Breekbaar Geluk

Breekbaar geluk

Welk ballonnetje wil je, Maartje? Deze? Of misschien die daar? Vader wijst naar een van de felle ballonnen aan het kraampje, zijn arm zwenkt van de ene naar de andere kleur. Het is druk op het Rembrandtplein in Amsterdam, de wind laat de tros ballonnen dansen, touwtjes ritselen en knopen raken in de war.

Het lijkt Maartje heerlijk, werken als ballonnenverkoper. Dat moet de allerleukste baan ter wereld zijn!

Die wil ik, papa. Die met het paardje, beslist ze na even denken. Maartje prikt met haar vinger naar de lichtblauwe ballon en kijkt haar vader verwachtingsvol aan. Hij is lang en als zij zo tegen het zonlicht in kijkt, lijkt het net of zijn hoofd straalt. Zoals ze wel eens zien bij de heiligenbeelden bij oma Wil in de woonkamer.

Misschien is papa ook wel heilig. Alleen hij is allang niet meer bij mama en Maartje.

Wat voor vent doet zulke dingen? Zn eigen dochter laten vallen, zn vrouw in de steek laten! moppert oma Wil in sappig Amsterdams, spuugt overdreven op de grond. Een vent van niks, dat is het!

Mama of oma hebben nooit moeite gedaan om Peter voor Maartje af te kraken. Je moet maar weten wie goed is, en wie niet!

Vroeger leek alles normaal. Iris was vrolijk, lachte veel, zorgde goed voor haar man en kroop graag s avonds tegen Peter aan. Maar nu werkt Iris fulltime op een advocatenkantoor, en alles is altijd tekort: het geld, het huis, tijd met Maartje. Peter sleutelt acht uur per dag aan machines in een magazijn maar is nooit opgeklommen. Niet zoals de mannen van haar vrouwelijke collegas, die altijd wat regelen zodat er altijd rekeningen betaald worden. Iris mopperde dat Peter nooit wist geld te maken, nooit wist te handelen.

Onvrede hoopte zich op, zoals vuile was in een volle mand, tot het ontplofte in een fikse ruzie. Iris slingerde verwijten door de woonkamer, Jordi kreeg het gevoel dat alles zinloos was geweest: de overhaaste bruiloft, samenwonen, samen een kind krijgen.

Peter luisterde, werd steeds bleker, klemde zijn vuisten. Hij heeft Iris nooit geslagen, maar hij moest zich bedwingen.

Toen Iris de dure tandartsrekening voor haar moeder aanhaalde, verloor Peter zijn geduld.

Alles is altijd te weinig voor je! Wat wil je dat ik doe, mn nier verkopen om je tevreden te stellen? schreeuwde hij. Hij liep heen en weer, bonkte half op het aanrecht.

Iris deinsde terug. Jij bent een lafaard, Peter. Je bent geen echte man! Ga maar weg het is beter voor iedereen!

Het is waar, Peter irriteerde haar. At te lawaaierig, snurkte, en als hij s avonds thuis kwam, ging al zn aandacht naar Maartje. Nooit vroeg hij eens hoe haar dag was. Hij was altijd bezig: huisjes bouwen van lucifershoutjes, die een hele plank in de woonkamer innamen.

Hij bouwde zelfs een schattig grachtenpandje voor zijn meiden, met veranda en rond raampje. Maar het bleef een huisje van lucifers. Iris schopte op een avond nijdig alle huisjes op de grond.

Peter vertrok. Iris hield haar adem in toen ze de deur hoorde slaan. Zo simpel? Zo snel weg en niet eens sorry zeggen?

Mam! Hij is gewoon weggegaan! Ik heb alleen maar een beetje geschreeuwd, dat is toch niets? Wat moet ik nu? snikte Iris aan de telefoon. Oma Wil suste haar dat ze zich geen zorgen moest maken, anders kreeg ze rimpels.

Ik kom bij jullie wonen, meid, ik help je wel! En Peter krijgt nog spijt! Je moet een melding maken, zeg dat hij alles overlaat en niet naar Maartje omkijkt.

