Ik heb dus een dochtertje van vijf, en zoals bij alle kinderen, heeft zij ook een hele stapel kleding waar ze inmiddels uitgegroeid is. Daarbij zitten bijna nieuwe jurkjes, jasjes, schoenen, kleding die maar twee of drie keer aan is geweest je kent het: kids groeien als kool. Ik ben ook echt niet zon iemand die alles maar bewaart voor de herinneringen. Dus, afgelopen weekend ben ik er eens goed voor gaan zitten, heb gewoon alles uit de kast gehaald en elk kledingstuk bekeken. Wat nog in perfecte staat was, heb ik apart gelegd. Dingen met vlekken, scheuren of gewoon echt versleten, heb ik weggegooid ik geef geen troep weg aan anderen, dat vind ik niet kunnen.
Toen dacht ik even aan mijn nichtje het dochtertje van mijn schoonzus. Zij is bijna vier, en loopt meestal in vrij simpele kleding, soms ook telkens hetzelfde. Niet dat ze het thuis breed of krap hebben, maar mijn schoonzus hecht gewoon niet zo veel waarde aan kleding voor haar meisje. Ik heb er verder niks over gezegd. Gewoon een mooie tas gepakt en die gevuld met echt leuke kleding: jurkjes, bijna nieuwe setjes, een jasje dat mijn dochter maar twee keer aan heeft gehad, en een paar schoenen die er als nieuw uitzien. Geen oud of afgedragen spul dus. Alles netjes gewassen, opgevouwen en met een glimlach aan haar gegeven:
“Hier, deze passen mijn dochter niet meer, maar ze zijn nog hartstikke mooi voor die van jou.”
Ze bedankte me, glimlachte, ik dacht: zo, opgelost, iedereen blij. Maar een paar dagen later kreeg ik opeens rare signalen. Mijn schoonmoeder appte of ik me “moest profileren” met kleding, en of ik de familie geen ongemakkelijk gevoel gaf. De neef van mijn man, die me normaal altijd vrolijk begroette op verjaardagen, keek ineens nogal afstandelijk. Ik snapte er niks van.
Later hoorde ik via een andere schoonzus dat de moeder van het nichtje rondbazuinde dat ik haar had willen kleineren, dat ik haar restjes bracht om haar voor gek te zetten bij de familie of dat ik vond dat ze arm was. Sterker nog, ze zei dat ik kwam aanzeulen met van die grote tassen “om te laten zien wat ik allemaal heb”. Nou, toen ik dat hoorde, voelde ik van alles: vooral verdriet en ook wel boosheid, want het was totaal niet zo bedoeld.
Het ging mis tijdens een familielunch. Mijn schoonzus liet zich ineens nogal fel uit, waar iedereen bij zat. Ze zei:
“Er zijn mensen die denken dat ze helpen met tweedehands kleding, maar eigenlijk is het gewoon minachten.”
Jeetje, ik verstijfde gewoon even. Mijn man keek me aan, mijn schoonmoeder zei niks en de rest hield zich stil. Toen viel het kwartje: al die reuring kwam rechtstreeks van haar.
Ik heb geantwoord, rustig maar duidelijk, dat ik haar geen beschadigde spullen heb gegeven, maar juist alleen het allerbeste heb uitgezocht en dat ik veel gewoon weggegooid heb omdat het niet mooi meer was. En dat, als ze zich zo geschoffeerd voelt door goede kleding voor haar dochter, ik haar voortaan helemaal niets geef. Ook gezegd dat ik niet wil dat ze me afschildert als iemand met verkeerde bedoelingen, terwijl ik juist aan haar dochter heb gedacht.
Sindsdien is de sfeer in de familie anders. Mijn schoonzus zegt alleen nog hoi omdat het niet anders kan, mn schoonmoeder probeert neutraal te doen maar het is gewoon ongemakkelijk. Het heeft bij mij echt een nare nasmaak achtergelaten. Je wilt iets goeds doen en eindigt ineens in een compleet conflict wat je helemaal niet hebt gezocht.
Wat denk jij hiervan?






