Nico komt langs voor een klusje. Een jongen van een jaar of tien en een meisje doen open. “Mama is zo thuis, komt u binnen! De kraan in de keuken lekt,” zegt de jongen.

Vandaag was weer zon dag waarop ik me iets meer verbonden voelde met het leven in Nederland dan anders. Mijn werkdag begon zoals gewoonlijk; ik had net het kraantje in de badkamer vervangen bij een oudere dame in Haarlem, mijn laatste klus van vandaag. Net toen ik mijn gereedschap wilde inpakken en richting huis wilde fietsen, belde de dispatch nog. Of ik alsjeblieft nog één adres wilde doen? Kraan lekt op de keuken, kreeg ik als korte uitleg.

Al een half jaar werk ik nu bij een klein Amsterdams bedrijf dat reparaties en huishoudelijke klusjes doet. Het is niet groots, maar het vult de dagen en lepelt wat extra euro’s in het laatje.

Ik kwam aan bij het appartement, driehoog aan het Haarlemmerplein, en belde aan. Een serieuze jongen van ongeveer tien jaar deed open, met naast hem een blond meisje dat er iets jonger uitzag.

Zijn er geen volwassenen thuis? vroeg ik verbaasd. Volgens de regels mogen we eigenlijk niet naar binnen zonder ouders erbij.

Mama is zo thuis, hoor! Komt u maar binnen. De kraan in de keuken lekt en ik heb er al tape omheen gedaan, maar het blijft druppen. U hoeft zich geen zorgen te maken hoor, we hebben geld, haastte hij zich te zeggen.

Na wat wikken en wegen besloot ik toch maar even binnen te gaan. De jongen was overtuigend: Mama is écht bijna thuis. Snel haalde ik de kraan uit elkaar en verving ik het kapotte ventiel.

Prompt meldde het meisje: En mijn bureau wiebelt, de poot is los, en het lichtknopje werkt niet meer.

Ze voegde er gelijk aan toe, bijna plechtig: Papa had het vast wel gemaakt, maar papa is piloot. Hij vliegt heel ver weg en komt eigenlijk nooit thuis. Ik hoorde direct dat ze haar moeders woorden nadeed.

Niet veel later kwam hun moeder binnen. Eind dertig, vriendelijke uitstraling, maar een zichtbaar vermoeide blik toe aan niets anders dan rust. Ze leek verrast door het ondernemende handelen van haar kinderen.

Op jou kan je toch niet wachten, mam. Je zegt steeds dat je de loodgieter gaat bellen, maar het komt er nooit van. Dus nu heb ik het zelf geregeld, verklaarde haar zoon trots.

Ze betaalde me gepast (fijn, die euros op zak), het meisje herinnerde fijntjes aan het losse bureau en het kapotte lampje. We spraken direct af voor de volgende avond en ik liet mijn visitekaartje achter.

De jongen inmiddels wist ik dat hij Martijn heette liep met me mee naar beneden. Terwijl hij zijn afval aan de rand van het plantsoen gooide, leunde hij naar me toe en fluisterde: We hebben helemaal geen piloot als vader. Mama verzint dat maar. Ze denkt vast dat we niets snappen, maar als hij er echt was, zou hij toch wel een keertje langskomen, of niet? En de cadeautjes koopt zij gewoon zelf. Ik heb haar het poppenhuis zien kopen voor de verjaardag van Anne, en ze zei dat het van papa kwam. Alleen maar sprookjes, meneer.

Ik legde voorzichtig een hand op zijn schouder. Misschien kan hij echt niet komen. Soms loopt het leven anders dan je hoopt, Martijn. Hij haalde zijn schouders op en keek me weemoedig aan.

Thuis kreeg ik het niet uit mijn hoofd: Piloot. Het woord dreunde na in mijn gedachten. Ik was zelf vroeger piloot. Niet dat iemand daar hier nog iets van af wist…

Vroeger woonde ik in Rotterdam, vloog de halve wereld over. Mijn vrouw was prachtig, maar wilde dat ik neerstreek. We hadden geen kinderen dat vond ze een heel goed argument. Jij in de wolken, ik met babys? Geen haar op mn hoofd!

