Appeltje

Appeltje

– Je bent precies als je moeder!

– Hoe bedoel je, oma? Anouk merkte dat ze haar schouders spande, maar hield zich snel in. Van wie moest ze zich eigenlijk verdedigen?

– Sluw, altijd. Je moeder luisterde nooit naar iemand! Net als jij!

– Maar wat zou ik dan moeten horen?

– Mij! Jij hoort naar mij te luisteren! En respect te tonen! Want ik ben ouder, en ik weet wel hoe het leven in elkaar zit! Duidelijk?

Anouk keek verbaasd naar de enigszins verwarde, rood aangelopen vrouw, die driftig met haar vinger voor haar neus zwaaide.

Wat bijzonder eigenlijk, dacht ze. Waarom verwacht oma eigenlijk altijd dat iedereen luistert? In het huis verschijnen en nooit meer weggaan!

Ze trommelde even met haar vingers, als een kunstenaar die het gevoel heeft de gum vast te hebben. Wat had ze een dag willen uitgummen of tenminste wat lichter willen inkleuren. Geen gedoe, geen ruzies, geen harde stemmen Daar hield Anouk niet van. Haar moeder sprak nooit op die manier met haar. Die zei altijd: Echte mensen kunnen luisteren én horen.

– Oortjes open, Anouk, en goed luisteren! Net alsof je een konijntje bent. Weet je waarom een konijn zo goed luistert? Omdat een vosje heel stil loopt. Luistert het konijn niet goed, dan gaat het mis.

– Dat wil ik niet! kleine Anouk keek altijd met grote ogen naar haar moeder.

– Precies, daarom is een konijn slim. Luistert met zn oortjes én rent heel hard als het moet. Geen enkel vosje blijft hem voor!

Het was al zo lang geleden, maar Anouk herinnerde zich haar moeders woorden en sprookjes feilloos, hoe oud ze inmiddels ook was.

Gek, vroeger dacht ze altijd dat haar moeder overdreef of gewoon dingen verzon. Maar nu snapte ze dat haar moeder vaak gelijk had gehad.

Neem nou die oma. Haar moeder heette Greet, en Anouk kende haar tot vorig jaar nauwelijks. Ze leefde met haar moeder in een klein stadje aan het IJsselmeer, ging naar het kinderdagverblijf, had wel eens ruzie met Maartje en Liselot, maakte het altijd weer goed en rende daarna met hun voor ijsjes over de dijk. Op een dag was er de basisschool, later Bart, en eerste zoenen bij het water tijdens een zonsondergang.

En toen was er haar moeder…

Anouk omklemde de grote blauwe kraal aan haar zelfgemaakte armband, ooit gemaakt door haar moeder.

– Het is misschien geen echte, maar kijk eens hoe mooi! Soms is echt veel te zwaar of ingewikkeld, en wordt je daar helemaal niet gelukkig van, wist je dat? Soms is een alternatief zo slecht nog niet.

– Hoe bedoel je, mam?

– Nou kijk, waarover had je laatst eigenlijk ruzie met Maartje?

– Ze zei dat wij arm waren, omdat jij geen echte Adidas schoenen had gekocht, maar neppers. Ze zei dat ze precies wist hoe het eruit moest zien.

– Ach ja, daar heeft Maartje wel gelijk in. Die schoenen maakte ome Henk. Maar niemand zei dat het merkschoenen waren, toch?

– Nee.

– Maar ze zijn van goed leer, mooi, en met liefde gemaakt. Ome Henk maakt het altijd met aandacht. Jij vindt ze mooi toch?

– Ja!

– Nou, waar gaat het dan om of ze van een merk zijn? Het zijn allemaal labeltjes die mensen verzinnen om zich beter te voelen. Zo: kijk eens, ik heb iets wat jij niet hebt dus ik ben beter. Maar is het echt zo belangrijk?

– Nee…

– Zo is het! Belangrijker is dat je van binnen echt bent, niet nep. De rest is bijzaak. Sommigen geven om het merkje, anderen genieten gewoon van wat ze hebben. En geloof me maar, die laatste zijn vaak veel gelukkiger.

Anouk bleef daar nog een tijd over nadenken. Ze kreeg er zelfs de halve vloer van schoon, want ze poetste alles in haar kamer én die van haar moeder. Toen vroeg ze uiteindelijk aan haar moeder in de keuken waar haar moeder haar beroemde abrikozenjam stond te roeren:

– Mam, dan is Maartje toch geen echte vriendin? Want ze zegt meestal lieve dingen, maar soms ook gewoon rot. Ze vond mijn schoenen echt mooi, dat weet ik zeker. Maar ze durfde het gewoon niet toe te geven.

