Brief aan mezelf
Ze schoof haar bord met afgekoelde boerenkool opzij, waar ze toch al geen zin meer in had, en ging rechtop zitten. In de woonkamer mompelde de televisie over een of ander feestelijk oudjaarsconcertoveral glans en galajurken, maar het volume stond op een haast symbolisch standje. In de keuken tikte de klok langzaam naar middernacht.
Anna de Vries legde een leeg ruitjesvel voor zich, haar stevige bril met het plastic montuur er bovenop. Haar vulpeneen kerstcadeautje van haar zoon, vorig jaarlag trouw naast het papier. Ze klikte het dopje open en voelde dezelfde zenuw als bij haar oude boekhouding-examens: zweterige handpalmen en toch zon eigenaardige goesting in de opgave.
Nou meid, dacht ze, schrijf dan maar. Beloftes aan jezelf doe je niet voor niks.
Het idee om een brief aan haar toekomstige zelf te schrijven was vorige week opgekomen toen ze een psycholoog zag op de televisie, die dit een aanrader noemde voor mentale gezondheid en zo. Destijds vond ze het het toppunt van jeugdigheid, bijna kinderachtig, maar nuin de stilte van haar rijtjeswoning in Haarlemvoelde het plotseling goed. Serieus, zelfs.
Ze boog zich over het blad, legde haar hand stevig neer om het trillen te beperken, en schreef bovenaan: 31 december 2024. Brief aan mezelf voor volgende oudejaarsavond.
De hand bibberde een beetje, maar haar handschrift was net zo exact als vroeger op kantoor. Daar had ze dertig jaar haar leven keurig uitgemeten in getallen en tabellen.
Hallo, Anna, 73 lentes jong, schreef ze, en pauzeerde.
Die 73 stak haar. Ze was nog 72, maar die cijfers stemden niet vrolijk, eerder een tikje surrealistisch. Ergens in haar hoofd hoorde ze nog steeds een kleiner getal als iemand naar haar leeftijd vroeg.
Ze luisterde even naar haar lijf. Een lege maag van de spanning, een vermoeide rug door al dat schoonmaken eerder vandaag. Haar hart hield het ritme, maar ergens kwam die oude angst weer omhoog: klopt het volgend jaar nog net zo trouw?
Ze boog zich opnieuw over het papier.
Ik hoop dat je dit leest omdat je er nog bent. Dat je nog kunt rondlopen zonder stok. Dat je arm en benen nog gewoon meewerken. Dat je niet ergens in een ziekenhuisbed ligt en niemand tot last bent
Ze las terug en fronste. Te zwaar. Maar goed, eerlijk is eerlijkdoorstrepen deed ze niet.
Ik wens je toe dat je je kinderen niet tot last bent geworden. Dat je zelf naar de Appie gaat, je eigen zorg regelt, je eigen medicatie bijhoudt. Dat je ze niet tien keer per dag belt voor onbenulligheden.
Ze legde haar pen neer, zag de telefoon liggen op de vensterbankhaar dochter had net gebeld uit Zweden, haastig, via beeldbellen, de kerstboom en kleindochter in glitterjurk getoond. De zoon had geappt: Mam, alvast een gelukkig nieuwjaar! Morgen bellen we. Ze had geantwoord met de emojis die haar dochter haar geleerd had.
Dat ik niet telkens aandacht vraag met mijn eenzaamheid, voegde ze toe, en ademde diep uit.
Het woord eenzaamheid bleef hangen als een mistbank over haar keurig opgeruimde keuken. Op de stoelleuning hing haar ochtendjas, op de radiator droogde een sok. Aan tafel twee bordentraditiegetrouw zette ze er een extra neer, al wist ze dat er al tijden niemand meer onverwacht kwam even buurten. Voelde minder leeg.
Terug naar het papier.
