Anneke ligt al dagen in bed, zonder kracht om op te staan. Ze heeft geen pijn, alleen duizeligheid, geen energie, en helemaal geen zin om de dag te beginnen.
Waarom eigenlijk? denkt Anneke, alles wat ik in het leven moet doen, heb ik gedaan: kinderen grootgebracht, ouders weggebracht. Nu ben ik, lijkt het, nergens meer voor nodig. De jaren zijn voorbij gevlogen, haast ongemerkt.
Ze heeft nergens zin in. Anneke kijkt rond in haar kamer: hier en daar hangen dunne spinnenwebben van het plafond. Door het raam ziet ze haar groentetuin, nu overgroeid met onkruid. Terwijl de eerste zonnestralen verschijnen, sluit ze haar ogen en valt ze weer in slaap.
In haar droom verschijnt haar moeder. Anneke verbaast zich: haar moeder droomde ze alleen één keer, drie jaar geleden, vlak na de begrafenis. Moeder kijkt haar liefdevol aan, strekt haar handen uit om haar vast te pakken en zachtjes over haar hoofd te aaien zoals vroeger, maar een onzichtbare muur staat het niet toe.
Lieve dochter, zegt moeder zacht, morgen is je laatste dag
Anneke schrikt wakker, ze rilt over haar hele lijf.
Hoezo laatste? Is het al klaar? Waarom nu al? roept ze vertwijfeld.
Anneke stelt het zich voor: hoe ze daar zou liggen, op datzelfde bed en niet meer wakker zou worden. Haar kinderen zouden komen, familie en bekenden ook In huis een puinhoop, de tuin één chaos, eten is er niet. Ze vliegt onrustig door het huis, niet wetend waarmee ze moet beginnen.
In de keuken maakt ze vlug deeg: Vanavond kan ik er appeltaart van bakken als ik de avond nog haal.
Ze vult een emmer met water, pakt een poetsdoek en maakt in elke hoek schoon. Alles wat rondzwerft wordt opgeruimd. Ze begint zelfs aan de vloer.
Zo, het huis is weer op orde! zucht ze opgelucht.
Nu de tuin. Anneke werkt als een bezetene, honger en moeheid vergeet ze. In haar hoofd bonkt maar één boodschap: Laatste dag! Laatste dag!
Pas als het onkruid van het laatste bedje verwijderd is, voelt ze hoe haar benen branden.
Even rusten. Nee, straks. Eerst verder.
Ze denkt aan het deeg en haast zich naar binnen.
Even later staan de appeltaarten op tafel.
Nou, als de kinderen morgen komen drinken we met elkaar thee en eten mijn appeltaart. Gezellig, zegt Anneke met tranen in haar stem, laat ik maar even proeven. O, wat zijn ze luchtig geworden!
Ze zit bij het raam en overdenkt:
Wat is het leven eigenlijk mooi!
Maar goed, zonder omwegen, tijd om alles rustig klaar te maken voor het einde.
Anneke pakt haar kleren uit de kast, zoekt uit wat ze aan wil. Uiteindelijk kiest ze het nieuwe jurkje, dat ze nog nooit aan heeft gehad.
Ze doet haar haar en wat make-up voor de spiegel. Ze trekt het jurkje aan, kijkt naar haar spiegelbeeld en glimlacht:
Wat een pracht! Zo zou ik naar een bruiloft moeten gaan, niet naar het kerkhof!
Maar ja, het lot beslist nu eenmaal Ze legt zich weer neer. Maar sterven lukt niet, want buiten klinkt motorgeronk; een auto stopt bij haar huis en toetert.
Zeker naar de buren, denkt Anneke, daar zijn ze vaker.
Even later wordt er op de deur geklopt, nog eens.
Zouden de kinderen toch al gekomen zijn? Ze kijkt uit het raam. Nee, een onbekende auto.
Zie je die bak eens! denkt ze onwillekeurig, wie zou dat nou zijn? Ze loopt naar de voordeur, haalt het haakje weg en doet open. Voor haar staat een nette, aantrekkelijke man. Anneke kijkt hem aan.
Die heeft zn netste pak aangetrokken, vast voor een feestje, flitst het door haar hoofd.
Bent u Anneke? vraagt de man.
