Mijn ouders boden een ruil aan: hun appartement in ruil voor ons ouderschapskapitaal. Toch kwamen mijn man en ik er later achter dat we zijn opgelicht.

Als enig kind werd ik niet echt het lievelingetje van het gezin, al hadden mijn ouders me jarenlang overladen met verwachtingen. Toen ik 23 was en vijf maanden zwanger, begon ik zelfs te twijfelen of ik wel echt hun biologische dochter was, zo weinig leek ik op hen. Mijn ouders zijn beiden de zeventig gepasseerd, en onze financiën zijn hoe zal ik het zeggen typisch Nederlands aan het eind van de maand: gierig. We wonen noodgedwongen in een klein huurappartementje in Rotterdam en proberen het hoofd boven water te houden, maar het water klotst eigenlijk al zon beetje over de drempel.

Samen met mijn vriend inmiddels officieel partner, want die term vinden mijn ouders net iets netter klinken studeren we en hebben we baantjes, maar reken maar niet dat we daarmee alle boodschappen bij de Albert Heijn kunnen betalen, laat staan dat we kunnen sparen. We zijn al twee keer met dreigende huisuitzetting geconfronteerd omdat de huur weer niet betaald kon worden, waarna we schoorvoetend bij vrienden geld moesten lenen. Resultaat: schulden tot aan de hagelslag, een lege portemonnee en zo nu en dan een maaltijd bestaande uit alleen maar brood en pindakaas. Af en toe springen mijn ouders bij met een paar zakken aardappelen of een pak melk maar veel verder dan dat gaat hun steun niet.

En alsof financiële stress niet genoeg is, begonnen mijn ouders er telkens over dat het nu toch tijd werd voor een beetje stabiliteit en dat kinderen daar heel goed bij zouden passen. Mijn moeder herhaalde met de nodige stemverheffing dat ik vooral niet moest treuzelen met het krijgen van een kleinkind, anders zou ik haar achterna gaan en net zo eindigen als zij wat dat dan ook moge betekenen. Maar wij zagen dat op dat moment, met onze studentenbanen en onze bankrekening op nul, dus echt niet zitten.

Toen kwam ineens die gouden belofte: mijn ouders boden ons hun kindgebonden budget en spaarpot aan jawel, het hele spaarvarken zou eraan geloven als ik een kindje kreeg. Daarmee, zo stelden ze het voor, konden wij eindelijk dat droomhuisje in een rustig dorpje bij Gouda kopen, terwijl zij zelf het landelijke leven zouden omarmen en hun oude dag tussen de koeien zouden slijten. Wij hoefden dan alleen nog het huurappartement in de stad te behouden. Mijn vriend Sander en ik vonden het idee aantrekkelijk klinken: eindelijk een dak boven ons hoofd zonder dat we elke maand bang hoefden te zijn voor de verhuurder. Moeder verzekerde me dat zij op de kleine zou passen, zodat ik gewoon kon afstuderen tussen de luiers door.

Er kwam zelfs garantie op praktische hulp en financiële ondersteuning: zoveel als een stel jonge ouders zich maar konden wensen alles, zolang wij maar dat kind gingen baren. Maar, je raadt het al, inmiddels zeven maanden zwanger en er is letterlijk nog geen luier, rompertje of speentje door mijn ouders gekocht. Mijn moeder belt wel graag om te checken of we wel goed bezig zijn met alles regelen voor de komst van de baby, terwijl ik zelf elke euro omdraai en zelfs de HEMA te duur vind voor babykleertjes. Haar advies? Sander moet nog maar een derde baantje nemen; kan best, joh je bent jong! Telkens als ik zeg dat ze ons hulp hadden beloofd, beweert mijn moeder plots nooit zoiets gezegd te hebben en noemt ons onvolwassen omdat we zo afhankelijk zouden zijn. Ze krijgt de lachers op haar hand behalve ik dan.

En toen onze dochter Maartje eindelijk geboren werd, wisten ze zich bij wonder herinneren van hun spaarpot verhaal, maar toen hebben Sander en ik besloten: we kopen gewoon helemaal zelf een appartementje. Vertrouwen op andermans beloftes? Een typisch Hollandse les: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg en reken vooral op jezelf, niet op de spaarvarkens van je ouders.

Rate article