Ik ging mee op een groepsreis naar Italië met een gezelschap van Nederlandse senioren. Ik verwachtte er eerlijk gezegd niet veel van gewoon een paar dagen sightseeing, wat fotos voor het familiealbum, souvenirs kopen voor de kleinkinderen. Mijn enige doel was even wegkomen uit de dagelijkse sleur, ontsnappen aan de eenzaamheid die me de afgelopen jaren steeds meer in haar greep kreeg.
Ik dacht dat Rome, Florence of Venetië gewoon weer af te vinken steden zouden zijn in het standaard reisprogramma. Maar daar, in de schaduw van het Colosseum, ontmoette ik een man die me het gevoel gaf dat ik weer jong was.
Ik stond onder de hoge bogen van het amfitheater en raakte helemaal onder de indruk van die indrukwekkende bouw. De gids vertelde iets over gladiatoren, maar mijn gedachten dwaalden af. Opeens hoorde ik iemand naast me zacht grappen: Zouden die gladiatoren ook zo geklaagd hebben over de hitte als wij nu?
Ik draaide me om en zag hem staan lang, grijzend, met een vriendelijke glimlach in zijn ogen. Hij droeg een gewone linnen blouse en een rieten zonnehoed, maar hij keek naar mij alsof we met zn tweeën alleen op de wereld waren.
We raakten aan de praat. Zijn naam was Henk van Dijk, weduwnaar, al een paar jaar met pensioen. Hij was alleen gekomen, vertelde hij, want je moet soms gewoon niet langer wachten op het perfecte moment om Rome te zien.
Het gesprek met hem voelde alsof we elkaar al jaren kenden, luchtig, met veel gelach. We zaten samen koffie te drinken bij het Colosseum, deelden onze indrukken, en ineens realiseerde ik me dat ik al heel lang niet zo oprecht gehoord was.
Vanaf dat moment werd de reis anders. We gingen naast elkaar zitten in de bus, aten samen, zochten elkaar op in de drukte van de toeristenmassa. Er was iets onschuldigs aan, maar tegelijk een tintelende spanning.
s Avonds op het balkon van het hotel, wanneer de anderen kaarten speelden of televisie keken, stonden wij samen buiten te genieten van het uitzicht op het verlichte Italiaanse stadsbeeld. We spraken over van alles over onze kinderen, over ons verleden, over het onverwachte gevoel dat je hart nog altijd sneller kan kloppen.
Ik voelde me weer als een jonge vrouw. Ik begon me op te tutten, gebruikte weer wat make-up, lachte meer dan ik in tijden had gedaan. De andere dames uit de groep keken me glimlachend aan de een vriendelijk, de ander een tikkeltje jaloers. Het voelde alsof ik mezelf weer terugvond, een deel dat ik jarenlang had laten inslapen in de sleur en het alleen-zijn.
Maar naarmate het einde van de reis dichterbij kwam, borrelde de vraag: en nu? Hij woont in Groningen, ik in Breda. We hebben elk ons eigen leven, verbonden door deze ene bijzondere week, los van de werkelijkheid. Hebben zulke ontmoetingen toekomst, of moet je ze koesteren als mooie herinnering?
Op de laatste dag besloten we samen door Rome te wandelen, los van de groep. We zaten op de Spaanse Trappen, aten gelato en zwegen samen. Uiteindelijk zei Henk: Weet je… ik heb me in jaren niet zo goed gevoeld als nu. Maar ik ben bang dat, als we weer thuis zijn, alles vervaagt. Jij je leven, ik het mijne. Misschien is het gewoon een vakantiedroom?
Ik wist niet wat te antwoorden. Mijn hart scheurde zich los smachtend naar een nieuw begin, tegelijk onzeker of het niet gewoon een tijdelijke bevlieging was die binnenkort weer overwaait.
We namen afscheid op het vliegveld. Een omhelzing, langer dan misschien gepast was. In onze blikken lagen zowel afscheid als belofte. We wisselden telefoonnummers uit, maar niemand durfde hardop te zeggen: Zullen we elkaar weer zien?
Nu, als ik terugdenk aan die reis, weet ik niet precies wat ik ervan moet vinden. Het was als een intense, prachtige droom maar zo broos. Misschien had Henk gelijk en was het een illusie. Maar misschien is het nog moeilijker om er niet achter te komen of het lot je echt een tweede kans heeft gegeven.
En ik vraag mezelf: is het de moeite waard om je rustige, overzichtelijke leven op het spel te zetten voor een gevoel dat zich zo onverwacht aandiende? Was het slechts een avontuur onder de Italiaanse zon, of begint hier een verhaal waarvan het einde nog onbekend is? Mijn hart slaat sneller als ik aan hem denk, maar mijn hoofd waarschuwt dat het misschien dwaas is.
Misschien stel ik deze vragen omdat ik van anderen wil horen: mag je, na je vijftigste, zestigste, of nog later, je hart nog openstellen voor iets nieuws? Of moet je de herinnering bewaren als een mooie, veilige schat en het daarbij laten? Want het leven laat zich soms niet plannen durf het te leven, ongeacht je leeftijd, want elke ontmoeting bevat een kans op geluk, hoe onverwacht ook.






