Maartje was slecht.
Heel slecht, bijna medelijden had je met haar, zo slecht was Maartje.
Iedereen probeerde het haar te laten weten, dat ze slecht was.
Slecht, en bovendien ongelukkig.
Natuurlijk, ze had geen man, haar zoon was volwassen, woonde op zichzelf.
Maartje was alleen, niemand die haar nodig had.
Op maandagochtend kwam ze op kantoor. Iedereen strooide met verhalen over hoe ze het hele weekend hadden gewassen en gepoetst.
De een had op de volkstuin hard gewerkt, de ander had jam ingemaakt.
Maartje zweeg, wat moest zij vertellen? Ze had niets te zeggen, geen man thuis, het kind volwassen, dus ze hield zich stil.
Vandaag vroeg zij eerder te stoppen, iedereen wist dat ze een paar keer per maand vroeg vertrekt.
De hoofden schudden afkeurend en iedereen wist waar ze heen ging: naar haar talloze minnaars.
Op kantoor wist men zeker: Maartje had er velen, want ze was immers slecht.
Heel slecht.
De anderen waren goed; gehuwde vrouwen, druk met gezinsleven, maar Maartje was slecht.
Maartje, zegt haar moeder, waarom ben je zo?
Hoe bedoel je, mam?
Niet gesetteld, had je nou maar een vent gevonden, dochter.
Het is nog niet te laat, je zou zelfs nog een tweede kind kunnen krijgen, tegenwoordig bevalt iedereen na hun veertigste.
Maar waarom zou ik dat doen, mam? Waarom nog een vent, nog een kind bij een vent? Maartje kijkt haar moeder eerlijk verbaasd aan Waarom? Ik heb een zoon, Jasper, dat is genoeg.
En een vent, zoals jij zegt, waarvoor heb ik die nodig? Wat moet ik ermee? Ik heb Job toch.
Maartje! roept moeder emotioneel, Job is toch niet jouw man!
Hoezo niet mijn man? Tuurlijk wel, lacht Maartje, hij vraagt me elke week uit, geeft cadeaus, helpt me op vakantie te gaan, zeurt nooit, stuurt me niet naar zijn moeder om ramen te wassen, laat me niet zijn sokken en onderbroeken wassen, verwacht geen diner, belaadt me niet met zijn problemen, ligt niet de hele avond op de bank.
Dat is zegen, mam.
Ja, het is een zegen maar het komt allemaal terecht bij zijn arme vrouw.
Wil je dan dat die lasten op mij terechtkomen? Laat maar, ik ben begin veertig. Ik was twee keer getrouwd, twee keer, en ik rende van dat geluk weg, de pantoffels achterlatend.
Mijn eerste man, de vader van Jasper, ben je vergeten? Jij duwde me toen in dat huwelijk, achttien was ik, want hij was ouder, dus slimmer, serieuzer, van me hield, respecteerde, bovendien goed bij kas, toch mam?
Vijf jaar zat ik in die gevangenis, ik mocht niet studeren, geen vriendinnen zien, zelfs met Jasper niet bezig zijn: te jong, zou vast iets verkeerds doen, enkel zorgen voor hem en zijn moeder.
Je had wel gelijk, mam, ik droeg goud, ja, zeker.
Eens per maand werd ik als een huisdier uitgelaten, zodat men kon zien: kijk, een jonge vrouw, helemaal netjes, niet zon pop zoals de rest.
Maar zelf zocht hij die poppen juist op…
Toen ik wegging, en om een scheiding vroeg, dankzij mijn lieve oma, die mij hielp, eiste hij alles terug, zelfs mijn ondergoed…
De tweede keer trouwde ik uit liefde, studeerde en werkte tegelijk, weet je nog mam?
Overdag als een bezetene studeren, de gestolen kansen inhalen, s avonds werken om geen blok aan jullie been te zijn.
Maartje! Hoe kun je zo denken? Heb ik je ooit iets verweten, heb ik je ooit het brood of soep geweigerd aan mijn eigen dochter en kleinzoon?
Jij niet, mam Maar er is ook iemand anders…
Wie?
