Tijdens haar lunchpauze besloot Marloes even binnen te wippen bij haar favoriete koffiebar aan de grachten van Amsterdam. De regen tikte zachtjes op haar paraplu terwijl ze het pand binnenliep, nog vol van de stress van het werk. Kon haar leidinggevende niet even wachten met dat verplichte rapport? Dit had allemaal best morgen gekund; vandaag was ze al genoeg geleefd. Ze verlangde naar een momentje rust, een kom erwtensoep, een sterke koffie. Heel even ontsnappen, een andere kleur aan haar dag geven.
De zaak was ongewoon leeg op dit uur. Marloes zocht haar vaste stekje bij het raam, waar ze zicht had op de Prinsengracht. Ze wilde net gaan zitten, toen haar adem stokte. Haar man, Joris. En hij was niet alleen: tegenover hem zat een vrouw die zo uit een Nederlandse glossy leek te zijn gestapt. Lichtblond haar, een perfect gekozen jurkje en opvallende oorbellen van een merk dat je niet zomaar ziet.
Marloes verstijfde. De onbekende vrouw lachte net iets té luid om iets wat Joris fluisterde, haar manicuurde hand kort op zijn arm. Marloes voelde zich als met koud water overgoten. Dit kon niet waar zijn. Haar hart bonsde in haar keel, alles in haar wilde naar hem toelopen en een scène schoppen als in een Nederlandse dramaserie. Maar ze hield zich in. Ze was geen stereotype hysterica.
Ze ademde diep in, bedacht zich en week uit naar een tafeltje aan de andere kant van de zaak. Van daaruit kon ze alles volgen. Ze bestelde haar soep en koffie, maar haar eetlust was verdwenen. Ze drukte het nummer van Joris in haar telefoon. Zijn mobiel trilde op tafel tussen hem en de vrouw, maar hij negeerde de oproep, drukte het volume weg, zijn blik zenuwachtig. Marloes kromde haar lippen tot een flauwe grijns. Dus zo belangrijk is hun gesprek?
Ze bleef hen observeren, elke beweging analyserend. Toen ze Joris iets zag fluisteren dat de vrouw deed giechelen terwijl ze haar ring speeldeeen grote, glimmende diamantkreeg Marloes het benauwd. Herinneringen schoten door haar hoofd: hun eerste ontmoeting op Koningsdag, samen op de fiets door de Jordaan, liefdevolle brieven. Was alles dan een leugen? Speelde Joris nu dubbel spel?
Ze klemde haar telefoon. Haar blikken kruisten die van een man die net binnenkwamhij was lang, knap, onverzorgde stoppelbaard, het type dat je tegenkomt op de Noordermarkt. Plots kreeg ze een idee en wenkte hem resoluut.
“Pardon,” sprak ze hem aan terwijl hij verbaasd opkeek.
“Ja?” antwoordde de man, zich licht vooroverbuigend.
“Ik weet dat dit heel vreemd is,” begon Marloes aarzelend, “maar wilt u misschien even meedoen aan een toneelstukje? Die man daar,” ze knikte naar Joris, “is mijn man. Ik heb het gevoel dat hij me aan het bedriegen is. Ik wil hem even laten voelen hoe dat is. Wilt u samen met mij doen alsof?”
De man dacht kort na, schoot toen in de lach. “Is goed, waarom niet? Ik heet trouwens Wout.” Hij schoof bij haar aan tafel.
“Marloes,” stelde ze zich voor, haar hartslag nog steeds in haar keel.
Ze deed haar best rustig over te komen en keek schuin naar Joris. Onmiskenbaar had hij haar opgemerkt; zijn ogen werden groot van schrik. Zijn hele houding sloeg om, zijn gesprekspartner ging met haar rug rechter zitten.
Wout ging heerlijk op in het spel. Ze leunde vertrouwelijk naar hem toe, lachte overdreven hard om zijn grapje over hagelslag op boterhammen. Joris keek nu regelmatig haar kant op, greep gespannen zijn koffie.
Terwijl Joris zijn vingers zenuwachtig op de tafel liet kletteren en de blondine ongeduldig op haar horloge keek, nam Marloes een beslissende stap. Ze legde haar hand op Wouts hand en kneep zachtjes. Wout speelde perfect mee, glimlachte liefdevol terug. Joris werd zichtbaar onrustig, zijn zogenaamde collega keek hem vragend aan toen hij plots geen aandacht meer voor haar had.