Dit jaar moet je, ze schreef het extra dik, leren om het goed te doen. Elke dag minstens een half uurtje buiten wandelen. Niet meer snaaien na acht uur s avonds. Stoppen met klagen over je bloeddruk bij iedereen die het horen wil. Een hobby zoeken. Misschien iets bij de ouderenclub, of yoga voor bejaarden. Meer mensen spreken, minder binnen in je hoofd leven. Vriendelijk zijn. Niet zaniken. Geen ongevraagde adviezen aan de kinderen. Gewoon een gezellige oude mevrouw worden, makkelijk in de omgang.
Dat klonk als een advertentie uit de Libelle, vond ze. Maar precies zo stelde ze zich een model-oma voor: bescheiden, vrolijk, geen gedoe.
Ze schreef:
En, wees alsjeblieft niet bang voor wat komen gaat. Ga op tijd naar de huisarts. Slik je pillen zoals het hoort. Maar spendeer niet je halve leven lezend op internet naar ziektesymptomen. Bel je dochter niet steeds om het minste pijntje. Je bent volwassen. Je redt het.
Haar hand was moe. Ze leunde achterover en sloot even haar ogen. In de gang tikte de pensioenklok rustig verder. Op TV zwijmelden artiesten in een stomme showde lippen bewogen, het geluid niet.
Ze schreef nog onderaan: Hopelijk heb je volgend jaar minstens één vriendin om mee te kletsen en thee te drinken. En voel je je niet altijd een overbodige bijzaak. Het woord overbodige onderstreepte ze eerst twee keer, veegde toen één streepje weg.
Ondertekende met: Anna, 72.
Ze vouwde het vel dubbel, toen nog eens. Vond in de lade een envelop met een vaal kerstmotief, stopte het briefje erin. Schreef: Te openen: 31.12.2025 erop en hield het even omhoog, alsof ze zichzelf wilde overtuigen dat ze dat zou halen.
Toen stond ze op, stopte de envelop in de servieskast, tussen oude verjaardagskaarten en vergeelde polaroids. Deurtje dicht, sleuteltje om.
En precies om twaalf uur stond ze met een glaasje bubbels voor het raam, keek hoe in de achtertuin buren vuurwerk afstaken. Ze legde haar hand op haar hart, voelde het kloppen, en mompelde:
Kom maar op, jaar. Niet te dol, alsjeblieft.
***
Een jaar later vond ze de envelop bij toeval, tijdens het zoeken naar bonnetjes. Het was half december, de sfeer was nog geen feest, maar in de supermarkt lagen de mandarijnen alweer als kleine euromunten gestapeld. In de achtertuin timmerden mannen driftig aan het geraamte van de buurtkerstboom.
Anna zat op de vloer, om zich heen open dozen papierwerk. Ze wilde orde in de administratie voor de sociaal werker die straks zou komen helpen met de zorgvergoeding.
De envelop plopte uit een map met oude kerstkaarten, precies op haar schoot. Onmiskenbaar haar eigen handschrift. Haar hart sloeg een slag over.
Te openen: 31.12.2025.
Nou zeg, mompelde ze.
Twee weken te vroeg. Even overwoog ze om keurig te wachten, zoals het hoorde. Maar haar nieuwsgierigheid was niet te stuiten.
Ach, wat zou het, bromde ze. Twee weken meer of minder.
Voorzichtig, steunend op de bank, schoof ze aan tafel. Haar nagels kort en keurig; een vlek jodium op de duim van het augurkenpot-incident. Ze scheurde de envelop open, vouwde het jaar oude briefje uit. De vouwrand was een tikje vergeeld.
Hallo, Anna, 73 lentes jong.
Drieënzeventig, zei ze zachtjes, proefde het woord. Het klonk vertrouwder. Ze kon het de huisarts zeggen zonder struikelen. Toch vreemd, soms, dat de spiegel een gezicht met fijne lachrimpels toonde.
Ze begon te lezen.
Ik hoop dat je dit leest omdat je er nog bent. Dat je loopt zonder stok
Instinctief keek ze naar de gang, waar nu een zwarte stok stond, rubberen handvat, gekocht in het voorjaar na een ongelukkige glijpartij bij de huisartsenpraktijk.
