De ochtend begon voor Johanna van der Veen altijd hetzelfde. De waterkoker op het fornuis, twee flinke lepels losse thee in de dikke, ronde theepot waar ze zuinig op was sinds de kinderen nog klein waren toen alles nog mogelijk leek en de tijd nog voor haar lag. Terwijl het water kookte zette ze de radio aan op de keuken en luisterde met een half oor naar het nieuws. De stemmen van de presentatoren waren haar vertrouwder geworden dan menig gezicht.
Aan de muur hing een klok met gele wijzers. De wijzers deden het prima, alleen de vaste telefoon onder de klok rinkelde steeds minder vaak. Vroeger was dat anders. s Avonds ratelde hij gerust, als vriendinnen belden om samen te praten over GTST of hun bloeddruk. Nu waren die vriendinnen vaak ziek, verhuisden ze naar hun kinderen in andere steden, of waren ze er domweg niet meer. De telefoon stond zwaar en grijs in de hoek; de hoorn paste prettig in haar hand. Soms streek Johanna erover als ze langsliep, alsof ze zich ervan wilde verzekeren dat deze manier van contact nog bestond.
De kinderen belden via hun mobieltje. Of beter gezegd: ze wist dat ze elkaar zo belden, want als ze langskwamen, hadden ze dat ding altijd in hun hand. Haar zoon kon in het midden van een gesprek plotseling stilvallen, naar zijn scherm staren, momentje hoor mompelen en al tikkend verdwijnen in die digitale wereld. Haar kleindochter, een tenger meisje met een blonde paardenstaart, leek haar telefoon zelfs aan tafel niet los te kunnen laten. Al haar vrienden, haar huiswerk, haar muziek alles zat daarin.
Johanna had een oud mobieltje met knoppen, gekocht toen ze voor het eerst voor haar bloeddruk naar het ziekenhuis moest.
Zodat we je altijd kunnen bereiken, had haar zoon gezegd.
Het mobieltje zat in een grijsgrauwe hoes op de plank in de gang. Soms vergat ze hem op te laden. Soms lag het toestel ergens verdwaald onder sjaals en kassabonnetjes in haar tas. Hij ging zelden af; en als hij dan eindelijk rinkelde, kreeg Johanna het vaak niet voor elkaar op tijd op te nemen en mopperde ze nog lang op haar ongeduld.
Op de dag dat ze vijfenzeventig werd, voelde dat getal vreemd. Vanbinnen voelde ze zich een jaar of tien jonger. Of vijftien misschien. Maar daar trapt de overheid niet in, dacht ze nuchter als ze naar haar paspoort keek. De ochtend verliep volgens routine: thee, radio, een paar eenvoudige oefeningen die haar huisarts had aangeraden. Daarna haalde ze de salade uit de koelkast die ze gisteren had gemaakt en zette de appeltaart, gebakken volgens het oude familierecept, alvast klaar. De kinderen zouden rond tweeën komen.
Het verbaasde haar nog steeds dat verjaardagen niet meer werden afgesproken aan de telefoon, maar in een groepsapp. Haar zoon zei zelfs eens:
We regelen alles in de familie-app. Ik laat het je nog wel eens zien.
Hij had het nooit laten zien. Voor haar klonk het woord app als iets uit een andere wereld, een plek waar mensen in kleine vensters leefden en elkaar in letters toespraken.
Om twee uur waren ze daar. Eerst haar kleinzoon Lars die met rugzak en koptelefoon de hal binnenstormde, daarachter schoof kleindochter Merel zachtjes naar binnen, en toen kwamen haar zoon Pim en schoondochter Marjolein, bepakt met tassen en bloemen. De woonkamer was meteen vol, chaotisch, gevuld met de geur van bakkerij, parfum en een frisse, haastige geur die ze niet goed kon plaatsen.
Mam, gefeliciteerd, Pim trok haar vlug in een stevige omhelzing, alsof er alweer iets op hem wachtte.
De cadeautjes verdwenen op tafel, bloemen gingen in de vaas. Merel vroeg meteen om het wifiwachtwoord. Pim haalde, met een diepe zucht, het briefje uit zijn portemonnee en dicteerde een onbegrijpelijke reeks cijfers en letters waardoor Johannas hoofd begon te tollen.
