Ik had er meteen een slecht gevoel bij: iemand moet mijn tas gevonden hebben en er vast blij mee zijn geweest. Het was mijn derde jaar aan de universiteit. Mijn ouders woonden op het platteland. Hoewel ze niet rijk waren, wilden ze mij een goede opleiding geven. Hiervoor maakten ze flink wat schulden, maar ik heb ze daar nooit over horen klagen. Integendeel, ze waren altijd trots op mij en steunden mij in alles wat ik deed. Op een bepaald moment wilde ik mijn ouders een beetje helpen, dus zocht ik een bijbaan. Ik begon goed te verdienen, waardoor mijn ouders bijna alle schulden konden aflossen. Op een dag werkte ik een nachtdienst. ’s Ochtends belde mijn baas me en kreeg ik mijn salaris én een bonus vanwege mijn harde werk. Ik was dolblij, want dit bedrag was genoeg om de laatste lening helemaal af te lossen. Zoals gewoonlijk liep ik terug naar huis – door het Vondelpark. Ik voelde me niet lekker en besloot even op een bankje te gaan zitten. De nacht doorhalen had duidelijk zijn sporen nagelaten. Later voelde ik me beter en ging ik weer naar mijn appartement. Toen ik thuiskwam, realiseerde ik me dat ik mijn tas op het bankje in het park had laten liggen. Al mijn geld en belangrijke papieren zaten erin. Meteen rende ik terug, maar wist plots niet meer bij welk bankje ik had gezeten. Ik kreeg een steeds slechter gevoel. Iemand moest mijn tas gevonden hebben en was er vast blij mee. Wat een sukkel was ik! Ik heb zeker een halfuur rondgerend op zoek naar mijn tas, zonder resultaat. Ik had de hoop eigenlijk al opgegeven toen ik ineens iemand mijn naam hoorde roepen. Ik draaide me om en zag een jongen recht voor me staan. In zijn hand hield hij mijn tas. “Die is zeker van jou,” zei hij zacht. Ik vloog hem dolblij om de hals. “Ik weet echt niet hoe ik je moet bedanken! Mijn hele salaris zit erin.” “In dat geval ben je me een kop koffie verschuldigd. En misschien ook wel een stuk appeltaart…” Die avond hadden we onze eerste date. En zeker niet de laatste… Inmiddels zijn we vier jaar samen.

Ik had zon naar voorgevoel. Vast heeft iemand mijn tas gevonden en er flink de lol van in gehad.

Het speelde zich allemaal af in mijn derde jaar aan de universiteit.

Mijn ouders, Hans en Anja, woonden op het platteland ergens in Friesland. Ze hadden het nooit breed, maar deden er alles aan om mij een goede opleiding te geven. Ze zaten flink krap bij kas, vooral vanwege mijn studie, maar klagen heb ik ze nooit horen doen. Sterker nog, ze waren altijd supertrots op me en gaven me steun waar ze konden.

In die periode wilde ik mijn ouders een beetje helpen, dus pakte ik een bijbaan. Ik ging lekker verdienen en dankzij dat extra geld konden mijn ouders vrijwel al hun schulden aflossen.

Op een dag werkte ik een nachtdienst in Amsterdam. s Ochtends werd ik gebeld door mijn baas, Jeroen, die mijn loon én een bonus voor mijn inzet overmaakte. Ik was zó blij, want dat was precies het bedrag dat we nodig hadden om de resterende lening af te betalen. Zoals altijd liep ik lopend naar huis, dwars door het Vondelpark. Ik voelde me moe en beetje grieperig, dus plofte ik neer op een bankje. Je merkte gewoon dat zon nachtdienst er flink inhakte. Even later voelde ik me wat beter en liep verder naar mijn studentenkamer.

Eenmaal thuis realiseerde ik me ineens dat ik mijn tas in het park had laten liggen, precies op dat bankje. Alles zat erin: mijn salaris zon 1200 en natuurlijk mn belangrijke papieren. Meteen rende ik terug, maar ik wist godsonmogelijk nog waar ik precies had gezeten.

Dat nare voorgevoel kwam direct terug. Iemand had mn tas vast gevonden en was ermee vandoor. Wat een sufferd was ik! Als een kip zonder kop rende ik zeker een half uur het park door, maar geen tas. De moed zakte me in de schoenen, tot ik ineens iemand mijn naam hoorde roepen.

Ik draaide me om en daar stond een jongen, Floris, met mijn tas in z’n handen.

Volgens mij is deze van jou? zei hij zachtjes, bijna verlegen.

Ik vloog hem spontaan om de hals.

Jeetje, ik weet gewoon niet hoe ik je moet bedanken! Mijn hele salaris zat daarin.

Hij glimlachte. Dan trakteer je mij op een cappuccino. En misschien een stuk appeltaart

Diezelfde avond hadden we onze eerste date in een gezellig café. En, nou ja, het was niet de laatste keer We zijn nu al vier jaar samen.

Rate article