Op een dag vertrokken mijn schoonouders met familie naar Canada. Ze vroegen ons mee, maar ik weigerde. Mijn vrouw scheidde van me en volgde haar ouders. Ik bleef vliegen, tot mijn gezondheid het niet meer toeliet. Na mn pensioen ben ik naar het huis van mijn moeder in een klein Brabants stadje verhuisd.

Ik woonde er een halfjaar met haar, tot ze plotseling overleed. Het was allemaal zo snel gebeurd… Daarna raakte ik uit balans. In mijn hele leven nooit naar de fles gegrepen, maar nu even wel. Nieuwe kennissen waren snel gevonden, net zo snel weer uitgenodigd als ze bij me introkken.

Na een maand ellende droomde ik op een nacht van mijn moeder. Ze keek me zo teleurgesteld aan, tranen op haar wangen dat beeld staat op mijn netvlies gebrand. De volgende ochtend zette ik iedereen het huis uit en pakte mn leven samen. Beetje schilderen, klussen, maar het voelde leeg.

Tot ik in de lokale krant een advertentie zag: gezocht, handige mannen met een rijbewijs. Ideaal! Wat structuur, wat euros, genoeg vrijheid.

De volgende avond stond ik opnieuw bij het huis aan het Haarlemmerplein. Dit keer was Martijns moeder, Femke, wél op tijd thuis. Ze vroeg binnen terwijl ik het wiebelende tafelpootje repareerde, het lichtknopje verving en een plankje recht hing.

Toen ik in haar badkamer keek, schudde ik mijn hoofd. Hier moet eigenlijk een grote renovatie komen…

Als u dat wilt doen, ben ik blij. Ik heb nog wat spaargeld. Met een beetje geluk kan ik u betalen, zei Femke.

Tijdens het werken raakten we aan de praat. Ze vertelde dat ze als leidster op een kinderdagverblijf werkte. Na het nalopen van de laatste klusjes schoof ik aan bij het avondeten op aandringen van de kinderen én haar. De tafelgesprekken gingen vanzelf.

s Avonds, toen de kinderen al sliepen, bleven Femke en ik lang zitten. Ze luisterde zoals niemand ooit naar me geluisterd had. Ik vertelde haar dingen over vroeger die ik nog nooit aan iemand kwijt kon over het vliegen, het geluk, de leegte. Ze had een kalme wijsheid in haar ogen zoveel zachtheid, het deed pijn en goed tegelijk.

Ze had nooit echt een man gehad. Twee keer geprobeerd een gezin te starten, twee kinderen, drie jaar verschil. Die ‘piloot’ had ze zelf verzonnen ooit zou ze het de kinderen uitleggen.

Toen ik die nacht naar huis fietste, was het al diep in de nacht. Ik beloofde haar de volgende avond terug te komen. Er was nog genoeg te doen.

De dag daarna, net na het eten, belde ik weer aan. Dit keer in mijn oude uniform pilotenjasje, een bos tulpen in de hand en een lekkere slagroomtaart.

Tjonge! gilde Anne. Papa, papa-piloot is eindelijk thuis! Ze vloog me in de armen.

Ik ben terug, alleen herkende ik jullie niet direct, dat is lang geleden hè? Toch, Femke? vroeg ik hoopvol. In haar ogen las ik het antwoord dat ze me gunde.

Vanaf dat moment was Femkes verzameling haar incomplete gezin ineens een volwaardig geheel.

Martijn geloofde het niet meteen, maar uiteindelijk wel dat zijn vader echt was teruggekeerd. Ik heb Martijn officieel geadopteerd, Anne werd mijn dochter, en na anderhalf jaar kregen we er samen nog een prachtige zoon bij.

Soms vraag ik mezelf nog wel eens af: hoeveel wendingen kan een leven nemen voordat je je ergens echt thuis voelt? Maar als ik nu aan tafel zit, hoor ik het lachen en ruik ik de tulpen op het dressoir en denk ik dat ik het eindelijk heb gevonden.

Laat gerust weten of je meer van mijn verhalen wilt lezen een duimpje omhoog is ook altijd welkom. Je weet immers nooit wie er meeleest en inspiratie opdoet!

Rate article