Vroeger, lang geleden, woonde Jasper in Amsterdam, waar de straten er nog wat rustiger uitzagen dan nu. Hij werd opgevoed door zijn opa, omdat hij weinig wist over zijn moeder en zijn vader hem had verlaten voor een vergeefse muzikale carrière ergens ver weg in het buitenland. Op school keek Jasper altijd met jaloerse ogen naar zijn klasgenoten, die verwend werden door hun ouders met mooie kleren en lekkernijen uit banketbakkerijen aan de grachten.
Ondanks dat zijn opa dag en nacht werkte eerst als postbode in de ochtend en ‘s avonds in een klein café konden ze zich weinig veroorloven, en Jasper moest het doen met versleten kleding en slechts enkele oude speeltjes. Op zijn verjaardag droomde hij ervan ooit eens een grote brandweerwagen van hout of een spelcomputer te krijgen.
In de hoop op een vleugje magie schreef hij al ver van tevoren een brief aan een tovenaar uit Utrecht. Maar op de ochtend van zijn verjaardag vond Jasper onder zijn kussen alleen een oude, gerafelde sok van opa, waar één enkel Wilhelmina-pepermuntje in zat. Gekwetst en teleurgesteld kon hij zijn tranen niet bedwingen. Opa probeerde hem te troosten en zei: Ach jongen, wees niet verdrietig! Zie je niet hoe bijzonder je bent? Deze sok is niet zomaar een sok het is een magische sok. Elke ochtend verschijnt er een pepermuntje in. Zo is het vanaf nu, en zo zal het altijd zijn! De tovenaar heeft je een prachtig cadeau gegeven; hij had toevallig mijn sok te pakken en die betoverd.
Jasper veegde zijn ogen droog en keek verwonderd naar de sok. Vanaf die dag lag er werkelijk elke ochtend een pepermuntje in het sokje. Trots vertelde hij op de peuterschool aan de andere kinderen over zijn magische ontdekking, waardoor de andere kinderen wel eens jaloers werden.
Toen de jaren verstreken en Jasper ouder werd, leerde hij uiteindelijk de waarheid kennen. Maar hij werd niet boos om het kleine leugentje om bestwil integendeel, hij werd geraakt door de liefde en het doorzettingsvermogen van zijn opa om hem gelukkig te maken.
Toen Jasper eenmaal volwassen was, de universiteit van Leiden had afgerond en een goede baan kreeg, verloor hij opa nooit uit het oog. Hij bleef samen met zijn familie bij zijn opa wonen in Haarlem. Op zijn laatste verjaardag besloot Jasper opa een sok te geven, geborduurd met een groene appel een knipoog naar vroeger. Opa was dolgelukkig en riep blij dat er voortaan dagelijks een magische appel in zijn sok zou verschijnen. De betoverde band tussen Jasper en zijn opa bleef altijd sterk, vol warme liefde en dankbaarheid voor elkaars bijzondere geschenken.






