Soms ligt de prijs van genezing niet in geld. Dit verhaal speelde zich af in een afgelegen, natte polder in Friesland, waar je alleen te voet of met de fiets kunt komen. Hier woonde een jongen waar de hele streek over sprak. Men zei dat hij ieder mens weer op de been kon brengenmaar wat hij vroeg, joeg zelfs de rijkste mensen van Nederland angst aan.
Scène 1: Een aanbod dat je niet kunt weigeren
Voor het gammele boerderijtje stond een glimmende rolstoel van het nieuwste model. Daarin zat een vrouw, haar jasje duurder dan het hele huis en haar hakken versleten van het stadsleven in Amsterdam. In haar hand klemde ze een dikke envelop, boordevol briefjes van honderd euro. Met vuur in haar ogen duwde ze die richting de jongen, die rustig op het trapje zat.
**Hier, pak aan! Vijftigduizend euro,** siste ze. **Laat me weer lopen.**
Scène 2: Een andere waarde
De jongen keek niet eens naar het geld. Zijn blik was op het erf, waar zijn oude moeder kromgebogen een zware kruiwagen met hout richting het huis duwde. Zacht maar vastberaden duwde hij de uitgestoken hand met geld terug.
**Mijn gave koop je niet met papier,** zei hij kalm. **Ik ruil alleen voor zweet.**
Scène 3: Trots en onmacht
De vrouw hapte naar adem van woede. Ze sloeg met haar handen op haar verlamde benen en de dure rolstoel.
**Ben je gek? Ik kan helemaal niets!** schreeuwde ze. **Ik beweeg al drie jaar geen spier!**
Scène 4: Een harde eis
De jongen boog zich naar haar toe. Zijn indringende ogen leken dwars door haar heen te kijkenhaar hebzucht, haar trots en haar rijke verleden vol mensen gebruiken.
**Dan zul je kruipen, totdat je weer kunt lopen,** fluisterde hij.
Scène 5: Het begin
Met een scherp geluid knipte de jongen met zijn vingers. Op dat moment slaakte de vrouw een gil. Met afgrijzen voelde ze hoe haar verlamde been met kracht tegen het wiel van haar rolstoel schopte. De stoel kantelde om en ze viel middenin de natte modder.
Einde van het verhaal
In het zand, besmeurd en vernederd, bleef de vrouw liggen. Verwachtingvol keek ze naar de jongen, hopend op hulp. Maar hij wees zwijgend op een stuk hout dat uit haar moeders armen was gevallen.
**Wil je lopen? Help mijn moeder die blokken in huis te dragen,** zei hij eenvoudig.
**Dat kan ik niet! Het is onmogelijk!** snikte ze.
Maar telkens wanneer ze opgaf, trokken haar benen in pijnlijke kramp en moest ze verder bewegen. Zonder keuze klampte ze zich vast aan de koude, natte grond en kroop voort. Uur na uur, zwetend en huilend, sleepte ze dat verdomde blok hout mee. Haar zijden kleding werd tot vodden, haar zorgvuldig verzorgde handen tot bloedens toe opengehaald.
Aan het einde van de dag, toen het laatste blok hout voor de haard lag, kwam de jongen naast haar staan. De vrouw lag uitgeput op de plavuizen vloer. Haar woede was verdwenen; alleen uitputting en een vreemd soort voldoening bleven over.
**Sta op,** sprak de jongen zacht.
**Het lukt me niet** fluisterde ze.
**Je hebt het zwaarste al verpulverd. Je bent vergeten wie je dacht te zijn en hebt herinnerd wat werken is.**
Hij stak zijn hand uit. De vrouw pakte hem. Eneen wonderze voelde kracht. Onzeker eerst, maar steeds steviger kwam ze overeind. Voor het eerst in drie jaar stond ze weer op haar eigen benen.
Ze keek naar de envelop met geld, nu doordrenkt van modder. Het was waardeloos geworden.
**Jouw benen luisteren alleen naar iemand die weet wat grond betekent,** zei de jongen terwijl hij naar binnen ging. **Ga. En denk nooit meer dat je het leven kunt kopen.**
De vrouw zette aarzelend een stap op het Friese pad. Elke kei voelend onder haar voeten, voelde ze zich voor het eerst in haar leven werkelijk rijk.