“Hij is er niet gerust op,” fluisterde Wout. “Denk je dat we hem genoeg gekweld hebben?”
“Kom,” zei Marloes, “Laten we buiten langs hen lopen, eens kijken wat hij doet.”
Met opgeheven hoofd nam ze Wout bij de arm en samen liepen ze kalm richting uitgang, vlak langs het tafeltje van Joris. Op het laatste moment draaide Marloes zich naar haar man, glimlachte zo onschuldig als maar kon en zei: “Wat een verrassing, schat! Wie heb je daar gezellig bij je?”
Joris sprong bijna op van schrik. Zijn compagnon schoot in de verdediging.
“Ehh dit is een collega,” hakkelde Joris, zijn ogen schoten heen en weer tussen Marloes en de vrouw.
“Een collega?” Marloes trok haar wenkbrauwen op, “Ik dacht dat je nu met klanten uit eten was?”
Joris kneep zijn lippen op elkaar, zichtbaar geïrriteerd.
“Wat doe jij eigenlijk met hém?” snauwde hij, duidelijk buiten zichzelf.
Marloes vouwde haar armen over elkaar. “Morgen gezellig, hoor,” zei ze sarcastisch. “Blijkbaar hebben we allebei geheimen. Of mag jij wel collegiaal doen? Ben je daarom zo spraakzaam met deze jonge dame?”
Dit was te veel voor de blondine. Ze keek Joris ijzig aan. “Jij bent getrouwd?” Haar stem was koud en scherp als een winterochtend op het IJ.
Zonder nog een woord te zeggen stond ze op en marcheerde naar buiten.
“Prima, ben je nu blij?” vlamde Joris. “Dit was zakelijk! Zij is een belangrijke klant, het ging alleen om de deal. Jij hebt het weer weten te verpesten!”
“En wie is deze man dan?” snauwde Joris terwijl hij Wout een dodelijke blik toewierp.
“Ach, gewoon iemand met meer stijl dan jij,” sneerde Marloes, haar hoofd opgeheven.
“Jij speelt ook toneel dus!” riep Joris, zijn frustratie duidelijk niet meer onder controle.
“Misschien,” kaatste Marloes koeltjes terug, ze wilde hem nog een steek geven.
Wout stond onhandig op, knikte haar vriendelijke toe: “Ik geloof dat jullie wat te bespreken hebben.” En haastte zich naar buiten.
Joris smeet vijftig euro op tafel, mompelde een paar verwijten en verdween ook.
Marloes bleef trillend achter. Wat moest ze nu? De dag die met erwtensoep en rust begon, eindigde in chaos. Ze belde haar collega Ingrid: “Dek me alsjeblieft even, ik ben niet meer in staat kantoor in te komen.”
Thuis aangekomen zat Joris al op de bank. Er hing een gespannen stilte.
“Marloes,” begon hij, “was het echt, wat ik daar zag? Heb je iemand anders?”
Ze sloeg haar ogen neer, haar handen trilden. “Nee, vandaag pas ontmoet. Ik zag jou met haar. Wilde wat terugdoen. Ik kon het niet geloven.”
Joris haalde zijn hand door zijn haar, leek opeens ouder. “Het sloeg nergens op, wat ik deed. Jij hebt gelijk. Het zag er slecht uit, weet ik. Maar je moet me geloven, echt, er was niks. Het was gewoon werk. Vergeef me alsjeblieft. Ik wil niet dat dit tussen ons in komt te staan.”
Marloes voelde langzaam haar woede zakken. Ze ging naast hem zitten, haar hand op zijn knie. “Beloof me, geen geheimen meer.”
“Dat beloof ik,” fluisterde Joris en drukte een lichte kus op haar haren.
In zijn omhelzing, met het getik van de regen buiten en de stilte in huis, voelde Marloes de spanning uit haar lijf verdwijnen. Ze bleef nog even nadenken over die blonde vrouw en haar ongemak, maar diep vanbinnen wist ze: ze had Joris lief, ondanks alles.





