Ga Rechtop Zitten – Een Ochtend in het Stadsdeelloket: Digniteit, Routine en Respect in het Nederlan…

13 februari

Vandaag stond ik extra vroeg op. In de gang checkte ik wéér eens de map met papieren, paspoort, formulier, betaalbewijs en daarbovenop het keurig uitgeprinte briefje met het adres van het gemeentehuis en mijn afspraak. Pas nadat alles klopte, knoopte ik mijn jas dicht. Ik heb er altijd een hekel aan als mensen op mij moeten wachten, en nog erger vind ik het als iets door mij over moet dus hield ik het tempo rustig maar vastberaden, alsof ik me voorbereid op een lastig gesprek.

In de keuken draaide ik het gas uit (nergens voor nodig, maar controle is aangeleerd). Ramen dicht. Koffiekopje in de gootsteen. Even met de hand over het aanrecht en dan sta ik voor de spiegel in de hal. Weer dat dunne, grijze haar, snor netjes getrimd. Ik strijk mijn overhemdkraag glad het verandert niets aan hoe ze tegen me zullen praten, maar je probeert wat.

Niet tot last zijn, herhaal ik in mezelf. Geen leus, eerder een dagelijks anker. Niet om hulp vragen als het niet hoeft, niet zeuren over details, stem laag houden. Respect begint blijkbaar met zorgen dat je anderen geen extra werk bezorgt. Maar diep vanbinnen blijft die stem die zegt: respect hoort van twee kanten te komen.

Met de bus reis ik naar het gemeentehuis in Amersfoort. Aan de halte heb ik mn OV-kaart al paraat, zodat ik bij het instappen niet hoef te rommelen. Iedereen om me heen staart op zn telefoon of praat hard door de oordopjes heen. Ik kijk naar mijn handen, dunne huid, blauwe aderen. Merkwaardig, denk ik: het lijf wordt ouder, maar als je je zelfrespect niet verraadt, blijft dat altijd fier.

Binnen is het druk en licht. Overal schermpjes met wachtvolgorde, mensen twisten over afspraken. Ik kies mijn loketnummer op de automaat, check alles extra, en neem een ticket aan dat nog warm is van het printen. Die verdwijnt angstvallig bij mijn papieren.

Bijna geen stoelen vrij ik vind een plekje helemaal op de hoek, naast een vrouw met een plastic map vol documenten. Mijn map stevig op de schoot, kijk ik toe hoe alles gaat. Jonge medewerkers met blauwe hesjes lopen af en aan, als mieren op onzichtbare paden. De baliemedewerkster herhaalt als een mantra: Via de website plannen, zonder ticket geen toegang, heeft u de scans?

Als mijn nummer knippert, sta ik vlot op. Mijn benen doen niet altijd zoals ik wil, maar ik laat niets merken. Het kantoortje is klein, met computer, scanner en een stoel. Achter het bureau een jonge vrouw haar gezicht moe, haar haar netjes in een knot. Zonder op te kijken zegt ze:

Gaat u maar zitten. Papieren graag.

Ik neem plaats, leg alles netjes op volgorde voor haar.

Paspoort, formulier, betaalbewijs, zeg ik.

Ze bladert vluchtig door mijn paspoort, klikt met haar muis.

Kopieën erbij?

Ik kan die hier maken, werd me gezegd, zeg ik voorzichtig, meteen toevoegend: Ik betaal het anders graag.

Ze zucht diep, alsof ik haar iets onmogelijks vraag.

Daar staat het kopieerapparaat. Zelf doen. Volgende.

Het woord volgende klinkt als een commando, niet aan mij, maar aan de hele stad. Iets warms welt op in mijn borst, maar ik houd me in. Alles rustig terug in de map, niet vergeten. Naar het kopieerapparaat. Daar stuntelt een jongen met scheef geslagen vellen het apparaat eet ze bijna op.

Ik help wel even, zegt hij.

Dank u, ik red mij wel, zeg ik, al trillen mijn vingers.

Ik leg het paspoort in het apparaat. Nog voor ik de melding kan lezen, is het beeld onscherp. De jongen grabbelt wat en reset alsnog eindelijk lukt het me, ik stop alles bij terug in de map, reken bij de betaalzuil snel mijn 0,50 euro af en keer terug naar de balievloer. Mijn nummer is al verdwenen. Ik toon mijn ticket bij de informatiebalie.

Sorry, ik moest kopieën maken, leg ik uit.

Ze werpt een snelle blik.

Nummer is verlopen. Even nieuw ticket trekken.

Maar het was gevraagd probeer ik nog.

Nieuw ticket, graag, snauwt ze.

Iets trekt samen in mijn keel. In mij groeit een drukkende teleurstelling, alsof ik een natte doek inadem. Ik zou kunnen zeggen dat ik niet opzettelijk ben ik zie de rij, de vermoeide blikken, en weet dat elk woord nu slechts een last is.

Dus trek ik een nieuwe, ga weer zitten, map nog strakker vast. Mijn handen er stevig overheen, alsof ze houvast geven.

Mijn volgende loket is een jongen, oortje in één oor, spijkerjack. Snel:

Paspoort. Kopieën. Formulier.

Ik overhandig alles. Hij bladert, fronst.

Uw handtekening staat verkeerd. Even opnieuw.

Kunt u precies aanwijzen waar? vraag ik, ik wil het correct doen.

Zonder te kijken wijst zn vinger vluchtig.

Hier. Kom op, het is duidelijk. Schiet op.

Het kom op snijdt. Mijn pen schiet uit, hand bibberig. De streep zwart als inkt, breder dan bedoeld. Schaamte, ineens tastbaar zichtbaar.