– Hoe weet je dat dan?

– Liselot zei dat Maartje thuis een heel drama maakte. Ze wilde schoenen die nog mooier waren dan de mijne.

– Ach, Anouk haar moeder legde de houten lepel weg en sloeg een arm om haar heen. Niet te snel oordelen. Maartje is ook nog klein

– Ik ben niet klein!

Anouk keek haar moeder woest aan, die alleen maar glimlachte. Ze wist dat haar dochter vooral op zichzelf boos was.

– Voor mij wel. Jullie zijn beiden nog kinderen. En is dat erg? Mijn moeder is er allang niet meer, maar wat zou ik nog graag even klein zijn… Gewoon geknuffeld en getroost worden…

Haar moeder zuchtte even, gaf haar een kus op haar haar, en vervolgde dan:

– Maar goed! Waar we het over hadden Maartje. Je moet haar een beetje tijd geven. Denk je nog eens aan die keer dat ze je naar huis droeg toen je van de schommel was gevallen? Ze was banger voor jou dan voor zichzelf! Ook al had ze haar eigen knieën geschaafd. En weet je nog dat ze zo hard huilde in het ziekenhuis dat de dokter haar ook een prik wilde geven, gewoon zodat ze zou kalmeren?

– Ja, dat weet ik nog.

– En die nieuwe stiften die haar vader had meegenomen en die ze jou gaf, omdat je ziek was? Terwijl ik haar niet op bezoek liet komen. Dat ze jou vroeg je mooiste tekening te maken zodat ze die op haar kamer kon hangen?

– Ja, mam, dat weet ik nog

– Kijk, en dan is het ineens niet belangrijk meer wie de duurste schoenen heeft. Dat is allemaal bijzaak. Later lach je erom. Vergeet vooral niet te koesteren wat je hebt.

– Ze is trouwens al komen praten.

– Waarvoor?

– Om het goed te maken. Ze zei sorry.

– En jij?

– Ik zei dat ik haar niet wilde zien en dat wij niet arm zijn.

– Was je boos?

– Heel erg.

– En nu?

– Nog steeds, maar minder…

– Geef het de tijd. Als je nu toegeeft, vergeef je haar niet echt en blijf je boos. En dan groeit het uit tot meer ruzie.

Hoe Anouk haar moeder miste! Haar moeder zou precies weten wat ze moest zeggen of doen. Vooral nu, nu oma ineens in hun leven was.

Oma kwam zomaar opdagen, onverwachts. Anouk wist niet eens dat haar moeder zich zo slecht voelde, of dat ze de ex-schoonmoeder had gebeld om hulp te vragen.

– Nou zeg, Irene! Ik had niet gedacht dat ik je nog eens zou zien! Een stevige, rood aangelopen vrouw deed puffend het tuinhekje dicht en leunde ertegenaan, zwetend van de warmte. Niet uit te houden, die hitte!

– Goedemiddag, Greet!

Anouk keek haar moeder verbaasd aan toen ze die gekke toon in haar stem hoorde.

– Is dit Anouk? Greet bestudeerde Anouk met een scherpe blik. Lijkt nergens op! Ben je zeker dat dit Sjoerds dochter is?

– Jij blijft ook altijd jezelf hè

In haar moeders stem klonk een lachje. Anouk ontspande. Dus zo erg was het allemaal niet. Mama zei toch altijd komt goed uit.

Oma beviel haar niet. Te druk, te nerveus, niet te houden. Ineens was het huis een en al geregel en nuteloze drukte.

– Zoals altijd een puinhoop! Dat je hier niet gewoon eens schoonmaakt, Irene?! Je hebt notabene een kind! En bovendien een meisje! Zo leert ze nooit huisvrouw zijn. Haar man schopt haar meteen de deur uit als ze trouwt! Groot gelijk heeft ie!

Anouk snapte niet waarom haar moeder niks zei. Die keek met een glimlach toe hoe Greet dwars door het huis denderde en overal haar wil oplegde, maar protesteerde nooit.

De katten raakten zo van de rel door dit tumult dat ze zich verstopten waar ze konden, en Rakker de hond die Anouk van ome Henk had gekregen vlijde zich in stilte in de schaduw van de appelboom achterin de tuin. Elke keer als Greet het huis binnen bulderde, gromde hij zacht.