Oma, waarom zit jij eigenlijk niet in de familie-app? vroeg Lars, zijn schoenen uitdoend in de keuken. Daar gebeurt alles tegenwoordig.
Wat nou weer voor app, zuchtte Johanna, terwijl ze zijn bord vol schepte. Ik heb dat mobieltje, dat is wel genoeg voor mij.
Mam, mengde Marjolein zich in het gesprek, precies daarover ze wisselde een blik met Pim. We hebben een cadeautje voor je.
Uit een tas kwam een strak wit doosje. Johanna voelde haar hartslag omhoog gaan. Ze wist al wat erin zat.
Een smartphone, zei Pim met de toon van een specialist die een diagnose stelt. Niet duur, gewoon een degelijke. Camera, internet, alles erop en eraan.
Maar waarvoor heb ik dat nodig? vroeg ze, haar stem vlak houdend.
Voor videobellen, mam. We zetten je in de familie-app, fotos, nieuws, alles delen we daar, zei Marjolein vlot, alsof ze een vergadering leidde. En je kunt zelf zaken regelen. Naar de huisarts, rekeningen. Je zei toch zelf dat je die wachtrijen zo zat bent?
Dat regel ik wel, wilde Johanna zeggen, maar zag hoe Pim zijn schouders liet zakken.
Mam, dat is ook voor ons. Zodat jij snel iets kunt laten weten. Of wij, als het moet. Dan hoef je dat oude toestel niet te zoeken om te bedenken waar het groene knopje zit.
Hij glimlachte geruststellend. Zij voelde het als een steek, waar het groene knopje zit alsof ze niets meer kan.
Goed dan, zei ze gelaten. Als jullie het zo graag willen.
De doos werd gezamenlijk geopend, alsof de kinderen weer klein waren. Alleen nu waren de rollen omgekeerd; zij zat in het midden, voelde zich leerling in plaats van jarige job. Een dun, zwart rechthoekje kwam uit het papier. Koud, glad, zonder knoppen.
Alles is touchscreen, legde Lars uit. Je hoeft alleen te vegen, zo.
Hij streek over het glas, en het scherm lichtte op. Een woud aan icoontjes verscheen. Johanna schrok er bijna van, alsof het apparaat haar nu meteen een pincode zou vragen of nog iets lastig.
Het komt goed, zei Merel onverwacht zacht. Wij regelen alles. Gewoon even niet op knopjes drukken, oké? Totdat we uitleggen wat wat is.
Dat deed meer pijn dan ze verwachtte niet zelf drukken, als tegen een kleuter die geen dure vaas mag aanraken.
Na de lunch verhuisde iedereen naar de woonkamer. Pim ging naast haar op de bank zitten. Ze kreeg het toestel op schoot.
Kijk, begon hij. Dit is de aan-knop. Ingedrukt houden. Zo. Dan start hij op, verschijnt het beginscherm. Om te ontgrendelen gewoon swipen.
Hij ging zo snel dat alles in haar hoofd door elkaar liep knopje, scherm, vergrendeling; het leek wel een nieuwe taal.
Wacht even, fluisterde ze. Rustig aan, anders vergeet ik het.
Gaat vanzelf, mam. Je went eraan.
Ze zei ja, maar wist dat wennen tijd kost. Tijd om te beseffen dat de wereld nu in deze schermpjes zat en dat je moest zorgen er niet buiten te vallen.
s Avonds stonden alle nummers er in: kinderen, kleinkinderen, buurvrouw Annie, de huisarts. Pim had een berichtenapp geïnstalleerd, een familiechat aangemaakt, het lettertype vergroot.
Kijk, zei hij, dit is onze app. Hier moet je zijn. Ik typ even iets.
Hij tikte vliegensvlug. Op het scherm verscheen zijn bericht. Marjolein schreef erachteraan: Hoera, mam is erbij! Merel stuurde meteen een regen aan emojis.
En als ik wat wil zeggen? vroeg Johanna.
Hier, ja, simpel. Tik op het invoerveld, dan verschijnt het toetsenbord. Of spreek iets in, op het microfoontje.