En zo kwam oma Wil snel bij hen wonen, en trok in bij Maartje op de kamer.

s Nachts snurkte oma zo hard dat Maartje zich verstopte onder haar dekbed. Maar als oma dat merkte, trok ze het dekbed weer weg: Beter wennen aan frisse lucht, meisje! En de kiepraam ging steevast open. Maartje vluchtte dan naar mama, maar Iris sliep graag breeduit en Maartje lag vaak in de weg.

Vroeger, als Maartje huilde in haar slaap, kwam Peter bij haar zitten, aaide haar hoofd, verzon sprookjes of zong zacht. Iris lachte hem uit: Je bent echt aan het verwijfde, zeg! Nu moest oma Wil het doen. Maar oma kon niet troosten. Zij mopperde als Maartje niet meteen stil was, trok in één ruk haar dekbed weg, waarna Maartje in haar dunne pyjama zwijgend lag te bibberen.

Wat is er meisje, ben je ziek? vroeg oma dan s morgens, terwijl ze pap voor Maartje maakte. We hebben geld nodig en jij zit te snotteren. Iris! Je dochter is ziek hoor!

De vrouwen stonden boven Maartje, temperaturen, medicijnen en s ochtends ging ze alsnog naar de opvang. Zeg maar niks voor de leidsters, hoor. Hier, een zakdoek. Ik moet mee op een busreis, kan niet anders!

In de opvang kropen anderen over elkaar heen om samen te giechelen. Maartje zat altijd als een stil musje op haar stoeltje doodmoe, met rode oogjes.

Ach, van de familie de Vries brengen ze haar alweer ziek, fluisterden de leidsters. Tja, sinds haar vader weg is, en dan draait moeders overal voor op, en nu ook oma in huis arme kind.

Peter haalde Maartje nooit meer op. Dat mocht niet van Iris. Jij bemoeit je maar niet. Woont niet eens meer hier! Maartje is van mij, besluiten doe ik wel.

Maar Iris, laat Maartje erbuiten! Ze is toch óók mijn dochter! pleitte Peter soms aan de telefoon.

Jij het recht op wat?! Doe niet alsof je een goede vader bent! Dat ben je nooit geweest! Iris gooide de hoorn op de haak.

Oma Wil schoof intussen de asbak dichterbij haar dochter. Meid, er zijn zoveel leuke mannen nog Peter stelt toch niets meer voor?

Iris ging inderdaad weer op jacht. Was hunkerde naar warmte, kracht, een man die alles regelt. Niet veel later kwam Michel over de vloer groot, stoer, tattoos op zijn vingers en altijd met zn neus in haar keuken.

Iris ontving hem enthousiast, zette hem aan tafel. Michel keek alles goedkeurend inspecterend: de keuken, haar kamerjas, zelfs haar houding.

Zon man dominant, allesbepalend wilde ze! Hij zorgde ín elk geval dat dingen geregeld werden, desnoods met ellebogen. Wie niet buigt, duwt hij weg.

Dat Michel haar ruw beetgreep of haar haren trok als ze iets verkeerd zei, nam Iris voor lief: Pure mannelijkheid! Beetje bij beetje schakelde Michel oma Wil uit: Kun je verhuizen, Wil? Wij moeten ruimte, we zijn een gezin.

Hij heeft gelijk, mam! Ik hou van hem! raasde Iris terwijl ze haar moeders spullen inpakte. Oh, en Michel heeft geld voor je achtergelaten. Kijk hoe attent hij is!

Oma Wil knikte tevreden terwijl ze haar nieuwe eurobiljetten telde. Blijkbaar werken haar heiligenbeelden toch.

De mannen zijn als waren op de markt, Iris. Wie slim is, kijkt goed wie hij mee naar huis neemt.

Oma Wil had, zo zegt ze zelf, ooit ook de verkeerde keuze gemaakt. Gelukkig was ze na haar scheiding snel van haar drankzuchtige man af. Geen van beiden is ooit op zijn uitvaart verschenen.

Michel rookte, schreeuwde, at luid. Maartje was bang voor hem. Ze durfde s nachts haar kamer niet uit, ook niet als ze badend in het zweet wakker werd. Toen ze eens in bed plaste van angst, lachte Michel haar uit en Iris lachte mee: Waarom huilen, is toch grappig?

Michel bulderde: Man, wat heb jij een nattebroek! Kom uit de keuken, je stinkt! Daarna trok hij Iris bij zich, diep in haar nek snuivend: Schat, laten we een baby maken, ja? Je moet weten hoeveel ik van je hou! Ik doe alles voor jullie.

