Een klein, onopvallend kitten dook ineens op bij de buurtsuper in een Nederlands dorp. Niemand wist of ze zelf de weg had gevonden of dat iemand haar daar had achtergelaten. Het kleine, pluizige poesje, met de naam Marlies, was druk doende, trok haar pootjes in en trilde van kou en vochtigheid. Haar miezerige miauw raakte de meeste voorbijgangers niet. Haar snuitje zat vol met korstjes, de ogen waren smal dichtgeknepen en haar vacht op oren en nekje was flink uitgevallen. Hoe ze precies bij de winkel was beland, wist niemand, maar het was duidelijk dat haar situatie erbarmelijk was.
De medewerkers van de buurtsuper hadden medelijden. Ze lieten Marlies soms even binnen opwarmen en behandelden haar met een paar druppels tegen parasieten. Helaas bleek dit niet voldoende. Elke dag kwam het poesje weer trouw bij de winkel zitten, alsof dit haar vaste plek was geworden, en vroeg ze verlangen naar aandacht en genegenheid.
De nachten werden kouder en bij temperaturen rond het vriespunt begon Marlies al te beven. Het was duidelijk dat zij de Hollandse winter niet zou overleven als het strenger zou vriezen. Een van de verkoopsters dacht aan afgelopen zomer, toen wij ook al eens een achtergelaten katje bij deze winkel hadden opgehaald, en besloot contact met ons op te nemen voor hulp.
Toen we arriveerden om Marlies op te halen, draaide ze cirkeltjes om onze voeten en de reismand. Het leek alsof ze begreep: dit was haar laatste kans om niet op straat te hoeven blijven. Ze ging voorzichtig op haar achterpootjes staan, sloeg haar staartje om onze handen en probeerde met al haar charme in de smaak te vallen.
Op het eerste gezicht was er weinig twijfel: Marlies had schurft. Gelukkig was dit op tijd ontdekt en behandelbaar. Na een kuur met druppels zoals Stronghold of Advocate begon ze al snel op te knappen.
Eenmaal bij het opvanggezin genoot Marlies van de warmte en zorg. Ze snorde als een klein motortje en zocht voortdurend knuffels. De eerste dagen waren vooral gevuld met slapen en eten alles op haar eigen tempo.
De naam was snel gevonden: Puck. Ondanks haar onhandige uitstraling was Puck buitengewoon aandoenlijk en deed denken aan een klein kromkom Saartje, zoals de aardappeltjes in de streek genoemd worden. Na twee behandelingen met druppels had ze alweer grote heldere ogen en een vriendelijk gezichtje.
De vacht op haar oren en pootjes was nog niet helemaal aangegroeid, maar dat zou met de tijd vanzelf goed komen. Puck stond inmiddels al gepland voor sterilisatie en veranderde langzamerhand in een vrolijke, gezonde en prachtige poes.
Het verhaal van Puck herinnert ons eraan dat iedereen, ongeacht uiterlijk of verleden, warmte en aandacht verdient. Soms heeft iemand alleen wat medeleven, geduld en een tweede kans nodig om tot bloei te komen.






