Dinsdagavond. Vandaag maakte ik iets mee dat me aan het denken zette. Ik reed langs een kleine kraam bij de rand van een dijk, waar een oude heer verse eieren verkocht. Hoeveel kosten ze? vroeg ik hem.
Vijftig cent per ei, mevrouw, antwoordde hij vriendelijk.
Ik neem er zes voor twee euro, anders loop ik door, zei ik, kordaat onderhandelend.
De man keek even voor zich uit, glimlachte toen zacht. Koop ze maar voor wat u wilt betalen. Het zijn mijn eerste van vandaag, en hier moet ik het van hebben.
Ik liep weg met mijn doosje eieren, het gevoel van een goede koop in mijn zak.
Even later stapte ik in mijn glimmende Volvo en reed samen met Marieke naar een chique restaurant aan de grachten van Amsterdam. We bestelden zonder na te denken, proefden vluchtig, lieten het halve bord staan en betaalden zonder blikken of blozen 150 euro. Toen ik de eigenaar 200 euro gaf en zei: Hou de rest maar als fooi, knikte hij vriendelijk zoiets was hier heel normaal.
Wat mij opviel: Bij de eierverkoper voelde ik mezelf krachtig, omdat ik minder betaalde. Maar in het restaurant was gulheid bijna vanzelfsprekend.
Waarom willen we afdingen bij iemand die het moeilijk heeft, terwijl we royaal zijn bij mensen die het niet eens nodig hebben?
Mijn vaderJan de Vrieskocht altijd bloemen bij ouderen op de markt. Steevast betaalde hij meer dan gevraagd, zelfs als hij de bloemen niet echt nodig had.
Waarom doe je dat, pap? vroegen we als kinderen.
Daarom, zei hij. Dit is geven, zonder dat iemand zijn waardigheid verliest.
De meeste mensen lezen dit vluchtig. Slechts enkelen denken erover na. Maar als jij bent gebleven tot het einde, heb je misschien een kleine stap gezet, richting zachtheid en eerlijke vriendelijkheid.
Vandaag bracht ik niet alleen eieren mee naar huis, maar een les: Echt geven is niet te meten in geld. Het is respect, in al zijn gewone eenvoud.