Oké. Nu foto.

Hier? twijfel ik.

Daar, fotohokje. Volgende.

Het fotohokje is aan het einde van de gang. Voor mij een puber met moeder, daarachter een man in werkjas. Fotograferen voor documenten, prijkt op de deur. Ik hoor een stem:

Rechtop zitten! Niet bewegen!

Als ik aan de beurt ben, zit daar een oudere medewerkster, stevig, kort haar. Ze wijst streng.

Gaat u zitten.

Ik neem plaats, map op schoot, rug recht.

Kijk omhoog. Nee, omlaag. Rechtop zitten, alstublieft.

De stoel is laag en mijn rug doet pijn, maar ik zeg zacht:

Ik doe mijn best.

Niet best doen. Gewoon dóen. snauwt ze. Bril af.

Zonder bril zie ik weinig. Als u even aangeeft waar ik moet kijken?

Staat aangegeven. In de lens. Bril reflecteert, afzetten.

Ik berg mijn bril in het krakkemikkige etuitje dat al jaren bij me hoort.

Niet knipperen nu. Niet bewegen. Waarom zit u zo onrustig?

Het wordt weer warm in mijn buik. Ik blijf keurig stil, doe alles zoals gevraagd. Maar haar toon klinkt alsof ik op voorhand schuldig ben.

Ik kan het, zeg ik, dit keer beslist. Spreekt u mij alsjeblieft met u aan, en niet zo luid.

Ze verstijft verrast, denk ik. Dan trekt ze haar mondhoeken op.

Jeetje, wat gevoelig. Dit is geen gesprek, gewoon foto maken. Rechtop en geen gezeur.

Het jeetje treft harder dan geschreeuw. Mijn gezicht gloeit. Iemand in de gang fluistert dat het lang duurt.

Ik zou wat kunnen slikken, zoals meestal. Doorgaan voor het gemak. Maar nu voel ik dat, als ik niks zeg, ik niet alleen met een pasfoto wegga, maar met het gevoel dat ik niets waard ben.

Ik sluit voorzichtig mijn brilcase, berg hem weg. Map stevig op schoot.

Niet in discussie, u graag. Anders wil ik graag de leiding erbij.

Leiding? herhaalt ze, luid.

Dan meld ik het aan de balie, zeg ik, en sta op.

Ze schuift met haar stoel opzij. Gaat u maar. De irritatie is niet weg.

Ik blijf staan. Bang dat ze mij wegsturen, dat de anderen last van mij hebben. Maar dat schuift niet meer.

Ik open de deur.

Wat is er? vraagt iemand.

Ik heb gevraagd om respectvol aangesproken te worden, zeg ik rustig.

Bij de balie hef ik het gesprek aan.

De medewerkster in het fotohokje spreekt op een nare toon. Ik zou graag met u aangesproken willen worden.

De baliemedewerkster kijkt dit keer langer.

Naam van de medewerker?

Die weet ik niet, het is het enige fotohokje.

Ze pakt haar portofoon.

Mevrouw van den Broek, wilt u naar het fotohokje komen?

Na een minuut komt er een vrouw in donkerblauwe blazer, badge. Ze vraagt wat er is.

Ik vertel neutraal: de toon, het geluid, het jeetje. Schaamte houd ik voor mezelf.

Ze knikt. Komt u.

Samen gaan we terug. De fotografe perst haar lippen op elkaar.

We hebben een klacht over het aanspreken, zegt de leiding. Gewoon vriendelijk verder.

Ik volg gewoon mn protocol, zegt de fotografe. Iedereen doet hier moeilijk

Het kan ook zonder stemverheffing, onderbreekt de leiding. Vlot verder graag.

De fotografe wijst zonder woorden. Ik neem plaats, map op schoot, bril af.

Kin iets omhoog niet knipperen.

Klik. Op het scherm verschijnt de foto.

Is dit goed? vraagt ze.

Zonder bril kan ik het niet zien. Mag ik kijken?

Ja, zet uw bril op.

Ik schuif dichterbij mijn blik in het scherm is ouder dan ik mij voel, maar recht.

Prima zo, zeg ik.

Ze drukt de fotos, stopt die in een zakje. Alstublieft.

Dank u, zeg ik kijk haar aan dat u het nu vriendelijk deed.

Ze kijkt weg, zwijgt.

In de gang beweegt iedereen weer. De man in werkjas moppert, maar de puberfluistert: Dat heeft u goed gedaan.

Die woorden verlichten iets in mij. Geen overwinning, eerder opluchting, alsof ik zelf ook even rechterop mocht.

De rest loopt gesmeerd. Bij het loket is men zakelijk, maar niet meer ongeduldig. Ik ontvang mijn afhaalbewijs.

Map dicht, elastiek er omheen, stoel netjes aanschuiven. Bij de uitgang trek ik mn handschoenen aan meer tegen de spanning dan tegen kou.

Schaamte, nog altijd, alsof ik extra lastig ben, alsof ouder zijn ongezien moet. Maar het gevoel dat het anders kan, is sterker: ik ben niet onbeschoft geweest. Ik heb alleen een grens getrokken.

Op het plein buiten open ik de map, controleer of de fotos er écht in zitten en druk die tegen mijn borst niet om papier, maar om het recht op een normaal gesprek.

Ik stap richting de bushalte, nog steeds traag. In mijn hoofd klinkt nog rechtop zitten, maar het is nu meer herinnering: je kunt rechtop zitten, óók van binnen. Zelfs als de wereld haastig en geïrriteerd blijft. Stil, maar duidelijk praten soms werkt dat gewoon.

Rate article