Iris werd inderdaad zwanger. Ze werd misselijk, moe en had geen oog meer voor Maartje.

Weg! Naar je kamer, Maartje! Laat me met rust! schreeuwde Iris, terwijl ze weer naar de wc sprintte.

De weekenden bij Peter waren een verademing: rustig, zonnig, een huis vol zelfgemaakte dieren en huisjes waar ze uren mee speelde. Peter was altijd zacht, nooit boos of onvoorspelbaar.

Als Michel thuiskwam, greep hij Iris, zoende haar bruut. Langzaam veranderde er iets in haar gevoel: deze man was niet stoer, maar ronduit hard.

Mam ik kan niet meer! huilde Iris een keer, bellend met haar moeder die ergens in een busreis zat: Michel heeft me zo in zn macht!

Houd vol, meid. Het komt wel weer goed! suste oma Wil, nauwelijks luisterend.

Vandaag mocht Peter Maartje weer meenemen naar Artis. Twee uur dwaalden ze langs de apen, keken eindeloos naar de olifant bij het water. Maartje at poffertjes met poedersuiker, haar handjes helemaal wit en plakkerig. Bij de uitgang koos ze een ballon met het paardje: zo trots als een pauw liep ze naast Peter.

Nieuwe jurk, nieuwe kniekousen, nieuwe schoenen met kersjes erop en nieuwe strikken en nu zon ballon! Maartje voelde zich jarig.

Deze laat ik aan mama zien. Ze is vaak verdrietig. Misschien wordt ze vrolijk van de ballon, zei ze stralend.

Waarom is mama verdrietig?

Weet ik niet. Michel doet lelijk. En er zit iemand in mamas buik, Michel zei dat hij haar “zwanger gemaakt heeft”. Wat is dat, papa?

Peter zuchtte, probeerde kalm te blijven. Dat betekent dat je een broertje of zusje krijgt. Maar zeg dat nare woord maar niet meer, goed? Kom, laten we de roofvogels gaan kijken!

Een fijne dag hadden ze, maar tegen vijven moest Maartje weer terug. Alsof ze een logeerpop was, die op tijd afgeleverd moest worden.

Peter zette Maartje uit, de ballon nog in haar ene hand. Na lang bellen deed Iris open. Ze zag er mager uit, met dikke kringen onder haar ogen.

Jullie zijn er. Michel, Maartje is terug! Kom binnen en schiet op! riep ze naar binnen.

Mama! Kijk eens wat papa voor me heeft gekocht! riep Maartje uitbundig, de ballon bijna in mamas gezicht duwend.

Maar Iris wilde het niet zien, duwde de ballon weg.

Ja, ik zie het. Ga naar je kamer. En laat die ballon uit mn gezicht!

Toen ze wilde slaan, raakte ze Maartje op haar hoofd en niet de ballon. Maartje barstte in huilen uit.

Wat doe je! snauwde Peter, ging beschermend voor zijn dochter staan.

Iris jammerde alleen maar, sloeg met haar voeten, huilde dat iedereen haar moest laten, dat zij moe was, en dat alles stonk zelfs de ballon.

Michel kwam de gang inlopen. Hij kneep zonder pardon de ballon tot hij knalde. Maartje gilde, dook in haar vaders armen.

Peter kon zich niet meer inhouden. Laat je Maartje met rust! Jij moet je schamen bied haar je excuses aan!

Michel hief dreigend zijn vuist maar bleef staan toen Maartje dapper voor haar vader ging staan. Klein, bibberend, maar helemaal rechtop.

Laat papa, ik bescherm hem! fluisterde ze, haar armpjes gespreid.

Michel spuugde op de grond: Wegwezen allebei! riep hij, Iris, maak eten. En morgen schrijf je haar uit moet hij maar voor haar zorgen.

Iris stond zwijgend, haar handen wringend.

Peter, ik heb het huis op Michels naam gezet Hij zei dat het beter was. Wil je alsjeblieft Maartje meenemen, even, tot het rustiger wordt

Maartje stond geregistreerd op omas adres van het huis kon ze haar dochter niet meekrijgen.

