Mijn dochter is 32 jaar en heeft twee kinderen een van 8 en een van 5. Al hun hele leven ben ik een aanwezige oma geweest. Vanaf het moment dat ze geboren zijn, was ik degene die voor ze zorgde als mijn dochter moest werken, ik bracht ze naar school als hun vader niet kon, en bleef bij ze als hij er niet was. Maar een half jaar geleden begon alles langzaam te verschuiven vooral nadat mijn schoonzoon, die 35 is, aan een nieuwe baan begon. Volgens hem denkt hij nu anders.
De eerste vreemde gebeurtenis begon toen mijn kleindochter vertelde dat ze haar haar kort wilde knippen, net als een meisje uit haar klas. Ik zei dat ik haar zou begeleiden, als het haar blij maakte. Toen mijn schoonzoon het hoorde, ontstak hij in woede. Dat ik rebellie aanwakkerde, zei hij, en meisjes moeten er gewoon vrouwelijk uitzien. Hij vroeg me op te houden met beslissingen nemen voor hun kinderen. Met een zwaar hart fietste ik naar huis wie had kunnen denken dat een paar gewone woorden zon storm konden veroorzaken?
Op een andere dag was mijn kleinzoon verdrietig, omdat hij op school een speelgoedje mee moest nemen, en hij zijn zelfgemaakte autootje had uitgekozen. Zijn vader vond het rotzooi en drong aan op een duur cadeau. Ik zei tegen de jongen dat het autootje prachtig was, juist omdat hij het zelf in elkaar had gezet. Maar mijn schoonzoon vond dat ik goedkope dingen waarde gaf, en zo zouden de kinderen nog ongemotiveerd raken. Die avond zei mijn dochter dat ik hun zelfbeeld beschadigde.
Het werd het vreemdst, drie weken geleden. Mijn kleindochter had een slechte score op haar dictee. Ik stelde haar gerust: iedereen maakt fouten, ze is slim en doet haar best. Hij kwam binnen, hoorde ons, en snauwde dat ik falen aan het goedpraten was, dat ze daarom lui bleef. Hij vroeg me haar niet zo toe te spreken tijdens haar straf, omdat ik de kinderen tegen hem opzet. Mijn dochter vroeg me zachtjes niets meer te zeggen, om hem niet boos te maken.
Vanaf toen werden de bezoeken stroef. Eens kwam ik binnen, het meisje rende op me af om een tekening te laten zien. Ik zei dat hij prachtig was, dat ze talent had. Hij verscheen in de deuropening: Moet je haar nou alweer vertellen dat ze kunstenaar is? Zo raakt ze alleen maar van haar pad. Het meisje liet de schouders hangen. Ik bleef stil deze keer, bang voor zijn uitbarsting.
De laatste druppel was twee weken terug. Mijn dochter zei:
Mam hij denkt dat je ideeën in hun hoofd stopt. Dat je ze te soft maakt. Dat je ze verward maakt.
Ik vroeg: Wat voor ideeën?
Ze zei:
Dat je dat je ze laat uitdrukken wie ze zijn. Dat je naar ze luistert. Dat je zegt dat ze keuzes hebben. Hij vindt dat je zijn gezag ondermijnt.
En toen vertelde ze me, dat hij liever had dat ik voorlopig niet meer langskwam. Ik vroeg haar of zij het eens was. Ze werd stil. En fluisterde:
Het is gewoon ik wil geen ruzie thuis.
Sindsdien heb ik mijn kleinkinderen niet meer gezien.
Mijn kleinzoon stuurde een spraakberichtje via mijn dochters telefoon dat hij me mist, dat hij weer met mij naar school wil fietsen, net als vroeger.
Mijn kleindochter, zegt mijn dochter, vraagt elke avond naar mij, maar ze mag me niet spreken, omdat ze daar verdrietig van wordt.
Ik weet niet hoelang dit nog zal duren.
Ik weet alleen dat mijn schoonzoon vindt dat troosten, steunen en luisteren ideeën opleggen is, en mijn dochter probeert haar huis geen slagveld te laten worden.
Wat moet ik doen?






