DE DOOS MET VERLOREN BELOFTES
Sinds enige tijd had Marjolein het gevoel dat er, naast haar en haar man, nog iemand anders in huis woonde. Nee, geen geest. Geesten, vond ze, zijn serieuze wezens: als ze al verschijnen, is het niet om zich met onzin bezig te houden.
Hier ging het alleen om dagelijkse dingen. Een soort kabouter misschien.
Eerst verdwenen haar sportsokken. Natuurlijk per stuk. In de wasmachine, dat is nog te begrijpen iedere huisvrouw kent dat fenomeen. Maar deze, witte met een oranje streep, die ze altijd droeg als ze naar de sportschool in Utrecht ging, zaten altijd keurig in haar lade. Alsof ze haar verwijtend aankeken: wanneer heb je ons voor het laatst gedragen?
En ineens waren ze weg. Eerst eentje, de dag erna de andere.
Een week later lagen ze er weer. Precies op dezelfde plek, opgerold als slakkenhuisjes. Bovenop lag een scheef afgescheurd, grijsgroen papiertje met getypte, ietwat wiebelige letters:
Je bent ons 127 dagen vergeten. We hebben meegeteld.
Heeft dit jouw handtekening? stormde ze af op haar man, Joost, die rustig het NOS-nieuws zat te lezen op zijn tablet. Is dit je subtiele hint dat ik te zwaar ben en weer moet gaan sporten?
Zijn blik was vol onbegrip. Volledige ontkenning.
Nou ja, dan niet Marjolein haalde haar schouders op, al geloofde ze hem maar half. Joost stond bekend als grappenmaker.
Even later was haar favoriete haarspeld weg die altijd op de grote spiegel in de gang lag. En haar dure lipstick, die zij bewaarde voor speciale gelegenheden, raakte ze ook kwijt. Zat altijd in haar handtas.
Ze vond beide spullen terug in het keukenkastje, tussen de pakken rijst en de spaghetti. Ook hier zaten briefjes bij.
Op de haarspeld:
Bedenk nou eens wil je lang of kort haar? Ik ben het zat dat je me zo lang laat liggen, om me daarna te missen.
Op de lipstick:
En wanneer was die speciale gelegenheid eigenlijk? Straks ben ik nog uitgedroogd.
Dit is echt niet grappig meer, siste Marjolein, terwijl ze aan de schouder van Joost schudde, die op de bank in afwachting van het eten was ingedommeld.
Ben je gek geworden?! reageerde hij gepikeerd. Waarom zou ik zoiets doen? Daar doe ik mezelf toch geen plezier mee!
Daar had hij wel een punt. Joost was geen idioot; onrust kroop bij haar naar binnen.
Ze begon bij te houden waar ze wat liet liggen, liep soms drie keer terug om alles na te gaan. Zelfs een afspraak bij de huisarts in het gezondheidscentrum van Amersfoort leverde niets op: volgens de oudere arts was haar geheugen beter dan het zijne.
Maar de dingen bleven verdwijnen.
Haar favoriete pennen. De blouse met het streepjespatroon. Handcrème.
En als klap op de vuurpijl: de bos sleutels van het huisje in Zeeland. Dat leverde haar een week verongelijkt gesnuif van Joost op.
Marjolein werd nerveus: sliep slecht, schrok van elk geluidje, legde haar telefoon, sleutels en portemonnee constant ergens anders.
Maar die zaterdag werd alles nog vreemder dan normaal.
Ze besloot die vrije dag eindelijk eens de inloopkast op te ruimen hoognodig. Tussen lege schoenendozen vond ze tot haar verrassing een doos waarin alle vermiste spullen lagen. Alles netjes opgestapeld als uitgestalde koopjes op een rommelmarkt.
De gestreepte blouse lag samen met een korte plissérok. Een briefje:
Kun je eigenlijk nog dansen?
De pennen, gesorteerd op kleur:
Je bijt op ons als je nerveus bent. We zijn het beu om gestrest te leven.
De sleutels, verstrengeld met het sleutelhanger, alsof ze elkaars hand vasthielden:
We verveelden ons; er komt nooit iemand in Zeeland. Maar, in tegenstelling tot sommigen, zijn we uit onszelf teruggekomen.
Marjolein was van haar stuk.
Er zat iets spottends, iets wijs en ook wat treurigs in die briefjes alsof ze ze zelf had geschreven, maar dan in een leven waarin er tijd genoeg was voor gesprekken met spullen.
Net toen ze de doos wilde sluiten, zag ze achterin nog een klein, grijs papiertje. Zonder bijbehorend ding. Alleen een briefje.
De letters stonden schuin, uitgelopen. Alsof er tranen op waren gevallen:
Je beloofde dat meisje in de spiegel dat je kunstenares zou worden.
Ik ben dat meisje.
En ik voel me erg eenzaam hier, in de doos met verloren beloftes en vervlogen dromen.
Lang bleef Marjolein op de vloer van de kast zitten, leunde tegen de overvolle planken, en liet haar gedachten zweven.
Ze zag zichzelf in de kleuterklas, met tong uit haar mond, een huis, zon, papa en mama met zusje tekenen.
Wit kalkpapier in de tekenles op de basisschool en het magische gevoel als het waterverf over het natte papier uitvloeit.
De geur van olieverf in het atelier. De stilte in het museum. Elke penseelstreek als een melodie. De heldere uitleg van de gids.
Eerst dacht ze dat dit haar leven zou worden.
Daarna werd het een hobby. Uitlaatklep.
En daarna
Niets.
Niet omdat ze geen tijd had. Maar steeds schoof ze het voor zich uit, omdat er telkens iets belangrijkers leek. Totdat dat warme, verwachtingsvolle gevoel verdween net als de sokken, pennen, sleutels.
Ze streek met haar vinger over het laatste briefje.
Het leek warmer dan de andere, een beetje te trillen of was dat haar hand?
Was een uurtje meer shoppen of nóg een Scandinavische thriller echt belangrijker dan haar droom?
Die nacht woelde Marjolein rusteloos in bed. De slaap liet op zich wachten. Om twee uur stond ze zachtjes op, zuchtend uit haar warme dekbed.
Waar ga je heen? mompelde Joost slaperig.
Slapen, joh murmelde ze.
Ergens tussen de dozen in de kast liggen nog oude verfdozen, dacht Marjolein. Terwijl ze langs de spiegel in de gang liep, ving ze de blik op van datzelfde meisje. Geschrokken. Maar met hoop.






