William kon het meisje niet in de steek laten in haar moeilijke situatie en nam haar in huis. Al snel werd ze zwanger van zijn kind en werd zijn vrouw. Hoewel de man vol trots over zijn echtgenote vertelt aan iedereen, durft hij één belangrijk geheim nooit met iemand te delen.

Deze droomachtige gebeurtenis speelde zich een paar maanden geleden af, ergens tussen mistige fietsbruggen en eindeloze rijen knotwilgen in de buurt van Utrecht. Tegen het vallen van de avond keerde Willem terug van Schiphol, waar hij net zijn moeder had opgehaald. Terwijl hij over de natgeregende snelweg reed, zag hij plotseling een meisje op de vluchtstrook staan, haar naam was Fenna een naam die zomaar uit de mistsluiers van Hollandse verhalen had kunnen komen.

Willem besloot haar een lift aan te bieden. In de auto rook alles naar natte wol en vers gemaaid gras, want Fenna was doorweekt tot op haar huid. Hij legde zijn dikke jas, met de geur van koffie en stroopwafels, liefdevol om haar schouders. Ze vertelde onsamenhangend over haar vader, die zijn hand tegen haar had opgeheven, over de druppels regen die op haar ziel vielen als zoute haring op een boterham. Fenna vroeg of Willem haar bij het station in Amersfoort wilde afzetten, zodat ze de nacht kon doorbrengen tussen de slapende duiven en fluisterende vertrekborden, tot het ochtendlicht een beslissing zou brengen.

Maar Willem, met zijn brede, zorgzame hart dat klopte als een drijvende pannenkoekenboot, kon haar niet zomaar achterlaten in de kille nacht. Hij stelde voor om bij hem onder de oude dakpannen te overnachten, waar de regen zachtjes tikkend hun dromen zou begeleiden.

En zo kwam het dat Fenna in Willems huis bleef, haar leven een verhaal dat zich ontvouwde tussen Delfts blauwe borden en de geur van jenever. Drie maanden dreven voorbij als water over de grachten, en ineens, begaf de tijd zich op ongekende paden. Fenna werd ziek; haar gezicht was bleek als de mist boven het IJsselmeer. De huisarts, altijd op klompen en met de stem van een dijkwachter, vertelde: Fenna is zwanger.

Willem wist niet wat te voelen. Zijn gedachten waren als fietsen die door de modder moesten ploegen: zwaar, stroperig en onzeker. Maar ergens tussen de molens en tulpenvelden van zijn geest besloot hij dat er van een abortus geen sprake kon zijn. Hij vroeg Fenna ten huwelijk, niet op zijn knieën maar zittend aan de keukentafel met een kopje sterke thee.

Later vertelde Willem aan iedereen over Fennas wonderlijke hutspot en hoe ze zijn huis in een warm nest veranderde. Hij glimlachte bij de geur van appeltaart en keek met trots toe als ze de stoep aanveegde net als zijn moeder vroeger deed. Maar diep in hem, verborgen achter de gordijnen van zijn ziel, wist Willem dat hij nooit in staat was geweest een vrouw werkelijk te beminnen. Hij bleef bij Fenna uit een zachtmoedige vorm van medelijden, een verplichting die zo bijzonder Hollands is praktisch en zachtaardig tegelijk.

Hij vroeg zich af hoelang hun sprookjeshuwelijk stand zou houden, maar elke ochtend wanneer de zon als een oranje kaas boven de polder opkwam, voelde Willem zich gelukkig als hij Fenna zag glimlachen, alsof dwalen door een droom op een waterfiets nooit helemaal voorbij hoefde te zijn.

Rate article