Ja
Ik kom voor u. Sorry dat ik zo laat ben
Kan ik u ergens mee helpen? begrijpt Anneke niet.
Eh, ja, aarzelt de man, over zijn woorden struikelend.
Dan heeft u zich vast vergist.
Nee, nee, ik kom voor u. Neem me niet kwalijk voor dit onverwachte bezoek.
Wat laat voor visite, vindt u niet?
Ja, sorry, ik kon de tijd niet goed inschatten. Kom van ver, en ben ook nog verdwaald.
Omdat Anneke hem niet begrijpt, vervolgt hij:
Ik ben Sjoerd. En ik wilde u graag ontmoeten.
Vandaag had ik eigenlijk iets heel anders gepland, denkt Anneke.
Hoe kent u mij? vraagt ze de onbekende.
Ik heb een vriendschapsverzoek op WhatsApp gestuurd, maar u bent daar nauwelijks. Dus heb ik u gezocht vraag niet hoe, dat vertel ik ooit nog en ben komen rijden.
Wat moet ik nu met jou? denkt Anneke.
Sjoerd, vergeef me, ik maak geen nieuwe kennis meer en wil niets veranderen in mijn leven. Ga toch lekker naar huis.
U heeft vast gelijk, ik had beter eerst kunnen bellen. Tot ziens, Anneke.
De man loopt snel naar zijn auto, draait zich halverwege om en overhandigt Anneke een luxe doos bonbons.
Vergeef me dat.
En alweer stapt hij richting zijn auto.
Anneke krijgt een ongemakkelijk gevoel, en vindt het zielig voor deze onbekende die nu de hele dag onderweg is wellicht ook hongerig.
Sjoerd, wacht even. Kom, ik zet thee voor je.
De man straalt, loopt glimlachend naar binnen.
Graag, Anneke.
Binnen wast Sjoerd zijn handen, Anneke zet de thee en snijdt taart.
Heb je honger misschien? vraagt ze.
Heel graag zelfs.
Eet gerust. Smakelijk.
Anneke merkt dat ze zelf ook honger heeft gekregen. Ze dekt gauw de tafel, gelukkig heeft ze genoeg gebakken.
Eet smakelijk, wensen ze elkaar tegelijk en lachen.
Voor het eerst in lange tijd geniet Anneke echt van haar maaltijd. Met deze totaal onbekende voelt ze zich vreemd genoeg direct op haar gemak. Sjoerd is een prettige gesprekspartner. Na een uur lijkt het alsof ze hem haar hele leven al kent.
Anneke, zeg maar, als ik kan helpen, ik doe het graag.
Ze kijkt naar zijn kleren en glimlacht.
Helpen? Natuurlijk! De schuurtje staat scheef, het hekwerk buiten is stuk
Sjoerd lijkt na te denken:
Ik help je, ik regel alles.
Hij maakt zich alweer klaar om te vertrekken.
Dankjewel jou het was heerlijk. Ik ga niet om logeren vragen, ik begrijp dat dat niet past. Tot ziens, Anneke!
Dag Sjoerd, goede reis!
Anneke ruimt de tafel, zit nog even, en gaat dan naar bed, oftewel, ze bereidt zich voor op haar laatste nacht.
Slapen doet ze snel ze is compleet uitgeput na haar dag.
Dochter, waarom ben je gisteren zo snel weggegaan, je had nog niet alles gehoord, haar moeder wacht op haar in de droom, vandaag was de laatste dag van je eenzame leven. We weten hoe zwaar het is om alleen te zijn, dus hebben we je een engel gestuurd. Wijs hem niet af, hij zal voor je zorgen, en zorg jij goed voor hem.
Wie moet ik beschermen, mam? Jullie engel is al weer weg, al dat werk schrok hem af.
Moeder geeft haar haar zegen en verdwijnt in het licht.
s Morgens, vroeg in de ochtend, wordt Anneke wakker van het lawaai van een vrachtwagen. Door het raam ziet ze een volgeladen wagen met bouwmateriaal stoppen voor haar deur. Nog een vrachtwagen rijdt aan, mannen beginnen planken en spullen uit te laden.
Wat krijgen we nou? Dat heb ik niet besteld.
