Ik heb twee jaar in het buitenland gewoond.
Mijn dochter, Marieke, is getrouwd met een Duitser, Günther. Ik heb samen met hen in Düsseldorf gewoond, waar ik de oppas en huishoudster was voor mijn kleine kleinkind Bram.
Marieke en haar man werkten samen bij een groot bedrijf; elke avond kwamen ze samen thuis, moe, maar voldaan. Stiekem hoopte ik dat ik daar voor altijd mocht blijven, een soort permanente oppas met gratis onderdak maar het mocht niet zo zijn. Op een frisse woensdagmiddag vond Günther dat ik wel genoeg had geholpen en vroeg me om te vertrekken. Een maand later stond ik met mijn koffer weer in mijn oude flatje in Haarlem.
Maar het tij keerde niet. Tijdens mijn verblijf in Duitsland had mijn zoon, Tom, zijn eerste vrouw aan de dijk gezet, haar appartement verlaten en zich met zijn nieuwe liefde, de hoogzwangere Fleur, in míjn knusse eenkamerwoning geïnstalleerd. Permissie vragen? Geen sprake van. Meneer dacht blijkbaar dat moeders huis gewoon stoelendans was.
Moest ik hem (en zijn buikgrage eega) de deur wijzen? Natuurlijk niet, zo ben ik niet opgevoed. Maar met zn drieën straks vieren! in een appartementje waar de wc deur aanloopt tegen het bed, werd het toch wat veel van het goede. Ook financieel stond niemand te juichen: een extra flatje huren zat er met onze krappe eurootjes niet in.
Ik heb Marieke gebeld, uitgelegd dat oma op haar oude dag triest op de slaapbank belandt, want Tom snurkt in mijn bed en zijn vrouw eet alle kaasvoorraad op. Ik wilde eigenlijk gewoon even wat begrip misschien zelfs een uitnodiging terug naar Duitsland, maar nee, geen reactie. Echt jammer. Blijkbaar zien zij het leven tóch iets anders dan ik.
Van Toms kant snap ik het ook wel: hij had vast niet gedacht dat zijn moeder plots weer op de stoep zou staan met een tas vol stroopwafels. Inmiddels slaap ik op de keukensofa, en overdag vlucht ik het huis uit. Ik haal boodschappen bij de Albert Heijn, klets wat op het bankje voor de kerk, en drink koffie met vroegere collegas. Met Tom kan ik gelukkig nog gewoon praten zonder dat ik in woede uitbarst, maar Fleur negeert me glashard. Dat ze niet blij is met mijn aanwezigheid, is nog zacht uitgedrukt.
Op je zestigste overbodig zijn terwijl een ander ineens je huis regeert wie had dat gedacht? Tom lijkt maar aan één ding te kunnen denken: zijn zwangere vrouw. De rest lost zichzelf wel op, denkt hij vast.
Nu zoek ik een baantje voor halve dagen misschien iets bij de bakker of zo. Fleurs ouders zitten in een boerderijtje ergens bij Groningen. Misschien moet ík voorstellen dat Fleur lekker naar háár ouders verkast? Maar ja, Tom met zijn Amsterdams accent op het Friese platteland daar geloof ik niks van.
Kortom: geen idee wat ik moet doen. Misschien nog een keertje Duitsland proberen? Of de Staatsloterij winnen? Eventjes dagdromen mag, als het maar licht ironisch blijft, toch?