– Kijk, die hond is het enige wijze wezen in huis. Die snapt gewoon dat ie niet binnen hoeft te zijn! Dieren horen niet in huis!

De katten, ondertussen, schoten meteen naar buiten zodra ze oma met de bezem hoorden aankomen.

En toen, voor het eerst, liet Anouk merken dat ze niet over zich heen liet lopen. Ze pakte Noor, haar favoriete kat, onder haar arm en stampte met hoog opgetrokken schouders naar haar kamer.

– Wat moet dat voorstellen?! Anouk! Greet brulde en Rakker reageerde meteen vanuit de tuin met luid geblaf.

– Ik doe dit voor haar! zei Anouk met een kalme stem terwijl ze zich omdraaide. De katten blijven binnen. En Rakker ook. Die waren hier al vóór u. Gaat het om orde, zegt u? Dan horen de dieren hier. Dit is óns huis! U bent te gast. Thuis mag u het anders doen.

– Anouk! Irene slaakte een diepe zucht en sloeg haar hand voor haar mond. Dit had ze haar dochter nog nooit horen zeggen.

Tot haar verrassing was Greet helemaal niet beledigd. Ze kneep haar ogen samen, trok haar mond in een grijns en zei:

– Typisch onze familie. Goed zo! Appeltje valt niet ver van de boom, Irene! Je had haar best wat harder mogen aanpakken!

Vanaf dat moment liet oma de dieren met rust. Ze mopperde af en toe als ze er één tegenkwam, maar joeg ze nooit meer het huis uit.

Er was trouwens weinig tijd voor katten. Alles ging ineens zo snel dat Anouk machteloos naar de ouderwetse klok op de kast keek en wenste dat ze de tijd kon tegenhouden.

Waarom moest alles zo snel? Waarom? Haar moeder was nog veel te jong! Anouk had haar zo hard nodig! Zo oneerlijk

Maar de tijd lachte haar uit. De minuten tikten meedogenloos voorbij, en niets of niemand kon dat tegenhouden.

Ziekenhuis, artsen, medicijnen…

Irene overleed op een vroege lentedag.

De dag ervoor had Anouk voor het eerst de ramen opengegooid, de frisse wind van het IJsselmeer naar binnen gehaald, en zachtjes gezegd:

– Mam, binnenkort bloeit de kersenboom weer. Nog héél even maar.

– Ik hoop het, liefje… Ik zou het zo graag nog zien

Toen duidelijk werd dat haar moeder er niet meer was, brak Anouk uit in woede en trok de tak af die altijd naar het slaapkamerraam van haar moeder groeide. Waarom stond die er nog? Er was toch niemand meer die ernaar keek…

Greet was hard voor Anouk. Ze trok haar in een stevige omhelzing, trok een grote witte zakdoek uit haar zak het leek meer op een theedoek en commandeerde:

– Hup, laat maar gaan! Huil! Schreeuw het uit! Het helpt, geloof me! Je kon er niets aan doen. Iedereen heeft zn eigen tijd…

Hoe wist oma dat? Hoe wist ze precies wat er in Anouks hoofd omging? Ze voelde zich zo schuldig. Haar moeder werkte altijd te hard, sliep te weinig, deed alles voor haar… Zodat zij naar de kunstacademie kon, verder kon leren…

En Anouk? Die hing vaak met Bart en haar vriendinnen rond, in plaats van te zwoegen op haar huiswerk of voor haar ezel te zitten schilderen. Haar cijfers waren niet top, en de tijd tot het eindexamen was al bijna op. Ze was wel serieuzer geworden, maar haar moeder had ze dat nooit meer kunnen vertellen.

Het briefje van haar moeder, dat Greet haar pas op de dag van de veertigste overhandigde, kwam precies op tijd.

– Hier, neem maar. Je moeder heeft iets voor je geschreven. Lees alles goed.

– Waarom zit er geen postzegel op? Anouk draaide de envelop in haar handen.

Voor Anoukje… Meer stond er niet in haar moeders nette handschrift.

– Denk maar niet dat ik het gelezen heb. Je mag me dan een zure ouwe taart vinden, maar aan andermans spullen kom ik niet. Nou, vooruit, aan de slag! Er moet opgeruimd worden. Als je wilt, kun je straks helpen. Maar ik moet door!

Anouk voelde wel dat Greet vrijwel meteen spijt kreeg van haar harde toon, toen ze de deur dicht trok. Ze liep naar haar oude deurpost, waar haar moeder ooit met potlood haar groei aftekende.