Ze wil naar buiten rennen om ze weg te sturen, maar ziet Sjoerd aanwijzingen geven.
Als alles is uitgeladen, vertrekken de wagens. Anneke loopt de straat op.
Jeetje, daar kun je een huis van bouwen!
Tegen lunchtijd arriveert een andere wagen, nu met metalen platen, nog meer materiaal.
Dat wordt een hek, beseft Anneke ineens, zo’n wagen kwam laatst ook bij de buurvrouw. Anneke vond haar nieuwe hek altijd prachtig.
De mannen gaan direct aan de slag. Ook Sjoerd is erbij, hij werkt net zo hard als de rest.
Anneke stapt de tuin in:
Sjoerd, waarom doet u dit allemaal? probeert ze voorzichtig.
Anneke, maak je geen zorgen, alles komt goed. Ga lekker naar binnen, het is fris vandaag.
Anneke is helemaal van streek. In haar leven heeft ze geleerd mannen niet te vertrouwen er waren er twee, maar met geen van hen vond ze geluk. Alles loste ze in haar eentje op, nog nooit zorgde iemand voor haar. Ze weet niet goed hoe zij zich moet gedragen.
Intussen gaat het werk hard door. Binnen een paar dagen staat er een nieuw hek, een nieuwe schuur, er ligt een nieuwe vloer in huis en de kachel doet het weer. Maar Anneke blijft argwanend tegenover Sjoerd.
Wat wil hij toch van mij? Zou hij geld van mij willen?
Maar Anneke heeft dat soort geld niet.
Wat ik heb, geef ik hem, de rest als ik het ooit heb.
Als Sjoerd, moe maar tevreden, naar binnenkomt, zegt Anneke:
Sjoerd, dank je wel, ik weet echt niet waarom je dit allemaal doet
Anneke, nee joh, waar heb je het over?
Ze drukt hem een stapeltje euros in de hand.
Neem het aan, het is niet veel, maar ik betaal je alles terug.
Maar Anneke, doe normaal, dat hoeft echt niet.
Neem maar, werk moet betaald worden.
Sjoerd loopt het huis uit. Even later hoort Anneke zijn wagen vertrekken.
Ze rent naar buiten. Maar Sjoerd is weg. Hij komt niet terug, niet de volgende dag, niet de week erna
Anneke weet zich geen raad. Een dieper, schrijnend verdriet nestelt zich in haar hart. Ze denkt nergens anders meer aan ze is verliefd als een jonge meid.
Waarom heb ik Sjoerd weggejaagd? Wat moet ik nu zonder hem? denkt ze, als kende ze hem al haar hele leven.
Nors loopt ze over de dijk, nergens heen. Haar buurvrouw, altijd op de hoogte, houdt haar staande.
Anneke, jaag die man niet weg, kijk wat hij allemaal voor je doet! Daar kun je op bouwen!
Hij is al lang weg, bromt Anneke.
Doe niet zo gek, zijn auto staat elke avond bij het begin van het dorp.
Waar? Waar staat zijn auto? vraagt Anneke.
Aan de bocht bij het dorp
Anneke luistert niet meer, ze rent met hoop in haar hart, wil Sjoerd vinden. Maar bij de bocht is geen auto, geen Sjoerd.
Ze heeft gewoon met me gedold, denkt Anneke, en sloft terug naar huis.
s Nachts kan Anneke niet slapen. Ze staat op, slaat een plaid om haar schouders en gaat het terras op. Het is koud, ze wikkelt zich stevig in en gaat op een stoepje zitten.
Waarom ben ik zo ellendig, mompelt ze hardop, en zo dom!
Ze kan haar tranen niet meer inhouden en begint te huilen.
Opeens komt er iemand aan, tilt haar op, en kust haar tranen en lippen.
Anneke, alsjeblieft, huil niet, fluistert Sjoerd.
Waar was je zo lang? Waarom ben je weggegaan?
Ik kon niet weg, omdat ik van je hou.
En ik hou ook van jou, meer dan wat dan ook.
Anneke drukt zich stevig tegen haar engel, door haar moeder gestuurd.
Dankjewel, mam! fluistert ze en huilt weer, dit keer uit pure blijdschap.