Papa, wie anders. En mijn broer, Niels, zon grote vent, op dat moment nog helemaal nergens, waarom zou hij ook maar iets doen? Moeder zorgt immers…
Jij in de avonden nog aan het werken, naar de supermarkt onderweg, want de vogels hebben honger, eentje op de bank, de ander achter de computer.
Je kookt, poetst, strijkt…
Dus trok ik, uit pure liefde, snel weer het huwelijksboot in, want alleen leven kende ik al.
Wat veranderde er voor mij? Helemaal niks. Alleen meer gedoe: Maartje werd Maartje-geen-moment-rust.
Mijn vent op de bank, Maartje op het werk, daarna het kind ophalen in de crèche, mijn eigen kind; waag het niet de man ermee lastig te vallen, dat is niet zijn taak, zelfs al was het zijn eigen kind, mannen moeten rusten, dat is geen vrouwenzaak.
Rennen door supermarkt, alles op mij; kind, boodschappen, ik heb geen auto, waarom? Natuurlijk, een man heeft die harder nodig, hij kan toch niet met de tram naar het werk?
Alle vrouwen doen zo, wat bedoel je ik ben moe? Wie zal anders het avondeten koken?
Ik kook voor iedereen, de tafel gedekt, iedereen gevoed, de was gedaan, gestreken, en dan hup, de man plezieren, want als hij niet zijn deel warmte en liefde krijgt, gaat hij vreemd, dat is een schat…
Geld tekort? Dat is jouw probleem, als je eigen kind er niet genoeg van krijgt had je maar een echte zoon gebaard, dan zou hij helpen, zo niet, zoek een andere sukkel die jou en je kind onderhoudt.
Nee, sorry, je slaat de plank mis…
Wat bedoel je, geen geld voor het repareren van de auto? Dat is toch van mij? We zijn toch een gezin…
Vergelijken: wat jij verdient met niets doen, en wat ik…
Jij had geluk, Maartje.
En nu ga je weg?
Ach, verdwijn dan maar, wie zou jou willen met een kind, haha.
Zo, mam, zo ben ik getrouwd geweest, eerst met iemand die meer verdiende, toen met iemand die minder kreeg. Het maakte niets uit.
Iedereen fijn, behalve ik, mam, alleen ik had het zwaar.
Maartje, iedereen leeft zo, kind.
Nou, laat ze zo leven, mam! Ik niet, ik wil het niet meer.
Hoe was jouw zaterdag nog?
Niels en Marije legden Olav en Femke bij ons, ik liep met ze door het park, bakte pannenkoeken, heb verder weinig gedaan; beetje stof afgenomen, gestofzuigd, de vloer gedweild, de was gedaan, s avonds de kinderen naar bed, vader gevoed, gestreken, gezeten, daarna om één uur eindelijk naar bed.
En zondagochtend werden de kinderen wakker, vroegen meteen om pannenkoeken, dus bakte ik ze weer. Niels en Marije kwamen, ik roosterde de kip, sneed wat salades, bakte pizza, we aten samen, ruimde op, om elf uur stortte ik uitgeput op de bank, viel meteen in slaap, s nachts maakte vader me wakker om naar bed te gaan…
Mam, ik herinner me niet dat jij ooit zo veel met Jasper hebt gezeten. Ik kan me niet herinneren dat ik jou ooit met mijn kind heb opgescheept om zelf uit te rusten.
Maartje, jij was altijd zelfstandig, die andere kinderen, oh, daar zijn geen woorden voor…
Wil je weten, mam, hoe ik het vorige weekend doorbracht? Vrijdagavond belde Jasper en vroeg of ik Tijmen een weekend kon nemen, zij wilden naar de bergen.
Natuurlijk nam ik Tijmen, waarom niet?
Tijmen is de kat van Marije, de vriendin van Jasper, ja mam, als je minder druk was met Niels en zijn gezin, zou je misschien weten wat je oudste kleinzoon bezighoudt.
Dus, ‘s avonds gaf mijn zoon met zn vriendin de kat af, brachten pizza mee, en vertrokken.
