15 februari 2025
Vandaag voelde ik me eenzaam, zelfs temidden van de menigte in het bruisende centrum van Amsterdam. Ik had een kans gezien om een meisje te benaderen, maar ze weigerde. Beter één trouwe metgezel dan een gratis, maar onbetrouwbare, dienst voor een leven lang.
“Wat ben je toch alleen, Anke?” zei ik tegen haar, terwijl ik haar afkeurende blik oppikte. “Een man hoort niet alleen te zijn, een vrouw hoort altijd een man te hebben. Anders is het niet goed… en niemand zal je ooit echt zien. Alleen eenzaamheid kent men.”
Ze lachte spottend. “Eenzaamheid is een vloek!” weerklonk het in haar stem, terwijl ze de kamer verliet. Ze zei dat ik moest stoppen met dromen en beginnen te handelen. “Jouw kinderen zijn er toch niet meer!”
Ik vroeg: “Waar heen?” en ze riep: “Naar Groningen!” Ze leek wel een lachrantsoen, alsof ze zich niet kon uitdrukken zonder te schateren. Ik voelde een steek van spijt, maar ik hield vol. “Ik wil je helpen, al is het moeilijk.”
Anke was al tien jaar mijn toevluchtsoord. Haar ex-man, de heer De Vries, had een jaar geleden ons verlaten, en sindsdien had ik de enige echtgenootmijzelfnaar onze oude boerderij in het Gelderse landschap gebracht. De boerderij is nu verlaten, de velden dor en de stal leeg. De kinderen zijn opgegroeid en verspreid: mijn zoon werkt in Rotterdam, mijn dochter is getrouwd en woont in België. Ik ben alleen gebleven in een klein, maar knus appartement in het centrum van Utrecht.
Het bestaan op zichzelf stoorde me niet. Ik had een leuke baan als accountant, een bescheiden inkomen en een fijne levensstijl. Ik gastte vaak vriendinnen en mijn oude paard, Storm, voor een kopje koffie. Ondanks een gemiddeld IQ vond ik altijd iets om mezelf mee te vermaken: lezen, zwemmen, yoga, reizen en af en toe een kleine klus in de buurt aannemen.
Pas toen Mariska, de vrouw van mijn oude vriend, zich uitsprak over haar eenzaamheid, werd ik echt wakker. Ze zei: “Luister, Anke, er is een goede vent, net zo oud als ik, die al zeventien jaar vrijgezel is. Hij heeft een boerderij met koeien, schapen, varkens en kippen. Gezond eten, melk, eieren, vlees. Hij is vriendelijk, beleefd en maakt zich sterk op het huiselijke leven.” Ik lachte: “Nou, dat klinkt leuk, maar ik heb niets beloofd.”
De boer bleek een stevige, gespierde man met nette ogen en een warme lach. Zijn naam was Johan Katwijk. Hij sprak niet veel, maar maakte vaak grappen. Hij zei: “Als je iets wilt, moet je het zelf doen. Een goede vrouw moet de boerderij helpen, de koe melken, de kippen verzorgen en de boerderij draaiende houden. Ik kan wel een partner vinden, maar jij moet je eigen rol spelen.”
Ik dacht na over mijn eigen situatie. Ik had een klein bedrijfje, een kleine boerderij en een oude tractor die nog wel werkt. Ik had een auto die ik acht jaar geleden kocht en nu weer nodig had. Ik moest zorgen voor boodschappen, de tuin, de schoonmaak en de financiën. Het inkomen uit mijn werk was goed, maar het leek niet genoeg om comfortabel te leven. De pensioenvoorziening was nog niet rond, maar er was wel een wat spaargeld.
Wat ik uiteindelijk nodig had, was geen perfecte partner, maar een eigenwaarde die niet afhankelijk is van een ander. Ik besloot Mariska te laten weten dat ik niet zal trouwen met Johan, omdat ik een eigen leven wil leiden. Ik wil niet alleen een handje krijgen, maar ook een eigen stem hebben.
Zo eindigde de dag met een warme kop thee, een blik op de grachten en het besef dat eenzaamheid niet per se een vloek is, maar soms een kans om jezelf beter te leren kennen. De les die ik hieruit trek, is dat zelfrespect en zelfstandigheid belangrijker zijn dan het najagen van een ideaalbeeld van geluk.






