Lieve dagboek,
Mijn leven is altijd een beetje anders geweest dan dat van de mensen om mij heen. Mijn moeder, Marijke, hertrouwde en kreeg kinderen met haar nieuwe man in Utrecht. Zij woonde daar, had haar eigen leven en hield zich nauwelijks bezig met mij. Daarom bleef ik bij mijn oma, oma Janna. Zij was mijn rots in de branding, mijn veilige haven.
Na oma was buurvrouw Liesbeth de persoon die het dichtst bij mij stond. Zij was een goede vriendin van oma Janna, en voor mij werd zij haast een tweede oma. Ik kwam vaak bij haar over de vloer; soms nam ze iets lekkers voor me mee, een stroopwafel of wat dropjes. Onlangs ben ik getrouwd met Erik en samen wonen we nu in een knus appartementje in Amersfoort. Maar eerlijk is eerlijk, Erik is na het huwelijk niet meer de charmante, galante vent van daarvoor.
Vanavond, na een lange werkdag, spraken we af bij de Albert Heijn om boodschappen te doen. We liepen samen de winkel door en toen we bij de kassa waren, ging Erik opeens opzij staan. Toen ik alles had afgerekend, wilde ik de tassen aan hem geven. Maar toen ik mij omdraaide, zag ik hem niet meer staanhij was al naar buiten gelopen.
“Erik, neem alsjeblieft deze tassen even over, ze zijn zwaar,” riep ik hem na. “Waarom moet ík ze dragen?” antwoordde hij geërgerd. “Omdat je nou eenmaal een man bent en ik een vrouw. En die tassen wegen best wat.” “Wat maakt mij dat nou uit,” snauwde hij, “jij kunt ze net zo goed tillen. Wat denk je, dat ik je bediende ben?”
Zonder om te kijken liep hij het plein op, precies wetend dat ik hem met die zware tassen nooit bij zou kunnen houden. Het was niet ver naar huis, maar het voelde als kilometers met al dat gewicht. Ik dacht eerst dat hij een grapje maakte en zo terug zou komen. Maar nee, dit was puur opzet.
Achteraf hoorde ik dat zijn vrienden hem hadden aangemoedigd om de touwtjes in handen te nemen in het huwelijk. Volgens hen moest een man bepalen wat er gebeurde, en niet zijn vrouw.
“Erik, help me, waar ga je naartoe?” riep ik nog. Ik wist dat hij ook de boodschappen zwaar had zien worden, want hij had er flink wat spullen bij gedaan. Maar hij reageerde niet. Terwijl de tranen prikten, sleepte ik mezelf verder. Even wilde ik alles laten staan, maar ik zette toch door. Eindelijk kwam ik bij onze flat; ik zakte neer op het bankje voor de deur, zo moe en verdrietig dat ik er wel om kon huilen. Het was alsof hij precies wist wat dit met mij deed.
Net toen ik op wilde staan, hoorde ik een warme stem. “Hey, Lonneke!” Dat was buurvrouw Liesbeth. “Dag, Liesbeth,” antwoordde ik zachtjes.
Ik pakte de tassen op en gaf haar zomaar al mijn boodschappen. Liesbeth was zo dankbaarvan haar AOW kon zij zich lang niet al deze dingen veroorloven. Na een afscheidszoen ging ik naar boven, vastbesloten niet te huilen.
Kaum thuis deed Erik meteen de deur open, zijn ogen glimmend van verwachting. “Waar zijn de boodschappen?” vroeg hij. “Welke boodschappen?” antwoordde ik rustig. “Die jij mij zo enthousiast hebt helpen dragen?” “Toe nou, ga je nu doen alsof je boos bent?” “Nee, hoor. Ik ben helemaal niet boos,” zei ik, zachter dan ik dacht dat ik zou kunnen.
Ik zag aan alles dat hij kabaal had verwacht, ruzie of een scheldpartij. Maar ik bleef ijzig kalm. “Ik dacht dat ik een man naast mij had staan, maar blijkbaar wil jij liever een vrouw die zware tassen tilt.”
Zonder nog wat te zeggen liep ik naar de slaapkamer, pakte de koffer van Erik in, en zette zijn spullen op de gang. Ik wist dat als ik nu stil bleef, het de volgende keer alleen nog maar erger zou worden. Er komt een punt dat je voor jezelf moet kiezen, en vandaag was dat punt voor mij aangebroken.






