Kees kondigde aan zijn vrouw aan dat hij wilde scheiden. Marloes ontving dit nieuws met een kalme blik, maar stelde één voorwaarde.
Kees kwam thuis uit kantoor, hing zijn jas aan de kapstok en trof Marloes in de keuken, waar de geur van gebakken aardappelen overheerste. Hij wist dat een lastige conversatie voor de deur stond. Met een benepen keel begon hij:
Ik moet je iets belangrijks vertellen.
Marloes zei niets, maar in haar ogen lag een mengeling van spanning en, kon Kees zweren, een lichte treurigheid. Geen idee hoe hij het moest brengen, gooide hij het er dan maar gewoon uit: hij wilde scheiden.
Marloes reageerde opvallend rustig, zonder ook maar een spatje boosheid of verbazing. Ze stelde slechts één simpele vraag:
Waarom?
Kees hield zich van de domme. Eigenlijk had hij geen zin om haar uit te leggen waarom hun huwelijk in elkaar was gezakt. Wat moest hij zeggen? Dat hij haar sinds tijden niet meer zag staan, dat het bij hem alleen maar lauwe thee was en dat er nu een andere vrouw was waar hij het warm van kreeg?
Zonder verder een woord te zeggen, beende Kees naar de slaapkamer. Het idee dat Marloes in de keuken misschien zou zitten snikken, daar kon hij niet tegen.
De volgende ochtend, schuldig tot op het bot, overhandigde hij haar de scheidingspapieren. Huis en auto: alles kreeg Marloes.
Maar Marloes verscheurde de papieren trefzeker en zei zacht:
Ik wil niks van je, en daarna kwamen de waterlanders toch nog tevoorschijn.
Kees had zo zijn twijfels of dit wel de juiste keuze was, maar terwijl hij haar aankeek de vrouw met wie hij zn halve leven had gedeeld was ze ineens zo ontzettend onbekend geworden.
Hij had medelijden, maar zijn gedachten waren inmiddels allang bij de ander.
Die avond kwam Kees laat thuis, sloeg de stamppot over en waggelde rechtstreeks naar bed. Zijn vrouw zat, zoals vaker de laatste tijd, aan de eettafel iets te schrijven.
Midden in de nacht werd hij wakker. Marloes zat nog steeds achter haar bureau, maar het kon hem weinig schelen wat ze aan het doen was. Haar aanwezigheid wekte geen gevoel meer in hem op, behalve misschien lichte irritatie.
s Ochtends overhandigde Marloes hem een stapeltje papier.
Dit zijn mijn voorwaarden voor de scheiding, zei ze.
Wat voor voorwaarden dan? vroeg Kees, met zon zucht dat de plant op tafel ervan sidderde.
Marloes legde uit:
Ik wil dat we de officiële aanvraag één maand uitstellen. Onze zoon heeft volgende maand zijn schoolexamens en ik wil niet dat hij zich druk maakt. We moeten voorlopig het plaatje van een gezin ophouden.
Kees stemde toe.
En de tweede voorwaarde? bromde hij.
Elke dag draag je me van de slaapkamer naar de voordeur.
Ben je nou helemaal gestoord! riep Kees uit.
Ik wil gewoon dat we nog één mooie traditie hebben, antwoordde Marloes, zo nuchter als een Amsterdamse bakker.
Kees protesteerde niet verder.
De volgende dag voerde hij haar verzoek met tegenzin uit. Het voelde volkomen belachelijk. Maar hun zoon, Joris, klapte in zijn handen van plezier en Marloes legde glimlachend haar hoofd op zijn schouder.
Met de dag werd deze traditie minder gênant. Kees begon dingen in Marloes te zien die hij ooit zo waardeerde: haar humor, haar zorgzaamheid, de lachrimpels rond haar ogen. Hij zag haar vermoeidheid en de sporen van het leven op haar gezicht, dat nog altijd mooi was.
Op dag vier dacht hij ineens terug aan alles wat zij had opgeofferd voor hun gezin.
Hoe heb ik haar ooit bedankt? schoot er als een wrange haring door zijn hoofd.
Elke dag leek Marloes lichter te worden. Op een ochtend stond ze voor de kledingkast en keek bedenkelijk naar haar jurken.
Alles is me te groot geworden, zei ze triest, terwijl ze haar armen liet hangen.
Kees voelde een steek van spijt en zijn hart zakte in zijn klompen.
Hij zag nu pas hoeveel Marloes was veranderd. Haar magerheid, haar droevigheid alles schreeuwde ongeluk.
Op de laatste dag van de maand hakten Kees de knoop door.
Hij ging naar de andere vrouw en zei:
Ik blijf bij mijn vrouw. We zijn vergeten hoe belangrijk we voor elkaar zijn.
Na zijn werk liep hij een bloemenwinkel binnen, kocht een prachtige bos tulpen, en schreef een kaartje:
Voor mij is geluk: jou tot het einde der dagen in mijn armen dragen.
Toen hij thuiskwam, lag Marloes in bed. Ze was er niet meer.
Later hoorde Kees dat Marloes al lange tijd ziek was. Ze had het verzwegen om voor hun zoon het beeld van een gelukkig gezin in stand te houden.
Kees zat in een stil huis. De stilte voelde als een diepe sloot. Nu wist hij: liefde vergaat niet, mits je haar af en toe wat water en aandacht geeft.





