Ik ga dit niet eten, verklaarde de schoonmoeder, terwijl ze met een mengeling van afgrijzen en misplaatste arrogantie naar de pan snert keek.
Wat is dit nou? mevrouw Koeman trok haar neus op alsof ze geconfronteerd werd met een bak gesmolten haring, en rook eraan zoals je aan een verdachte sok ruikt.
Het is snert Hollandse erwtensoep, legde Marjolein, de schoondochter, opgewekt uit. Ze haalde het deksel van een degelijke aardewerken pan en begon het dampende goedje in een diep bord te lepelen. Heerlijk, zo met prei en wortel uit eigen moestuin. Ook de spliterwten zijn van hierachter.
Ik weet niet wat daar nou zo bijzonder aan is, mopperde mevrouw Koeman. Wat een verspilling van energie en tijd, zon natte hobby. Alles in de modder.
Ach, dat valt wel mee! lachte Marjolein vriendelijk. En als hobby is tuinieren gewoon ontspanning wat is er heerlijker dan met je handen in de aarde wroeten?
Behalve als het je wordt opgedrongen door een ander, bromde mevrouw Koeman, met lippen zo dun als dropveters. Voor wie maak je überhaupt zoveel van die groene troep?
Gewoon voor ons, glimlachte Marjolein, niet veel, gewoon voor twee keer.
Nou, ik eet dat slootwater niet de schoonmoeder zwaaide dramatisch met haar handen en deed een stap achteruit. Je kunt niet eens zien wat erin zit! riep ze, alsof er een kikker in zou springen. Ze trok een overdreven vies gezicht en deed alsof ze misselijk werd.
Marjolein rolde met haar ogen en slaakte een zucht.
Ze had een jaar geleden Arjan leren kennen, de zoon van mevrouw Koeman. Na een eerste appje waren ze het er roerend over eens: ze hoorden bij elkaar. Een maand later waren ze getrouwd, geen poespas, gewoon in het stadhuis met een bak verse tulpen.
Met hun spaargeld kochten ze hun droomhuisje in een Zeeuwse polder, dat ze met veel liefde, IKEA-materiaal en Marktplaats-buit aankleedden.
In die tijd had Marjolein mevrouw Koeman maar vier keer gezien Arjan ongeveer even vaak. Drie keer was het met Kerst of Pasen, onder lichte druk van haar lief.
Mevrouw Koeman vond het huwelijk van haar zoon maar een bevlieging. Zonder invloed op haar volgroeide en driftige zoon, zat er niets anders op dan te wachten op het onvermijdelijke: een stiekeme scheiding en een doorsnee schoonfamilie.
Die bleef uit, tot haar grote frustratie.
Mevrouw Koeman kon niet bevatten wat Arjan in Marjolein zag. Hij was best knap en had altijd een parade van dames met een grotere mond én minirok om zich heen. Waarom nou zon tuinkabouter?
En bovendien Mevrouw Koeman was een stadsmens in hart en nieren, opgegroeid tussen bakstenen, grachten en het Collectieve Gemopper. Natuurlijk wist ze zeker dat Arjan stiekem balend was van het geitenwollen buitenleven iedereen hunkert naar een tram en bitterballen als de lente komt.
Na deze, volgens haar, trieste ervaring zou hij vanzelf wel terugverlangen naar een degelijke Hollandse vlam eentje die met haar om kon gaan als een duivenmelker met zijn vogels.
Maar ja. Ze moest opschieten voordat Marjolein haar slimme slag sloeg met een baby aan haar been!
Het plan was gauw gesmeed: mevrouw Koeman belde Marjolein zelf en kondigde aan dat ze nu eindelijk wel eens dat hutje wilde zien.
Marjolein wees er fijntjes op dat ze haar al twee keer had uitgenodigd, maar dat mevrouw Koeman tot dan toe altijd te druk was. Nu kwam ze, ongepland en ongevraagd, aanzetten, met haar trolly én haar humeur.
Twee dagen later stond ze in het ruime, lichte Zeeuwse woonkamer, haar ergernis nauwelijks beheersend.
Het enige wat ze kon denken was: haar zoon en haar man hádden een afkeer van soep! Alleen zichtbaar voedsel op tafel, dat was familiepolitiek.
Hoe was het mogelijk dat Arjan zich zo snel liet ringeloren?
Was hij gehypnotiseerd? Zat er voodoo in de snert? Of tulpenbolletjes?
Zodra de absurditeit daarvan haar daagde, besloot ze dat het dan toch wel magie was.
Hoe kon haar zoon anders die groene derrie naar binnen werken?
Mevr. Koeman keek nog eens giftig naar Marjolein.
Stiekem het domme gansje als dat waar was, dan was simpel ineens een gevaarlijk wapen!
Maar goed, hoezo weet niemand wat er in zit? vroeg Marjolein, negeerde alle theater en nam nog een bord, vulde het met snert en keek haar schoonmoeder aan. Kijk maar! Hier zit prei, hier wortel, daar die rookworst van slager Vis. En wat peterselie, vers uit de tuin, en een plakje roggebrood erbovenop!
Dan eet je zelf maar brinta! riep mevrouw Koeman verontwaardigd.
Eigenlijk best gezond voor uw leeftijd, grinnikte Marjolein. Vezels houden alles lekker op gang en een vrolijke darm maakt de mens blij.
Mevrouw Koeman werd rood, niet van schaamte maar frustratie, en ging verder.
Waarom dwing je Arjan dit te eten?
Omdat hij het lekker vindt, zei Marjolein eenvoudig.
Een man en snert? Doe normaal, heeft hij geen keuze? Is er niks anders hier?
