Mijn moeder zei dat ik van het kind af moest, en nu zal ik nooit meer kinderen kunnen krijgen.
Ik was zestien toen ik zwanger raakte van een jongen op wie ik ontzettend verliefd was. Ik ging al een jaar met Daan, en hij zat bij mij in de klas. We waren vreselijk bang toen we achter de zwangerschap kwamen en hebben het eerst voor onze ouders verborgen gehouden. Toen mijn ouders erachter kwamen, werden ze woest.
Onze familie werd altijd als voorbeeldig gezien. Ik was hun enige dochter en deed het goed op school. Daan en ik waren beiden minderjarig, dus het besluit werd ons uit handen genomen. Mijn ouders en die van Daan zagen voor ons een toekomst vol universiteit, diplomas en keurige banen. Een kind zou alles dwarsbomen.
Daarom heeft mijn moeder me gedwongen tot een abortus. Het was nog niet te laat. Alles leek te verlopen zoals gepland.
Daarna ging het leven weer verder. Daan en ik bleven samen. We deden eindexamen, studeerden aan de universiteit in Amsterdam en trouwden een jaar later. Mijn ouders lieten ons begaan. Jaren later werd ik opnieuw zwanger. Iedereen was dolblij.
Maar in mijn zesde maand gebeurde er iets vreemds: ik begon ineens te bloeden, als een donkere stroom over het tapijt van mijn dromen. Het jongetje werd veel te klein geboren, slechts één kilo en vijfhonderd gram zonlicht. Drie uur na de geboorte verdween hij, als mist boven een weiland.
Mijn lichaam begon met me te vechten. De dokters konden het bloeden niet stoppen en besloten mijn baarmoeder weg te halen. Met een tikkende klok in mijn hoofd wist ik: ik zal nooit meer moeder worden. Mijn moeder kwam als een schim naar het ziekenhuis. Ze fluisterde dat het haar speet dat ze me destijds dwong tot abortus. Maar haar spijt hield geen warmte vast.
Wat geweest is, valt niet uit te vegen vergissingen uit het verleden groeien uit tot onkruid dat tussen de tegels blijft steken. Ik zal nooit een moeder zijn, nooit een kind zien spelen in het park onder de kastanjebomen van Utrecht. Ik weet niet of Daan en ik samen zullen blijven en of geluk nog voor ons is weggelegd. Een gezin lijkt soms te bestaan uit niets anders dan een tafel met lege stoelen, want kinderen zijn in Nederland het hart van een huis.






