30 december 2025
Lieve dagboek,
Vandaag zat ik, een 80jarig vrouwtje met nog steeds mijn kenmerkende blauwe haartjes, in het notariskantoor aan de Nieuwezijds Voorburgwal. De notaris keek me vragend aan: Waarmee kan ik u van dienst zijn? Ik antwoordde rustig: Ik wil mijn testament opstellen. Hij knikte, zette zijn pennen klaar en vroeg me om te dicteren.
Ik leunde achterover in de houten stoel, sloot mijn ogen even en begon: Na mijn overlijden wil ik mijn hersenen doneren aan het NWOInstituut voor Neurowetenschappen. Mocht die instelling geen interesse hebben, dan mogen ze ten name van mijn overleden zoon, Karel van den Berg, worden overgedragen.
Al mijn katten, die nog bij mij zullen zijn op het moment van mijn sterven, deel ik uit onder mijn goede vrienden. Als er geen vrienden meer zijn, gaan de katten naar mijn enige zoon, Joris. Al mijn boeken, wanneer niemand ze meer wil, wil ik aan de Openbare Bibliotheek van Utrecht schenken, maar ik smeek dat ze tenminste één keer worden opengeslagen; drie jaar geleden ben ik al vergeten in welk boek ik mijn spaartegoed van 300euro heb gestopt.
Mijn as vraag ik te laten verstrooien op de heuvels bij de Kaikourakust in NieuwZeeland. De notaris hapte even, Waar precies? vroeg hij, en ik herhaalde: In NieuwZeeland, daar aan de klif. Hij fronsde: Dat is zo ver! Waarom zon omweg?
Ik legde uit: Omweg is net een extra uur lunchpauze, het hele werk van vijf dagen per week. Mijn zoon zit vast in die routine, hij rijdt elke dag met de tram en ziet de wereld niet meer. Ik was vroeger net zo, maar nu zie ik in dat reizen je horizon verbreedt, je verandert. Laat hem die halve wereld doorkruisen; ik zal kijken hoe hij terugkeert naar zijn kantoorbureau. Hij zal niet meer dezelfde zijn, en dat is een goede zaak. Ik wil hem laten zien dat er een ander leven bestaat, en dat zal ik doen, zelfs na mijn dood.
Ik vervolgde: Ik wil niet begraven worden onder de grond hier. Beter een snelle vlucht naar het verre NieuwZeeland De notaris trok zijn lippen samen, een spottende glimlach kruiste zijn gezicht.
Verder, zei ik, wil ik dat mijn geliefde kat, Muisje, samen met mij wordt begraven, op een manier die lijkt op een oude traditie. Maar ik maak een grapje, ik wil het niet echt. Ik wil alleen dat u even schrikt, een kleine schok, zodat u waakzaam blijft. Hij lachte nerveus.
Wat betreft mijn bezittingen: mijn appartement in Haarlem en de motorfiets die ik nog niet bezit, maar al wel een cursus rijdles heb gevolgd, wil ik aan Joris nalaten. De elektrische scooter, die ik al een tijdje op de voorraad heb staan, leg ik toe aan mijn oude vriend Steffaan de Vries, mocht hij nog in leven zijn. Hij heeft er al veel naar verlangd; ik herinner me de keer dat we samen over de grachten raceten en hij tegen een lantaarnpaal botste.
Nadat ik het kantoor verliet, riep de notaris een korte pauze uit. Het beeld van een oude dame met blauwe haren bleef in mijn hoofd rondspoken. Hij las het testament nog eens, keek nog eens naar de stapel papier, en nam toen zijn telefoon. Hey Maaike, zin om ergens heen te reizen? Ik droom al jaren van een safari in Afrika
Ik sluit nu het dagboek af met een gevoel van voldoening. Het is vreemd maar geruststellend om te weten dat, zelfs in de late jaren, je nog plannen kunt smeden die de horizon van de volgende generatie verbreden.
Tot morgen,
Grietje van LeeuwenMorgen zal ik Joris een brief sturen met een kaart van Kaikoura, zodat hij tenminste de plek kan zien die ik voor hem heb uitgekozen.






