Mijn man houdt er absoluut niet van om in grappige situaties betrapt te worden; hij wil graag stoer overkomen. Daarom gluur ik heel stilletjes de badkamer in, geniet van het schouwspel, draai me snel om de muur en… ik denk dat ik van het lachen straks de hik krijg:
“Als je een lief poesje bent, zeg dan miauw!
Als je een bijzonder poesje bent, zeg dan miauw…
Als je een favoriet poesje bent, zeg dan miauw!”
Mijn man zingt zachtjes terwijl hij onze kater aan het wassen is. Normaal gesproken stribbelt dat beestje enorm tegen, krabt, bijt en schreeuwt moord en brand, maar nu… of het komt door het gezang, of hij staat gewoon compleet in shock.
“Nu wassen we je ruggetje zeg miauw…
Nu wassen we je pootjes zeg miauw…
Nu wassen we je staartje zeg miauw…”
“Miauw,” piept de kat heel zachtjes.
Ik ga stuk van het lachen achter de muur… Ik baal daar nog steeds van dat ik dit pareltje niet op film heb gezet, maar ik vermoed dat ik het niet had overleefd met zulk evidentiemateriaal in handen.
“Wat is er, vind je het niet leuk? Zal ik wat anders voor je zingen?”
“Miauw.”
Sander zwijgt even en begint dan zacht een nieuw liedje te zingen terwijl hij de kat inzeept:
“De regen schildert weer op het huilende raam
Jouw verdrietige silhouet, Madonna…”
De tranen lopen inmiddels over mijn wangen van het lachen.
Op hetzelfde moment realiseer ik me dat mijn man nog nooit voor mij gezongen heeft. Hij is niet de meest romantische man, maar hij heeft andere kwaliteiten. Maar aan de kat zingen dus hele serenades. Misschien zou ik het jammer vinden, als het niet zo hilarisch was.
Ondertussen miauwt “Madonna” weer zacht en sneu, en Sander schakelt over op “Op een grote paddenstoel.”
Nu kan ik het niet meer aan; nog even en hij ontdekt me. Tijd om voorzichtig naar de woonkamer terug te kruipen, want het badderen is bijna klaar en Sander pakt de handdoek al.
Ik heb me net herpakt, maar dan ineens…
“Doei doei televisie,
Doei doei televisie,
Doei doei televisie…”
En op dat moment houd ik het niet meer in en zing ik erachteraan:
“En twee Buurmannen erin!”
Al kruipend naar de bank, schiet ik in een onbedaarlijke lachbui.
Geen idee of er daarna nog verder gezongen wordt, want ik kom echt niet meer bij. Een paar minuten later staan daar ineens twee verontwaardigde stoere types in de kamer, en kijken me vol argwaan en met gekwetste trots aan. Ik verstop mijn gezicht in het kussen en tril van het stille lachen.
Kat én man werpen me een hautaine blik toe en schrijden met opgeheven hoofd richting keuken.