Die dag was het glad, natuurlijk. Ze struikelde met een zak vol labuitslagen. Blauwe plek op haar heup, niks gebroken maar de dokter klonk streng:
U zou zon stokje moeten overwegen, mevrouw de Vries. En traplopen? Rustig aan!
In de wachtkamer werd ze ineens overvallen door verdrietde stok voelde als een label: echt oud. Maar toen de pijn bleef en de knie trilde, haalde ze er toch maar een bij de Etos. Daar verkopen ze ook van die steunzolen voor in je schoenen.
Ze voelde nu, lezend, een schaamte. Zonder stokalsof ze de opdracht niet gehaald had.
dat je arm niet uitvalt, je benen werken, dat je niet in het ziekenhuis ligt of bij iemand over de vloer rolt
Ze dacht aan april, toen haar bloeddruk zo enorm piekte dat de onderbuurvrouwMevrouw van Dijk, die ze alleen kende van praatjes in de lifteen ambulance belde. Vijf dagen lag ze in het ziekenhuis, luisterend naar kamergenoten die hun kleinkinderen en bypasses bespraken. Haar dochter kon niet komen, belde wel elke dag vanuit Zweden. Haar zoon kwam één keer met fruit en een telefoonlader.
Voor het eerst voelde ze zich niet verantwoordelijk voor de boel thuis. Ze telde de druppels in het infuus en ontdekte dat de wereld niet instort als je even niets regelt.
Dat je zelf de boodschappen doet, je rekeningen betaalt, je medicijnen regelt
Ze grinnikte. In de zomer had haar zoon een app op haar smartphone gezet om de rekeningen over te maken. Ze sputterde tegen (dat internet is voor de jeugd!), maar het lukte. Sterker nogze hielp later zelfs de buurman boven, die er niks van snapte.
Medicatie hield ze nauwgezet bij, alles keurig op een plank. Soms vergat ze iets, maar meestal ging het uitstekend.
Niet tien keer per dag bellen voor niks
Ze dacht terug aan het voorjaar, toen ze op de koelkast een lijstje hing: Kinderen maximaal eens per dag bellen! Een week hield ze vol. Toen concludeerde ze dat het allemaal wel meeviel; dochter was vaak druk, maar stuurde altijd appjes en fotos van haar dochtertje. Zoon belde minder, maar dan wel uitgebreid.
Ze las verder.
Niet dringen met je eenzaamheid
Het oude schuldgevoel borrelde op. Ze herinnerde zich maart, toen ze haar dochter belde en in tranen uitbarstte: het was zo stil. Een stilte aan de lijn, toen zei haar dochter gelaten:
Mam, voor mij is het ook niet altijd makkelijk. Maar ik huil jou toch ook niet elke keer voor de voeten?
Ze spraken drie dagen daarna niet. Anna liep rond de telefoon heen. Maar uiteindelijk kwam er een appje: Sorry dat ik zo fel was. Laten we afspreken: jij mag het zeggen als je het zwaar hebt, maar ik hoef me niet schuldig te voelen, oké?
Sindsdien koos ze haar woorden anders. Niet je laat me in de steek, maar: Vandaag voel ik me alleen, heb je tijd om te bellen?
Ze las de volgende zin.
Dit jaar moet je leren het goed te doen. Elke dag wandelen. Niet meer snacken s avonds
Ze schoot in de lach. Mei schoot haar te binnen: arts zei dat ze opnieuw moest gaan wandelen, na haar ziekenhuisopname. Ze begon, eerst om de flat, met de stok. Raakte aan de praat met een vrouw die haar Friese Stabij uitlietdat werd haar vriendin Nelleke, en na een paar rondjes noemden ze elkaar gewoon bij de voornaam.
Ze wandelden vaak samen, bespraken supermarktprijzen en medicatie, klaagden over kinderen. Soms lachten ze tot ze buikpijn kregen. Eens nam Nelleke een thermos thee mee naar het park, lekker op een bankje, terwijl de jeugd voetbalde.
