Mijn zoon deed de deur op slot toen ik langs kwam en deed alsof hij niet thuis was.
Ik wist dat hij binnen was.
Ik zag het lampje branden.
Ik hoorde zelfs de televisie.
Maar zodra ik belde, viel die typische stilte die alleen ontstaat als iemand bewust geen zin heeft om open te doen.
Dus bleef ik voor de deur staan en wachten.
Ik belde een tweede keer.
Toen een derde keer.
Uiteindelijk leunde ik gewoon tegen de muur in de gang en fluisterde:
Wouter ik weet dat je daar bent, hoor.
Niks.
Alleen de tv bleef gezellig babbelen.
Op dat moment besefte ik dat je je eenzamer kunt voelen voor een dichtgeslagen deur dan helemaal alleen thuis op een regenachtige zondagmiddag.
Ik ben zijn moeder.
Ik heb hem grotendeels zelf opgevoed.
Zijn vader vertrok toen Wouter zes was.
Ik herinner me hoe ik hem elke ochtend naar school bracht. Hoe ik de halve nacht wakker lag als hij ziek was.
En hoe hij als klein jochie bang was in het donker en bij mij in bed kroop.
Mama, laat me niet alleen, ja?
En nu stond ik daar, alleen voor zijn deur.
Na een paar minuten ging de lift open.
De buurvrouw van de derde verdieping stapte uit.
Ze keek even naar me.
Wacht u op iemand?
Ik glimlachte ongemakkelijk.
Op mijn zoon.
Ze keek naar de deur.
Maar hij was net thuisgekomen, toch?
Mijn hart kromp iets.
Dat weet ik.
Ik liep de trap af, omdat ik geen zin had om huilend bij de lift te staan waar de hele flat me kon zien.
Toen ik buiten op straat kwam, trilde mijn telefoon.
Een berichtje van Wouter.
Mam, sorry. Het kwam echt niet uit.
Het kwam niet uit.
Die woorden klonken zo vreemd.
Die nacht heb ik niet geslapen.
De dag erna besloot ik niks te sturen.
Als iemand de deur niet voor je wil openen, kun je hem niet dwingen.
Er gingen drie dagen voorbij.
Toen ging mijn telefoon.
Wouter belde.
Zijn stem klonk anders dan anders.
Mam kunnen we elkaar zien?
Waarom?
Het bleef even stil aan de andere kant.
Omdat er gisteren iets gebeurde.
Wat dan?
De zoon van de buurman vroeg iets.
Hij zuchtte.
Hij vroeg waarom zijn oma altijd langskomt, en waarom mijn moeder nooit bij mij komt.
Weer die kramp in mijn hart.
En wat zei je?
Niks Ik wist niet wat ik moest zeggen.
Toen fluisterde hij:
Ik realiseerde me ineens, als ik zo doorga, denkt mijn eigen zoon straks dat het normaal is om de deur voor je moeder dicht te houden.
Het bleef even stil.
Mam kom je weer eens langs?
Ik keek lang naar mijn telefoon.
En toen vroeg ik zachtjes:
Ga je deze keer open doen?
Van de andere kant kwam er één simpel antwoord:
Ja.
En soms is dát precies het moeilijkste voor een mens:
De deur open doen.
Wat zou jij doen als je mij was?





