamers niet aan mij voor een ietsiepietsie lager prijsje? We zijn toch familie, zei hij, alsof hij een kaasboer was op de markt, en voegde eraan toe dat hij best kon betalen in termijnen, want hij had tenslotte twee kinderen en een hamster genaamd Teun. Hij beweerde zelfs dat de kamers eigenlijk niks waard waren, dus betalen was volgens hem bijna onredelijk. Wat hij niet wist, was dat we die kamers allang voor een aardig bedrag hadden verkocht en inmiddels een mooie flat hadden gekocht van dat geld.

De beste man verklapte vervolgens ons geheim door het appartement te noemen tegen onze ouders. In plaats van blij voor ons te zijn, keek hij zuur, snoerde zijn mond en vertrok met de snelheid waarmee een Hollander zijn fiets parkeert als het regent. Het was duidelijk dat hij een voordeeltje hoopte te pakken, maar onze slimheid was net een tikkeltje groter dan zijn opzetjeeen typisch Nederlandse overwinning, zullen we maar zeggen.

Rate article