Niet snacken na acht uur ging redelijkmaar ja, op sombere avonden haalde ze toch een plakje kaas of boterham uit de koelkast. Klein comfort in een stille keuken.
Stoppen met mopperen over de bloeddruk bij iedereen
Ze dacht aan de wachtkamer, waar het steeds weer op klachten uitdraait. Niemand kan het laten. Ze vertelde wel over haar bloeddruk, maar luisterde nu vaker naar de verhalen van anderen. Was minder gefixeerd op haar eigen klachten.
Een hobby zoeken. Oudergym. Meer contact met mensen
Jeetje, hoe toepasselijk. In augustus zag ze een flyer bij de apotheek: Beweeglessen en lezingen voor senioren! Ze noteerde het nummer. Voor het eerst naar yoga durfde ze bijna niet, maar de docent, een vlotte meid met paardenstaart, was niet betuttelend. Samen rekken, ademen, lachen als een beweging mislukte. Daarna samen kruidenthee en praten. Ze ontmoette er Greet en Jet; sindsdien trekken ze soms samen op.
Vriendelijk, niet bemoeizuchtig, geen gezeur, gewoon een gezellige oudere worden
Ze slikte even. In juni kwam haar zoon met het gezin logeren. Kleinzoon speelde op zijn mobiel. Anna kon het niet laten:
Je zou eens een boek moeten lezen, straks heb je vierkante ogen.
Zoon ontplofte:
Mam, stop nou. Hij heeft net de hele Citoweek achter de rug.
Anna was beledigd, trok zich terug in de keuken. Later belde haar zoon:
Mam, het komt soms over alsof we alles verkeerd doen…
Ze had haar excuses gemaakt, schoorvoetend. Sindsdien hield ze sneller haar mond als een overbodige tip bijna ontsnapte.
Wees niet bang voor de toekomst
November. Ze had een week zeurend pijn in haar zij. Wilde dochter bellen, deed het niet. Ging gewoon zelf naar de huisarts. Spier verrekt bij yoga. De huisarts grijnsde: Goed dat u beweegt! Anna voelde zich lichter toen ze naar buiten stapteniks ernstigs, zelf geregeld.
Niet eindeloos googelen naar ziektes
In de zomer installeerde ze een timer op haar telefoon. Kwartiertje maximaal lezen. Het lukte niet altijd, maar beter dan voorheen.
Hopelijk heb je een vriendin om mee te theeleuten
Anna keek naar haar aanrecht. Gisteren was Nelleke nog geweest, met een zelfgebakken appeltaart (zonder kaneel, want daar kan Anna niet tegen). Ze hadden gelachen om de sukkelige buur hondenuitlater. Nellekes bulderlach nagalmde nog in de kamer.
En hopelijk voel je je niet meer zo overbodig
Ze las de zin drie keer. Overbodigdat woord woog een jaar geleden als baksteen. Ze vroeg zich af hoe vaak ze het dit jaar écht zo had gevoeld. Ja, als de telefoon te lang stil bleef, als ze dacht dat niemand haar zou missen. Maar er waren genoeg andere momenten: haar kleindochter stuurde spraakberichtjes met liedjes. Greet belde of ze samen boodschappen deden. Bovenbuur vroeg om hulp met de printer (U bent zo handig!).
Ze legde de brief neer, ademde diep uit. Werd zich pijnlijk bewust van alles wat niet gelukt was, maariere mogelijk nog meervan wat er wél veranderde.
Ze keek naar haar handen. De huid dun, aderen zichtbaar, maar deze handen hielden een stok, dekten tafels, aaiden kindersnoetjes.
Ik wilde zo graag makkelijk, handig, onzichtbaar zijn, dacht ze. Maar het werd nou ja, zoals het werd.
Ze herlas de passage om niet tot last te zijn. Dacht aan de week dat haar dochter op bezoek was; samen winkelen in Haarlem, bankjes in het stadspark. Op een slechte dag nam haar dochter een taxi terug, hielp haar de flat omhoog.
Ben ik een last, sorry, zei Anna plotseling.