Ze probeerde het. Haar vingers trilden. In plaats van dankjewel typte ze dnakjewel. Iedereen lachte. Ze voelde haar schouders verstrakken, maar Pim zei meteen:
Geeft niks, iedereen maakt fouten in het begin.
Ze knikte. Maar het voelde toch als een onvoldoende.
Toen iedereen weg was, werd het stil. Op tafel: een halve taart, bloemen, de witte doos van het nieuwe toestel. De telefoon zelf lag omgekeerd. Ze draaide hem voorzichtig om. Op het scherm stond een foto die Merel als achtergrond had ingesteld: de hele familie, oud en nieuw, vorig jaar. Zijzelf aan de zijkant, in blauwe jurk, wenkbrauw omhoog, alsof ze toen al twijfelde of ze er wel bij hoorde.
Ze veegde over het scherm zoals uitgelegd. Iconen verschenen. Telefoon, berichten, camera en veel dat ze niet kende. Niet op verkeerde dingen drukken, had haar zoon gezegd. Maar hoe wist je wat verkeerd was?
Voorzichtig legde ze het toestel weg en ging afwassen. Eerst maar even laten wennen aan het huis, dacht ze.
De volgende ochtend was ze eerder wakker dan anders. Ze keek meteen naar het toestel. Het lag daar nog, zo vreemd. De angst was minder. Het was maar een ding. Dingen kun je leren. Ooit was ze ook bang geweest voor de magnetron, en uiteindelijk sprong die niet in de fik.
Ze zette thee, ging zitten en schoof het toestel naar zich toe. Schakelde hem aan. Haar handpalm was nat. De oudejaarsfoto verscheen. Ze veegde. Daar was de groene hoorn. Dat voelde vertrouwd. Ze drukte erop.
Haar contactlijst: Pim, Marjolein, Merel, Lars, Annie en haar huisarts. Ze koos Pim. Drukte nog eens. Het toestel bromde, er kwamen streepjes op het scherm. Ze hield hem aan haar oor net als vroeger.
Ja, hallo? Mam? Pim klonk verbaasd. Alles goed?
Ja hoor, zei ze bijna trots. Wilde even testen. Het werkt.
Nou kijk eens aan! Hij lachte. Ik zei het toch. Goeie zaak. Maar de volgende keer via Whatsapp bellen, dat is goedkoper.
Hoe moet dat dan? stamelde Johanna.
Kom ik volgende keer wel uitleggen. Ben nu op kantoor.
Ze beëindigde het gesprek door op de rode knop te drukken. Haar hart bonsde van spanning. Maar ze had het zelf gedaan. Zonder hulp.
Na een uurtje kwam haar eerste berichtje in de familie-app. Telefoontje piepte, scherm lichtte op. Merel: Hoe gaat het, oma? Onder haar bericht knipperde een balkje voor antwoord.
Lange tijd keek ze alleen maar. Toen drukte ze voorzichtig. Het toetsenbord kwam omhoog. De letters waren klein, maar zichtbaar. Toen begon ze te tikken. De h miste ze, het werd oleuk. Ze verbeterde het niet. Drukte op verzenden.
Merel antwoordde binnen een paar tellen: Super! Heb je dat echt zelf getypt? Met een hartje erbij.
Johanna merkte dat ze glimlachte. Zelf getypt. Haar eigen woorden, op hun schermen. Dat was nieuw.
s Avonds kreeg ze bezoek van buurvrouw Annie die een potje stoofperen kwam brengen.
Dus je hebt nu zon slimme telefoon, hoorde ik van Marjolein, zei Annie terwijl ze haar jas uittrok.
Een smartphone, antwoordde Johanna. Het woord klonk groot, maar ze zei het met een soort heimelijk genoegen.
En? Lijkt het ergens op? grijnsde Annie.
Hij piept vooral, zuchtte Johanna. Alles is anders. Geen knoppen meer.
Mijn kleinzoon probeert het ook steeds. Maar ach, ik ben er te oud voor, joh. Laat hen daar maar appen.
Te oud. Het stak. Dat had ze zelf ook vaak gedacht. Maar nu lag er zon modern ding in haar huis dat het tegendeel leek te fluisteren: Het is nog niet te laat. Je kunt het proberen, toch?