Wat heb je gedaan, Iris! Bel de politie, laat hem eruit zetten! Hij jaagt je dochter je huis uit! Peter schudde haar door elkaar, probeerde haar wanhopig te laten beseffen.

We zijn getrouwd en krijgen een kindje. Neem Maartje mee, even, ja? Iris stopte snel wat kleren in een tas.

Maartje was stil. Het voelde als verstoten worden, net als haar vader eerder.

Vanaf toen bracht Peter haar naar de opvang. De leidsters waren vriendelijk, spraken met respect en spraken niet meer over haar moeder.

Thuis bouwde Maartje samen met haar vader een dierentuin van lucifers. Zij legde voorzichtig elk stokje neer, het werd prachtig

Heel Peters leven leek uit luciferhoutjes gemaakt. Eén vonkje en alles kon in as opgaan. Hij had geprobeerd voor een veilig thuis te zorgen, maar Iris had het vuur aangestoken. Nu hadden hij en Maartje een nieuw leven, vol gebreken en gaten, maar Peter deed zijn best. Het begon weer iets moois te worden.

Maar vuur loert altijd. Iris zou Maartje terug kunnen opeisen, of Peter zijn werk verliezen, of Maartje kon ziek worden, of op een dag besluiten haar vader niet meer lief te vinden. Zekerheden zijn er nooit. Je moet het koesteren wat je hebt, en blijven hopen dat het goedkomt.

Soms kwam Iris alsnog even langs, bracht cadeautjes voor Maartje, stond wat onhandig in de gang. Peter nodigde haar uit om te blijven eten, ze at inmiddels weer goed.

Het is fijn bij jullie, zei ze als het weer tijd was om te gaan.

Iris hoopte dat Peter haar zou vragen te blijven maar hij deed het niet meer.

Snap je dit nou niet, Peter! Jij moet me redden, zoals iedere man hoort te doen! Wat moet ik nog meer zeggen? Wil je excuses? Goed, sorry. Neem me terug, laat me bij jullie wonen…

Peter keek haar aan, vermoeid maar vastbesloten. Ik hoef jou niets meer, Iris. Jij bent volwassen, en ik ook. Maartje blijft nu gewoon hier. Je nieuwe gezin past mij niet meer. Doe oma de groeten. Ik moet terug naar Maartje.

Hij hielp Iris in de taxi, zwaaide haar uit. Ze hadden nu ieder hun eigen huisjes van lucifers.

…En toen het nieuwe kindje geboren was, kwam Peter Iris halen uit het ziekenhuis. Michel kwam niet opdagen.

Peter, wil je alsjeblieft blijven?, vroeg Iris zacht toen ze thuis waren. Maar Peter voelde alleen nog medelijden, geen liefde.

Thuis stonden Maartje en Margaretha klaar. Margaretha had Peter leren kennen in het amateurtheater, waar zij de kaartjes verkocht. Peter kon eindeloos twijfelen over welke voorstelling het beste voor Maartje was.

Neem maar Assepoester, dat is prachtig. Mijn nichtje vond het geweldig!, raadde Margaretha aan.

Hoe weet u dat ik een dochter heb? vroeg Peter.

Omdat u damesschoentjes in de tas heeft, glimlachte Margaretha. Dansles?

Ballet, maar de schoenen zijn te groot. Nou vooruit, Assepoester dan. Op haar verjaardag.

Die verjaardag werd een feest met taart, spelletjes en vuurwerk. Iris belde nog om Maartje te feliciteren, maar kon niet langskomen, want de baby sliep. Michel bleef vaker s nachts weg, klaagde dat hij die drukte zat was. Oma Wil zat nu in een luxe verzorgingshuis met alles erop en eraan. Dankzij Michel, die haar appartement verhuurde.

Maar toen kwam de politie aan de deur, Michel bleek gezocht. De boel brandde figuurlijk af. Iris bleef met een baby achter, en had eigenlijk niets meer behalve Oskar, haar nieuwe kleine mannetje.

Alles in het leven is breekbaar, merkte Maartje. Eén wankel huisje, een kleine vonk, en alles kan instorten. Maar als het gebeurt, kun je opnieuw bouwen als je samen bent, lief wilt zijn voor elkaar en het verleden leert loslaten.

Want geluk is kwetsbaar, maar hoop en liefde geven je altijd de kracht opnieuw te beginnen.

Rate article