Aan de universiteit doceert dokter van der Veen een cursus medische basiskennis voor defensiepersoneel. Ze heeft haar hele carrière als kinderarts gewerkt in het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht. Tijdens haar lessen deelt ze soms bijzondere ervaringen uit haar praktijk. Zo vertelt ze bijvoorbeeld dat haar kinderen alle mogelijke kinderziektes hebben gehad, terwijl zijzelf nota bene arts is. Het leek soms alsof ze geen enkel virusje konden missen telkens weer bracht ze een ziek kind naar bed, terwijl de anderen vrolijk en speels door het huis dartelden.
Dokter van der Veen let streng op hygiëne. Zodra ze thuiskomt, duikt ze eerst onder de douche, trekt schone kleren aan en wast grondig haar handen. Maar toch liepen haar kinderen juist die infecties op waar zij patiënten voor behandelde. Als ze een bijzonder zware patiënt had, werden haar kinderen vaak direct daarna ziek, alsof er een mysterieus verband was. Vitamines, gezonde voeding en buiten spelen werkten niet; ondanks al haar medische kennis raakte ze er soms wanhopig van.
Op een dag komt dokter van der Veen na een loodzware dienst thuis. Een heftig geval heeft haar uitgeput en onderweg voelt ze zich bang; ze kent haar kleine spookjes immers vast worden ze deze week weer ziek. In een opwelling besluit ze haar gewoonte te doorbreken en niet direct naar huis te gaan. In plaats daarvan stapt ze in de Kinepolis bioscoop bij Hoog Catharijne binnen om naar een avonturenfilm te kijken: Indiana Jones vult de zaal met spanning en plezier. Met een mengeling van schuld en opluchting keert ze later alsnog huiswaarts. Maar zie: haar kinderen zijn gezond, dansen en maken grapjes.
Een week later gaat Marjolein zo heet haar oudste dochtertje op visite bij een vriendin in Amersfoort en blijft dokter van der Veen na haar werk spontaan hangen voor thee en stroopwafels bij een collega. Ook nu blijft het hele gezin kerngezond. Vanaf die tijd wordt het haar vaste ritueel: na een pittige werkdag wandelt ze door het Vondelpark, kiest een rustig bankje bij een veld met tulpen en geniet van het kabbelende water van de fontein. Daarna gaat ze pas richting huis. Sindsdien zijn de kinderen nauwelijks meer ziek geweest.
Dokter van der Veen beseft nu hoe belangrijk het is met welke energie en gemoedstoestand je thuis komt. Volgens haar draait het niet alleen om bacteriën of virussen, maar ook om de sfeer en stress die je meeneemt uit je werk. Die belasting beïnvloedt zonder dat je het wilt je gezin. Sinds ze haar benadering heeft veranderd, is er thuis meer rust en minder ziekte.
Ze raadt daarom iedereen aan: haast je niet direct van een rotdag naar huis, met een vol hoofd en vermoeid gezicht. Wissel van omgeving, wandel langs de grachten, bezoek een museum of kijk even rond op het plein. Adem frisse lucht in en laad op, zodat je thuis iets positiefs brengt. Hoe het precies werkt, zoeken wetenschappers nog uit maar één ding weet zij zeker: een rondje door het park of een film als afleiding doet wonderen. Daarna kun je opgeladen en met een glimlach weer naar huis, naar wie jou dierbaar zijn.