Een dag later belde Pim. Hij had haar online ingeschreven bij de huisarts.
Hoe bedoel je, online? vroeg Johanna.
Via DigiD en het portaal. Je kunt zelf inloggen, gegevens stuur ik op een briefje. Ligt in de la bij de telefoon.
Ze vond inderdaad het briefje. Een cryptische reeks cijfers en letters. Ze hield het vast als een recept van de dokter herkenbaar, maar hoe moest je het gebruiken?
Nog een dag later waagde ze een poging. Ze zette haar bril stevig op haar neus, opende de browser-icoon die Pim aangewezen had. Toetste traag, letter voor letter, het webadres over vanaf het briefje. Ging twee keer mis. Eindelijk verscheen de site. Blauwe knoppen, witte vlakken.
Inloggen met DigiD, las ze zachtop. Samenstellen van cijfers en letters het scherm versprong telkens. Bij de derde poging verscheen er niets. Ze schold zachtjes.
Uiteindelijk pakte ze de vaste telefoon. Bellen dan maar.
Ik krijg het niet voor elkaar, bekende ze. Die DigiD is een crime.
Rustig maar, mam. Ik kom vanavond langs, nemen we Lars mee. Die kan je alles zo uitleggen.
Het voelde als toegeven dat ze niet zonder hen kon. Dat ze altijd hulp nodig had.
s Avonds kwam Lars binnen. Jas uit, naast haar op de bank.
Nou, laat maar zien, oma.
Johanna toonde hem het scherm. Alles leek ingewikkeld; ze was bang iets fout te doen en alles kwijt te raken.
Je kunt weinig stukmaken, zei hij kalm. Hooguit uitloggen. Kunnen we gewoon opnieuw.
Lars legde alles uit: hoe je wisselt van scherm, waar je de inschrijving vindt, zelfs hoe je je aanmelding annuleert als het niet gaat.
En als ik te snel iets fout klik? vroeg ze.
Dan gewoon opnieuw. Dat hoort erbij.
Voor hem was niets eng. Voor haar betekende het steeds weer helemaal opnieuw beginnen.
Toen hij was vertrokken, zat ze lang met het toestel op schoot. Steeds testte het apparaat haar weer inlog, foutmelding, wat dan ook. Vroeger was een afspraak gewoon: bellen, klaar. Nu lag er een grens van icoontjes en codes.
Een week later kwam haar eigen test. Ze werd wakker met hoofdpijn en verhoogde bloeddruk. Haar afspraak stond voor overmorgen, dacht ze. Ze wilde het even controleren. Opende de website, zoals Lars had uitgelegd. Maar haar achternaam stond er niet. Misschien had ze per ongeluk de afspraak verwijderd ze herinnerde zich dat ze laatst wat had zitten proberen.
Ze panikeerde. Zonder afspraak moest ze met haar kwaal in de wachtkamer zitten benauwd en vol kuchende mensen. Ze dacht aan Pim bellen, maar zag hem al zuchten op kantoor: Sorry, weer dat gepruts van mijn moeder. Schaamte brandde.
Ze dwong zichzelf rustig te blijven. Nadacht. Toen probeerde ze het opnieuw. Zocht de pagina, klikte precies zoals Lars had uitgelegd. Er stonden geen afspraken. Toen drukte ze op Nieuwe afspraak. Zocht haar huisarts. Data. Pas over drie dagen plek. Balen. Maar ze bevestigde.
Na een korte denken verscheen de bevestiging. Haar naam, datum, tijd. Ze keek lang naar het scherm, tot ze zeker was dat alles klopte. Ze had het zelf geregeld. Zonder hulp.
Voor de zekerheid schreef ze een berichtje naar haar huisarts via de app. Gewoon ingesproken: Goedemiddag, dit is Johanna van der Veen. Bloeddruk is niet best. Ik heb een afspraak geboekt voor overmorgen. Kunt u me dan extra even checken?
Het bericht werd verzonden. Na vijf minuten kwam het antwoord: Zeker, ik zie u in het systeem. Wordt het erger: meteen bellen!