– Wauw, wat word je groot, Anouk!

Haar moeders stem klonk zo echt, dat ze bijna schrok.

Groot Had ze maar wijzer geweest! Dan was ze vast voorzichtiger geweest met mensen. Haar moeder zou haar gedrag niet goedkeuren. Ze schoof het briefje op haar schoot, durfde het nauwelijks open te maken. Zoveel had ze zelf niet meer kunnen zeggen…

De envelop was goed gevuld. Ze haalde de vellen eruit, sloeg een arm om Noor, en begon te lezen.

Anouk! Hou op met huilen nu! Jij bent sterk! De wereld is zo mooi! Ook als het moeilijk is. Koester wat je hebt. Verspil geen tijd aan spijt die je niks brengt. Je zult vast zeggen dat we te weinig tijd samen hebben gehad. Maar eigenlijk hadden we zoveel… Meer dan veel mensen ooit krijgen. Al snap je dat nu misschien niet…

Laat ik beginnen bij hoe ik je vader leerde kennen. Snap je, hij was een bijzondere man. Toen ik hem zag, was ik gelijk verliefd. Mijn vriendinnen lachten me uit: Maar hij is toch rossig!? Ze zagen gewoon niet hoe speciaal hij was, als een zonnetje. Jij lijkt op hem, behalve uiterlijk van hem heb je eigenlijk alleen de sproeten, je ogen en je neus. De rest is van mij. Toen jij werd geboren, droomde hij van jouw krullen, net zoals zijn moeder Greet.

Greet is een goede vrouw! Neem haar directheid niet persoonlijk. Ze bedoelt het goed: niet altijd even netjes of zacht, maar zéker betrouwbaar.

Misschien vraag je je af waarom je haar nooit hebt gezien? Dat is mijn fout. Ik was jong, onzeker. We kregen gigantisch ruzie toen jij nog klein was. Met je vader had ik het gezellig, tot hij verliefd werd op een ander. Dat kan gebeuren, Anouk…

Hij hield van mij, van jou, maar toen kwam iemand die voor hem alles betekende. Dan kun je niet blijven veinzen. Hij was altijd eerlijk.

Dat snap ik nu, toen helaas niet. Ik was boos en verdrietig, kon nauwelijks ademhalen. Net toen kwam Greet. Nu besef ik: ze kwam haar zoon toespreken ze wilde dat ons gezin bij elkaar bleef. Maar ja, zoals altijd begon ze met Waarom is het hier zon rotzooi? en ik barstte los. We schreeuwden van alles naar elkaar, dingen waar ik tot op vandaag spijt van heb.

Wat had ik moeten bedenken hoe ze kwam helpen toen ik op bed lag tijdens de zwangerschap. Ze kwam weken, kookte voor me, hield het huis schoon. Ging pas terug naar huis toen ze zeker wist dat alles goed was.

Ik wist toen niet dat ze die andere vrouw sprak. Ze hoopte ons te redden, maar kon niet accepteren dat het gewoon voorbij was. Uiteindelijk is ze zelfs met die vrouw bevriend geraakt en hield van haar kinderen als haar eigen kleinkinderen. Dus ja, Anouk, je hebt een halfbroer en een halfzus. Als je hen ooit wil ontmoeten, oma maakt het mogelijk. Wees welkom in hun leven. Je hoeft niet alleen te zijn.

En nu, over wat je verder gaat doen. Anouk, ga leren! Ik wil dat je een toekomst hebt. Maar doe vooral zelf wat je wilt. Laat niemand over je beslissen! Je bent zo creatief, mijn meisje, maak daar gebruik van. Dat is een gave! Het zal niet altijd makkelijk zijn. Greet helpt je met alles. Er is een spaarpotje voor je. Niet veel, want het meeste is op, maar het moet je helpen je eerste stappen te zetten. En je hebt altijd al bijverdiend. Jouw beschilderde tasjes en schilderijen vonden toeristen altijd prachtig. In Amsterdam of Rotterdam verkoop je die zeker makkelijker. Laat die droom niet varen. Maak m waar. Ik geloof dat je ooit jouw werk in een galerie hangt. Misschien zie ik het niet hier, maar ik leef in jou mee.

Ik hou van jou! Ben soms bang, maar weet dat je het aankan. Mijn sterke, slimme meisje.

Hup! Weg met die tranen!

Mama.