Ik at de pizza lekker op en stortte mij op Netflix; ik hoefde immers niet s ochtends mijn bed uit te springen.
Zaterdagochtend ging ik koffie zetten, Tijmen eten geven, wat stof wegdoen, een wasje draaien, en jou bellen om je mee te nemen naar het museum of gezellig kletsen.
Papa nam op, jij was druk, handen nat, iets aan het afwassen.
Hij noemde me een luie donder, zei dat moeder zich uit de naad werkt, met de kleinkinderen bezig is, en dat ik als een baronesje in het museum rondloop.
Even was ik beledigd maar kwam snel tot bezinning, papa heeft altijd gelijk.
Ik ging naar het museum, er was een tentoonstelling van jouw favoriete kunstenaar, ik herinner me dat jij hem vroeger geweldig vond.
Daarna koffie in de stad, wat winkelen, dacht aan Tijmen, ging naar huis, de kat lag rustig te slapen.
Ik wilde nergens meer heen, ging op de bank liggen en keek series.
Zondags sliep ik met Tijmen tot elf uur, wilde jou vragen om te varen met de watertram, maar Marije nam op, volle mond, zei dat je bezig was, waarschijnlijk afwassen of de tafel opruimen.
s Avonds belde Job, vroeg me uit eten in een restaurant. Ja, ik ging, waarom niet?
Ik ben een vrije vrouw, vraag hem niks over zijn huwelijk, we praten daar niet over, hij belast me niet met zijn problemen, ik hem niet met de mijne.
Prima avond gehad, vroeg naar bed, uitgerust naar kantoor.
Ik heb geprobeerd om te daten met ongetrouwde mannen, mam.
Dat is ellendig.
Ze zoeken een moeder, of zijn gekwetst door alle exen, overlopen van kinderen, gescheiden.
Wat kijk je zo naar me, mam?
De wereld is veranderd.
Een daarvan zei dat ik verplicht was zijn kinderen te accepteren, want als vrouw draag je nu eenmaal liefde voor alle kinderen.
Hij betaalt alimentatie voor de kinderen en ex-vrouw, want die, hoe ze ook is, ze is de moeder van zijn kinderen.
En de rest van zijn salaris gaat naar zijn hobby vissen. In ruil daarvoor krijg ik verse vis te eten.
Op mijn vraag of hij Jasper helpt, werd hij boos: Jasper heeft toch zijn eigen vader!
Is dat eerlijk? Ja, volgens hem wel. Daarom heb ik hem laten gaan; Jasper heeft niet alleen zijn vader, hij heeft ook zijn moeder, ik dus.
Natuurlijk ben ik slecht, moeder, kleinzielig, egoïstisch, slim, een sluwe draak. Alsof ik een arme man met mijn kind wil laten zitten en lekker gaan leven…
Dus, mam, vandaar Job.
Ja, ik ben slecht in jullie ogen, en helemaal niet beschaamd om zo te leven.
Het doet me pijn en maakt me verdrietig dat jij zo leeft, mam, daarom probeer ik je af en toe uit huis te krijgen, zoals vandaag; ik heb jou en papa wijsgemaakt dat ik hulp nodig heb.
Mam, met mij is alles goed, nu gaan we samen tijd voor onszelf nemen; nuttig, gewoon samen, jij en ik, jouw dochter.
Je bent gek, Maartje, wat nou met papa?
Wat is er met papa, is hij ziek?
Nee, maar het eten…
Ik geloof niet dat er niks staat.
Het moet worden opgewarmd en, ja, Niels
Mam! Ik kan boos worden, serieus ik weet dat ik slecht ben, maar laat mij nu eens goed zijn, laten we samen ontspannen. Ik smeek je…
Op maandag delen de vrouwen op het werk hoe vermoeiend het weekend was, vakantie noemen ze het.
Maar Maartje glimlacht stiekem; iedereen weet dat Maartje slecht is.
Ze loopt met een dansende tred, haar lach voor iets dat alleen zij kent.
Iedereen snapt wel wat er omgaat in die kop van Maartje vast slechte dingen.






