Mijn ouders hebben me eigenlijk nooit de steun gegeven die ik nodig had. Het voelt nog steeds wrang, want men zegt altijd dat familie er altijd voor je is, maar bij mij is dat niet zo gebleken. Mijn echte steun heb ik altijd gekregen van mijn vrienden; zij stonden klaar voor me tijdens iedere tegenslag.
Onze hechte vriendschap begon op de middelbare school in Utrecht. Een groep jongens en meisjes, waar ik toevallig bij aansloot, groeide uit tot een warme kring van vrienden. Toen ik vertelde dat ik graag op tekenles wilde, weigerden mijn ouders te betalen. Maar mijn vrienden lieten mij niet in de steek. Zonder aarzeling zamelden ze schetsboeken, potloden en verf voor me in, en Jasper wist zelfs zijn zus Lotte, die in Amsterdam modeontwerp studeerde, zover te krijgen mij gratis lessen te geven.
Ook toen ik bijna mijn diploma haalde, viel de interesse van mijn ouders tegen. Ze vonden het zonde van het geld om mijn afstudeerfeest te betalen. Dankzij mijn vrienden kon het toch doorgaan zij vonden baantjes bij de Albert Heijn en als barista, zodat we samen het feest konden organiseren. Ze hielpen met het naaien van mijn jurk Amber is daar toevallig heel handig in en zorgden voor mijn kapsel en make-up op de grote dag.
Toen ik besloot te wisselen van universiteit en liever in Groningen wilde studeren dan in Leiden, kwam er weer weerstand vanuit huis. Mijn ouders stelden me voor een onmogelijke keuze: of mijn studie waar zij het wilden, of ik betaal alles zelf. In die moeilijke periode boden mijn vrienden opnieuw uitkomst. Ik mocht tijdelijk bij Selma logeren en samen zorgden ze ervoor dat ik niets tekort kwam terwijl ik zelf probeerde zoveel mogelijk bij elkaar te sparen voor mijn collegegeld.
Gedurende mijn hele leven hebben mijn vrienden me op talloze manieren geholpen. Ze hebben meegeholpen aan mijn hypotheek, klusten samen in mijn huis in Amersfoort zodat het eindelijk mijn thuis werd, en stonden voor me klaar toen ik ziek was. Van mijn ouders of mijn broer hoefde ik nooit enige hulp te verwachten. Hoewel mijn familie altijd beweerde dat je op elkaar moet kunnen rekenen, heb ik al vier jaar geen contact meer met ze ook omdat er nooit écht iets gebeurde wat dat contact in stand hield.
Mijn vrienden zijn mijn echte familie geworden. Altijd bereikbaar, altijd klaar om me op te vangen, me te helpen, zelfs als ik niet om hulp durfde te vragen. We zijn met zijn zessen: vier vrienden uit Utrecht van de middelbare school en twee fijne mensen die ik op de universiteit in Groningen leerde kennen. Soms kijk ik terug en ben ik vooral dankbaar voor hun aanwezigheid in mijn leven; zonder hen had ik nooit gestaan waar ik nu ben.