De angst trok weg. Afspraak stond genoteerd, de huisarts wist ervan. Allemaal, dankzij dat kleine schermpje.
s Avonds tikte ze in de familie-app: Heb zelf afspraak gemaakt. Via internet. Weer typte ze niet foutloos, maar ze stuurde het toch.
Eerst kwam er een enthousiast berichtje van Merel: Oma, je bent verder dan ik! Daarna Marjolein: Trots op je hoor, mam. En dan Pim: Zie je nou wel.
Ze las en voelde iets in haar ontspannen. Ze hoorde niet helemaal bij hun snelle grapjes, maar er was een lijntje ontstaan. Nu kon ze altijd aankloppen.
Na het consult dat geruststellend verliep wilde ze iets nieuws proberen. Merel had eens gezegd dat ze met vriendinnen alles deelden: fotos van katten, eten, troep. Johanna vond het kinderachtig maar werd er stiekem jaloers van zij had alleen het raam en de radio.
Op een dag, toen de zon de potjes zaailingen op de vensterbank liet glanzen, opende Johanna de camera. Ze mikte op haar tomatenplantjes. Drukte. Een zachte klik, het beeld iets wazig, maar goed genoeg. Groene scheuten, zonnestraal, hoopvolle sfeer.
Ze stuurde hem in de familie-app met de tekst: Mijn tomaten groeien. Antwoorden kwamen meteen. Merel stuurde haar studeerkamer vol boeken, Marjolein een salade met Ik leer het van jou, Pim een selfie met Tomaten bij mama, stapels werk bij mij.
Ze lachte hardop. De keuken voelde minder leeg alsof er nog een paar mensen bij haar aan tafel zaten.
Soms liep het mis. Ze stuurde per ongeluk een spraakbericht toen ze nieuws zat te becommentariëren. De kleinkinderen lagen dubbel. Oma, je klinkt als een echte presentatrice, schreef Pim. Ze lachte mee. Ach, wat gaf het?
Ze bleef knoeien met knoppen; soms schrok ze van updates die ineens nodig waren. Systeem bijwerken dat leek wel of ze haarzelf wilde veranderen. Maar elke dag werd het iets minder eng. Ze zocht buslijnen op, zocht het weer op haar telefoon, vond soms zelfs recepten van vroeger terug. Ze kookte de taart van haar moeder opnieuw, stuurde er een foto van en het handgeschreven recept achterna.
Langzaam keek ze minder naar de vaste telefoon. Die hing nog wel aan de muur, maar was niet langer haar enige levenslijn. Ze had nu een onzichtbaar draad sterker dan ze had gedacht.
Op een avond, met de lichten achter de ramen aan de overkant, zat ze met haar telefoon in het grote stoel. Ze scrolde door het familiegesprek: fotos van Pim op kantoor, Merels selfies met vriendinnen, grappen van Lars, boodschappen van Marjolein. Daartussen haar eigen, minder onzekere berichten: tomaten, een taartrecept, een vraag over medicijnen.
Plots voelde ze zich niet langer buitenstaander. Nee, ze begreep de helft niet al die gekke plaatjes en uitdrukkingen van de jeugd. Maar haar berichten werden gelezen, haar vragen beantwoord, haar fotos kregen een digitaal hartje, zoals Merel het noemde.
Het apparaat piepte. Een bericht van Merel: Oma, morgen proefwerk wiskunde. Mag ik daarna bellen om te mopperen?
Johanna glimlachte, typte zorgvuldig: Altijd welkom. Ik luister altijd. Ze drukte op verzenden.
Toen legde ze haar smartphone naast haar theekopje neer. De stilte in huis voelde niet meer leeg. Daarbuiten, in alle flats en straten, wachtten belletjes en berichtjes. Ze hoorde niet bij die razendsnelle jongerenwereld van Lars maar wel in haar eigen hoekje. Genoeg voor haar.
Ze stond op, dronk haar thee en deed het licht uit in de keuken. In de deuropening keek ze nog even naar de kleine zwarte rechthoek op tafel. Ze wist dat, als ze wilde, ze met één vinger haar mensen kon bereiken.
En dat was, voor nu, genoeg.






