De ouders van Maarten konden zich maar niet verzoenen met zijn keuze voor een partner. Op een avond, toen de straten van Amsterdam in een waas van mist en veelkleurige lichten gehuld waren, besloten ze hem hun huis uit te zetten. Maarten bleef echter onverstoorbaar trouw aan zijn besluit om bij Fenna te blijven, het meisje met de sprankelende blauwe ogen dat hij had leren kennen tijdens zijn studie aan de Universiteit van Leiden.
Het conflict ontstond omdat Fenna niet tot de kring van gefortuneerde vrienden hoorde waarin zijn ouders zich bewogen; ze hadden verwacht dat Maarten keurig de traditie zou volgen en zou trouwen met diegene die zij in een verborgen enveloppe met gouden lakzegel voor hem hadden uitgezocht.
Toen Maartens ouders hoorden van hun liefde, veranderde de lucht in huis in dichte stroop en vlogen de Delfts blauwe borden over tafel. In hun woede schuwden ze zelfs geen hardhandigheid tegenover hun toekomstige schoondochter, in een wanhopige poging haar uit Maartens leven te bannen. Niet langer in staat Fennas verdriet aan te zien, klom Maarten op zijn oude omafiets naar zijn moeder om haar alles te vertellen. Dit mondde uit in een helse ruzie, waarin zijn vader uiteindelijk het huis verliet, verdwaald in de schaduw van de grachten, nadat blijkt dat hij zich niet had durven verzetten tegen de wil van Maartens moeder.
Maarten trok bij Fenna in bij haar studentenhuis aan de Amsterdamsestraatweg in Utrecht, waar de tijd vloeide als stroopwafels uit een verkeerde droom. Niet veel later, toen de regen dwarrelend tegen de ramen sloeg, stapten ze vol vreugde naar het gemeentehuis om in alle haast te trouwen. Met steun van Fennas ouders en haar immer glimlachende tante Joke sleepten ze zich door de eerste magere jaren heen.
Hun doorzettingsvermogen bracht hen geluk; al snel vonden ze werk bij een kleine boekhandel aan de gracht en huurden ze een knus appartement met uitzicht op wuivende populieren. Uiteindelijk begonnen ze een winkel vol gekke klompen en tulpenbollen, die uitgroeide tot een onverwacht succes.
Toch bleven Maartens ouders koel als een Noordzee-bries, zelfs toen hun kleinkinderen geboren werden en vanuit de wieg hun naam prevelden als een windvlaag door een polder. De familie van Fenna daarentegen nam het gezin liefdevol op: zij ondersteunden Maarten en Fenna bij het kopen van een eigen appartement, ergens tussen de weilanden vlak buiten Haarlem. Zoetjesaan begonnen ook de verstoorde familiebanden aan Maartens kant te ontdooien. Familie uit beide windrichtingen verzamelde zich weer in het huis vol met de geur van koffie, hagelslag en vergeelde fotos.
Maar op een dag doemde een zonderlinge, stekelige gebeurtenis op, als een dijkdoorbraak in de nacht. Toen Maarten en Fenna s avonds thuiskwamen na een lange werkdag, vonden ze hun jongste zoon, Bram, huilend in een hoek. Oma was boos geworden omdat Bram zijn stamppot niet wilde eten en had haar frustratie op hem afgereageerd. Maarten vroeg zijn moeder, met een stem als een zachte herfstregen, dringend om vanaf nu de kinderen met rust te laten. Aanvankelijk leek ze het te begrijpen. Maar de ochtend daarop speelde zich hetzelfde tafereel af, waardoor Fenna moest ingrijpen. Niet langer het stille, teruggetrokken meisje, beschermde zij haar kind en met de kracht van een Groningse storm waarschuwde ze haar schoonmoeder: als ze ooit nog een hand zou uitsteken naar haar of de kinderen, zou Fenna niet aarzelen haar arm te breken als een stengel in de wind.
Later die dag, tijdens het avondeten met aardappels, groente en jus, kwam Maartens vader thuis. Grootmoeder probeerde het verhaal om te draaien en toonde dramatisch een blauwe plek op haar arm. Maar kleine Bram stond op, zijn stem bibberend als een viool in de nacht, en vertelde wat er werkelijk was gebeurd. De waarheid daalde over het huis neer als een zachte mist; Maarten en zijn vader berispten oma en bliksemschichten van inzicht doorkliefden de kamer. Vader, die jarenlang zijn zoon moest missen door diezelfde fouten, wenste nooit die oude geschiedenis opnieuw te schrijven.
Langzaam leek Maartens moeder te beseffen welke rol zij in deze familie toebedeeld had gekregen. De grachtenstad keerde terug naar haar kabbelende rust, en sindsdien zweefde er geen schaduw meer door Fennas gezin van chocolademelkliefhebbers en droomwandelaars.