Hij kan altijd wat voor zichzelf maken, eten bestellen, of gewoon bij u langsgaan! zei Marjolein, met een vriendelijk knikje.
Bij die laatste optie werd mevrouw Koeman paars.
Doe nou niet zo flauw! Je weet toch tenminste wat mijn zoon lekker vindt.
Ja, dat heb ik aan hem gevraagd. Hij is volwassen en spreekt zelfs in volzinnen. En ja, hij zegt dat hij alles lekker vindt.
Hij liegt! Dat zie je toch zo? Eerst was hij beleefd, nu is hij murw!
Helaas, zei Marjolein, terwijl ze het bord snert inspecteerde. Maar het snertfeest is niet te stoppen. Het staat klaar. En wie weet, als u meedoet, krijgt Arjan er nog meer plezier in.
Huh?! Mevrouw Koeman keek alsof ze zojuist hoorde dat haar hond Max een internationale drugshandel leidde.
Niet mee eens? Jammer. Hij zou uw steun waarderen.
Jij…!
Marjolein, we zijn thuis! klonk plots Arjan blij in de gang.
Een pluizige witte hond kwam het vertrek binnen gestormd, blaffend alsof hij de Elfstedentocht won.
Aaaaah! gilde mevrouw Koeman, kruipend achter Marjolein.
Geen zorgen, dat is Loesje. Ze doet geen vlieg kwaad en is best slim let op! Marjolein hief haar hand, de hondje stopte, ging zitten en keek trouwhartig.
Waarom laat jij de hond van de buren binnen? siste mevrouw Koeman, compleet verrast.
Het is onze hond. Woont hier. Echt Hollands beestje.
Binnen?! Das niet hygiënisch, riep zijn moeder kwaad. En Arjan haat honden!
Nee mam, jij haat honden, zei Arjan, terwijl hij binnenkwam. Maar goed dat je precies op lunchtijd komt.
Dag lieverd! Mevrouw Koeman verwachtte een zoen op haar wang, maar Arjan gaf haar een luchtige knuffel, en kuste Marjolein zacht op haar mond.
Gaan we eten? Arjan snuffelde, duidelijk goedgemutst.
Helaas Arjan, dat kan écht niet.
Hoezo niet?
Jullie hebben varkensvoer gemaakt! Heb je varkens hier? Het ruikt als de tramrails in Rotterdam, erger dan een snelweg!
Arjan keek van zijn moeder naar Marjolein en toen naar de gedekte, gezellige tafel.
Zijn nekspieren trok strak en hij keek zijn moeder niet meer zo zachtaardig aan.
Eerlijk gezegd, mam, ik was dat soort gedoe allang vergeten, zei hij wrang lachend.
Welk gedoe, zoon? Dat zijn onze voorkeuren! Onze huisregels, onze tradities! Je hebt nooit geklaagd!
Nee, als kind was ik bang voor de tirannie van pa. Later wilde ik jou niet boos maken.
Hoe bedoel je dat nou weer?! riep mevrouw Koeman, waarop Loesje weer blafte. Stil! Die hond heeft ook al haar eigen zin! keek ze wantrouwend naar Marjolein.
Maar waarom ben je zo slap? Laat je je zo koeioneren? Geniet je van ondergeschikt zijn? Je hélpt haar het huis in één grote kinderboerderij te veranderen! Wie is hier de baas?!
Ik ben de baas, zei Arjan rustig.
Laat dat dan eens zien! zuchtte zijn moeder opgelucht, alsof ze zojuist het staatslot won.
Waar is je bagage?
In de gang, jammerde ze. Ik sterf bijna van de honger na die treinreis.
Mooi. Zeg maar dankjewel tegen Marjolein voor haar gastvrijheid.
Wat…?
Zeg maar: Dankjewel Marjolein voor je moeite, en sorry voor al het gedoe.
Maar zij…
Mam!
D-dankjewel en s-sorry, mompelde mevrouw Koeman met tegenzin.
Marjolein knikte, bijna ministerieel.
Lets go!
Waarheen?
Waar alles gaat zoals jij wilt, jouw regels, jouw traditie.
Maar Arjan! Ik… probeerde ze, maar hij kapte haar af:
Pa en jij hielden nooit van soep, dieren, of het platteland. Mijn smaak telde nooit. Maar pa zei altijd: Als je het niks vindt, zoek dan je eigen weg. Dat heb ik gedaan, mam. Hier gelden mijn regels, mijn tradities. En dit huis is van mij en mijn vrouw. Bevalt het niet, dan is daar jouw ruimte.
Zoon! Zij heeft je ingepalmd! riep mevrouw Koeman wanhopig. Ze heeft je betoverd!
Arjan bracht zijn moeder naar de deur, pakte haar trolley, opende het tuinhek en liep zwijgend naar het pad.
Marjolein stond trouwens aan jouw kant. Gezelligheid, familie en zo. Die snert was een test. En de masker viel af, snoof Arjan bij het openen van de voordeur. De taxi staat klaar.
Hoe… wanneer heb je die geregeld? stamelde mevrouw Koeman, nog steeds van haar à propos.
Marjolein vroeg me hem vast te bellen. Goeie vrouw, die Marjolein.
Jij! Maar…
Ik ben de baas, mam. Zoals je altijd wilde, zei Arjan, knikkend naar de taxichauffeur.
Toch bezeten, besloot mevrouw Koeman, gezeten in de taxi. Ze pakte haar telefoon en zocht direct naar tips om een betoverde zoon terug te krijgen. Er moet toch wel iets zijn, desnoods een tovermiddel uit Volendam?