Dochter stopte, keek haar aan en zei kalm:
Jij bent geen koffer, mam. Jij bent gewoon een mens. Soms heb je hulp nodig. Dat is niet erg.
Dat zinnetje had gek genoeg meer indruk gemaakt dan de honderdste verjaardagskaart. Er veranderde iets, langzaam.
Met de brief in de hand zag ze plots hoe dwingend haar eigen woorden je MOET, je mag niet, je ZULT klonken. Ze stond op, liep naar de kast en pakte een nieuw notitieboek: gekregen van Greet voor haar verjaardag in september. Hier, kan je al je recepten en gedachten in kwijt, had Greet gezegd.
Anna zette zich weer aan tafel, opende het boek op de allereerste bladzijde. Ze keek naar haar brief van vorig jaar, dacht na, pakte haar pen.
Lang bleef het leeg, inwendig een discussietje: To-dolijst maken? Of juist niet? Uiteindelijk begon ze te schrijven:
31 december 2025. Brief aan mezelf volgend jaar.
Toen krabbelde ze het weer door en schreef: December 2025. Briefje aan mezelf.
Dag Anna, je bent 73 nu. Je leest net je brief van vorig jaar, viel wat tegen. Je eet nog altijd laat. Mopperen over de bloeddruk? Check. Je hebt een stok gekocht. Je huilde aan de telefoon bij je dochter. Je kreeg ruzie met je zoon. Gezellige reclame-oma ben je niet geworden.
Maar je hebt wel zelf de huisarts gebeld. In het ziekenhuis gelegen en overleefd. Nieuwe vriendinnen gemaakt. Je gaat naar yoga als het uitkomt. Je lacht een stuk vaker. Je stond in de bus op voor een jonge kerel die het nodig had. Soms voel je je overbodig, vaker nuttig. Ook iets waard.
Hier geen je moet, Anna. Komend jaar mag je wat milder zijn voor jezelf. Wandelen? Mooi meegenomen, niks verplicht. Moe? Ga lekker zitten. Bang? Bel iemand op. Geen drama.
Zolang er maar mensen zijn met wie je thee kunt drinken. Schaam je niet voor die stok; denk van jezelf niet als probleem. Je bent geen lijstje doelen. Je bent jezelf.
Ze veegde een traan weggeen zelfmedelijden, eerder lichte ontlading.
Buiten in het hofje hoorde ze gehamer: de buurtjongens bakenden de plek voor de kerstboom af. Op de achtergrond kondigde de nieuwslezer sneeuw aan voor de feestdagen.
Anna sloot haar boekje, legde het op de oude brief. Ze hield beide met één hand vastalsof ze haar jongere versie even wilde vasthouden.
Toen trok ze haar jas aan, greep haar stok, en keek door het raam: Nelleke zat buiten op het bankje, hond lag in haar schoot.
Anna twijfelde, liep terug en vouwde haar nieuwe brief open:
Vandaag ga ik met Nelleke wandelen. Gewoon omdat ik er zin in heb. En vanavond bel ik mijn dochter niet om te klagen, maar om te vragen hoe het bij haar is.
Ze schoof het boekje in de bureaulade, bij haar verzameling pennen en post-its, zonder datum wanneer het weer open moest.
Ze sloot de deur achter zich en daalde langzaam de trappen af, voorzichtig op elke trede. Haar heup protesteerde, maar vooruit.
Buiten voelde de lucht fris op haar wangen. Toen Nelleke haar zag, zwaaide ze.
An, doen we een rondje om het park vandaag? riep ze.
Ja, zei Anna. En ze voelde iets gladstrijken binnenin.
Daar gingen ze, hun eigen tempo. De hond voorop, pootafdrukken in het natte zand. Anna luisterde naar Nellekes verhalen over haar kleindochter en dacht vast aan de jaarwisseling die eraan kwam. Geen grootse plannen, geen zware voornemens.
Gewoon weer een jaar. Zo goed mogelijk. Met een beetje respect voor haar sterke en zwakke kanten.
En dat, dacht Anna, was misschien gewoon genoeg.