Anouk legde het briefje weg en bleef nog lang zitten, hoofd gebogen, haar kat naast zich, terwijl de avond langzaam viel. Haar moeder zei toch: niet huilen.

Noor lag al lang in slaap naast haar, en Anouk staarde verwonderd naar buiten, niet wetend hoe verder.

Het antwoord kwam in de vorm van Greet, die de deur opengooide, het licht aan deed en zei:

– Kom op! Genoeg in het donker gezeten. Ga je mee naar de keuken? Kopje thee. We moeten aan de slag, geen tijd voor tranen!

Greet zag niets in haar kunstplannen. Ze wilde Anouk best wat bijbrengen, maar vond een echte baan als boekhouder een stuk slimmer daar had je tenminste geld aan. Maar Anouk liet zich niet van haar droom afbrengen. En toen zei Greet uiteindelijk, met een blik waar de familiehuiver van zou krijgen:

– Stijfkop! Je bent net als je moeder, altijd een ezel. En omdat die dat woord jaren niet uit durfde spreken, is het leven nodeloos ingewikkeld geworden voor ons allemaal.

– Zoveel jaren heb ik gezocht! Niemand die mij vertelde dat je moeder jouw naam had veranderd! Als ze dan haar meisjesnaam had genomen, maar ze koos voor een hele andere! Hoe kreeg ze dat voor elkaar?

– Ome Henk hielp daarmee.

– Die moet ik toch nog echt een hartig woordje spreken! Dat hij mijn hoop op een kleindochter heeft belemmerd! Ach, hij zal het wel goed bedoelen.

– Niet boos worden, hij is altijd vriendelijk geweest. Hij vroeg mijn moeder zelfs met hem te trouwen.

– En je moeder wilde niet?

– Nee, ze hield van mijn vader. Als ik hun verhaal had gekend, had ik haar misschien kunnen overtuigen.

– Ach gossie, Greet zette met een klap een appeltaart voor Anouk neer. Eet op! Denk na over je plannen! Wat is dat nou, kunstenaar worden? Je had accountant moeten zijn! Heb je altijd geld.

– Oma! Dat is toch niet alles?

– Eerst andermans geld leren bijhouden, dan volgt je eigen geld vanzelf…

– Dat is niks voor mij! Ik wil doen wat ik leuk vind! Mijn moeder zei dat ze je geld voor mij heeft gegeven? Over een maand word ik achttien. Dan vertrek ik. Geen zorgen meer voor jou. Ik red het wel.

Greet snoof verontwaardigd, hief haar vermanende vinger, maar hield zich in. Ze bekeek Anouk goed, grijnsde en maakte van haar hand drie vingers: de bekende kindersein.

– Let maar op! Ik ga met je mee! En ik houd je in de gaten tot er een topkunstenaar uit je groeit! Ik heb het je moeder beloofd, dus jij blijft niet alleen! Stil nou!

Greet schoof de taart nog dichterbij en commandeerde:

– Eten! Anders wordt het koud!

En een paar jaar later zou je dan door een kleine galerie in het centrum van Amsterdam lopen. Je zou ze samen zien: Greet, met haar rode haar, ongekamd en mollig, een grote jongen met hippe bril en Anouk met haar zoontje op de arm.

– En? vraagt Anouk dan uiteindelijk toch. Al nam ze zich honderd keer voor het niet te doen, en gewoon op het oordeel te wachten.

Greet zou zich omdraaien, haar neus ophalen, de baby van Anouk pakken even een snottebel wegvegen, hem lekker op haar arm nestelen, en dan pas knikken:

– Goed gedaan! Mooie lijsten ook. Al heb je wel veel verf verspild, Anouk! Had heus wat zuiniger gekund, qua formaat vooral! En maak je eens schoon in je atelier, ik was er vanmorgen je struikelt over de kliederboel! Gijs! ze draait zich om naar de jongen. Waar kijk jij dan naar?

– Is er iets, Greet?

– Zie je dan niet die wallen onder haar ogen? Ze slaapt nauwelijks meer! Hoor eens: Sjonny gaat mee met mij vandaag! Jullie gaan maar uitrusten, bijkomen, en kom maandag terug. Duidelijk? Goed, dan gaan we nu. Kom maar, kleintje!

En vlak voordat ze langs Anouk loopt, strijkt Greet even langs haar wang en fluistert:

– Je moeder zou zó trots zijn op jou! En ik ook! Je weet toch dat je mijn appeltje bent? Goed zo, meisje… Appeltje van de boom.

Rate article