Het kind kwam ter wereld precies om middernacht. Op het precieze moment dat de digitale klok in de bevallingskamer, met een groen knipperen, versprong van 23:59 naar 00:00.
De arts en de verloskundige keken elkaar zwijgend aan, terwijl de dienstdoende neonatoloog het bewegingsloze, blauwige lichaampje haastig overnam en op de verschoningsmat legde. Met bebloede handen greep hij direct naar de afzuiger. Het kindje ademde niet. De moeder, die haar hoofd lichtjes draaide, keek met afstandelijke blik toe naar de handelingen van de artsen.
Is hij misschien dood? Hij huilt niet… doken de gedempte gedachten op in haar hoofd, nog beneveld door de allesverterende pijn van een fractie geleden.
Ten slotte slaakte de pasgeborene een zwak, amper hoorbaar piepje dat beetje bij beetje groeide tot een helder gehuil dat ver door de stille, verlaten gangen van het ziekenhuis daverde. Toen stonden dokter, verloskundige en neonatoloog zwijgend, geconcentreerd rondom de baby, hem aandachtig onderzoekend.
Dit was geen gewoon kindje… Zijn ruggegraat boog, ter hoogte van de schouderbladen, op zon vreemde manier dat er twee bijna perfecte, langgerekte hobbels ontstonden die tot halverwege zijn borstkast reikten.
Hoe kan dit? fluisterde de verbaasde neonatoloog keer op keer. Nog nooit, nog nooit heb ik zoiets gezien… Het kan haast niet… het lijkt onmogelijk…
Toen de volgende ochtend de arts langs kwam bij Annemijn, om haar de bijzonderheden van haar pasgeboren zoon uit te leggen, trok zij haar mond in een kille grimas.
Dus hij is ook nog eens mismaakt… Wat een ellende…
Nee, ik wil hem niet. Doe ermee wat je wilt, maar ik hoef zon kind niet. Ik wilde eigenlijk al geen gezond kind, laat staan… Breng me maar een formulier, ik teken voor afstand.
En ruim op tijd verliet ze het ziekenhuis, lichtvoetig, ongehinderd door enig verdriet, en haar zoon bleef achter, niet wetend dat diegenen die hem het dierbaarst moesten zijn hem reeds verlaten hadden…
In het kindertehuis noemden ze hem Marnixje. Precies zo, niet anders. De verzorgsters trokken hem altijd ruime, veel te grote pyjamaatjes aan, zodat zijn afwijking minder opviel.
Maar zelfs als hij het mooiste, meest perfecte lijfje had gehad, zou hij zich toch onderscheiden hebben van de anderende piepende, schreeuwende, vechtende, elkaar altijd aftroevende peuters.
Er zat een onpeilbare, niet-kinderlijke ernst in de blauwe ogen omlijst met dikke, zwarte wimpers.
Vaak staarde hij uit het raam, luisterend naar iets diep in zichzelf, ijverig, wanhopig op zoek naar een klank, een betekenis die nog niet te grijpen, nog niet te begrijpen viel.
Op een kille ochtend, toen een rijtje waggelende, over eigen voeten struikelende peuters op weg was naar een soort activiteit, overkwam het.
Marnixje hoorde HET.
Uit een half open deur van het kantoor van de directrice ritselde muziek. Geen enkel kinderliedje zoals hij kende van de muzieklessen, waarop ze moesten marcheren als soldatenzwaaiend met slappe armpjes, moeizaam trappelend op hun stroeve beentjes.
Het was als… de wind. Een warme, zachte wind die hem optilde, hem droeg, wiegend en sussend, als een geheime bries tussen de grachten en de knotwilgen.
Geen woorden, alleen een ziel, een levende ziel die Marnixje omhelsde, hem fluisterde en iets toevertrouwde wat niemand anders hoefde te wetenalleen hij, Marnixje.
In het midden van de gang bleef hij staan, flink wat chaos zaaiend in de zorgvuldig gevormde colonne, en begon wiegend mee te bewegen op het ritme van de muziek, zonder acht te slaan op de peuters die tegen hem opbotsten of de vergeefse pogingen van de verzorgsters om hem in beweging te krijgen.
In zijn kleine hoofd viel alles plotseling op zijn plek.
Wat hij zo vaak zocht, in het gekrijs van lotgenootjes, in het ruisen van de wind, in het gezoem van de waterleidingen bij de wasruimtedat was zij, zijn Muziek…
Maud en Jan bezochten ieder kindertehuis in de regio. Maud kon door een aangeboren afwijking geen kinderen krijgen.
Zij besloten: dan nemen we een kindje uit een tehuis. Maar… tja… de papieren waren geregeld, de cursus voor adoptieouders afgerond, maar toch: de KEUZE… Hoe is dat, je kindje kiezen? Je eigen geboren kind kies je immers niet, die bemin je zoals die is, maar hier… Ze hadden hem nog niet gevonden, hun kind, hun eigen ziel.
Hand in hand liepen ze langs het hek van het kindertehuis.
In de zandbak rommelden peuters, meisjes reden kinderwagens vol poppen, er klonk vrolijk lawaai en gelach over het natte grasveld.
Slechts één jochie, in een lange, veel te ruime jas, stond stil en luisterde gespannen naar een tjilpende mus in een wilg.
Juist toen ging Mauds telefoon af…
Mozart… Maud hield van klassieke muziek.
En het jochie… hij schrok, zijn ogen vlamden fel op, als een baken, en hij begon heel langzaam heen en weer te wiegen, perfect op het ritme van de melodie.
Jan en Maud stonden stil, totaal vergeten dat de telefoon overstroomde met geluid.
Ze zagen HEM.
Hun zoon. De verwante ziel die in zijn blik straalde…
Ja, ik weet dat hij ziek is, gehandicapt… Ja, ik wil die zorg op me nemen… Revalidatie? Natuurlijk…
Maud antwoordde een uur lang geduldig op alle vragen van de directrice, die haar bleef proberen een ander, gezond kind aan te smeren.
Kinderen kies je niet, die krijg je, legde ze vriendelijk uit. En hem neem ik, wat het ook kost…
Mama? Marnixje liep bij de piano vandaan en leunde met zn hoofd op Mauds hand. Waarom ben ik zo? Waarom ben ik niet als de anderen?
Maud streek liefdevol over zijn mismaakte rug. Kijk, liefje, we zijn allemaal anders… vanbinnen en vanbuiten… Jij, ik, en papa…
En je rug, weet je nog, daar groeien vleugels, als van een engel… Ze zijn nog niet open gegaan, maar ooit… ooit spreiden ze zich uit, dat weet ik zeker…
Ze sloot hem in haar armen, kuste zijn warme kruin en ging naast hem zitten achter de piano. Samen speelden ze, en Marnixje speelde met een puurheid en hartstocht die zelden een volwassen muzikant bereiken kan.
Achter hem ontvouwden zijn vleugels zichecht waarmaar alleen Mama, Papa, en zijn beschermengel, die glimlachend achter hem stond, konden ze zien…
En de muziek stroomde, breed en vol als de Maas, en wiegde, wiegde over de golven het gelukkige jongetjeMarnixjevoort.





