Zachte nasmaak van liefde
Het was alweer lang geleden dat Catharina op een kille zondagavond terugreed van haar volkstuin vlak buiten Haarlem. Ze reed expres langzaam over de ringweg, nu het al schemerde, en niet, zoals meestal, gehaast over de snelste route naar huis. Als ze de volgende dag niet hoefde te werken, was ze gerust op haar tuin blijven slapen.
Waarom haaste ze zich niet? De waarheid was simpel: ze wilde niet naar huis. Of beter gezegd; ze wilde haar man niet zien. Al maanden zoemde er een stemmetje in haar hoofd dat haar influisterde dat ze niet lang meer onder één dak zouden leven. Hun huwelijk was al tijden kil, gespannen het leek wel of elke dag een nieuwe ruzie bracht.
Catharina staarde stil voor zich uit terwijl de auto zachtjes zoemde, haar gedachten gevuld met die vastgelopen, pijnlijke relatie. De ringweg slingerde even door een dorpje, zon typisch Noord-Hollands lintdorpje met leilindes en een oude bushalte. Toen, in het fletse schijnsel van haar koplampen, zag ze plotseling een bijzondere oude vrouw staan. In haar armen hield de vrouw iets in een doek gewikkeld, stevig tegen zich aangedrukt, bijna als een zuigeling. Met een verweesde blik volgde ze de naderende autos, vol stille hoop.
Zonder aarzeling trapte Catharina op de rem, stapte uit en liep naar de vrouw toe. Pas van dichtbij zag ze de trolley bij haar voeten staan.
Mevrouw, waarom staat u hier zo laat? vroeg Catharina bezorgd. Kunt u hulp gebruiken? Draagt u een kindje?
Een kindje? De vrouw moest lachen. Nee, meisje, dit is geen kindje het is brood
Brood? Catharina kon haar verbazing niet onderdrukken.
Zelfgebakken brood Recht uit de oven, knikte de vrouw haast verlegen. Ik verkoop hier soms brood.
Verkoopt? vroeg Catharina argwanend. Bakt u die zelf dan?
De vrouw knikte: Zelf gebakken, ja. Mijn pensioen is maar karig, dus verkoop ik af en toe een paar broden als ik krap zit. Dat mag toch wel? Sommige mensen zeggen dat mijn brood geluk brengt.
Echt waar, geluk? vroeg Catharina zacht.
Dat zegt een vaste klant van mij altijd. Misschien komt hij vanavond nog langs. Wil jij misschien een brood? Ze zijn nog warm.
Een vreemde warmte kroop in Catharinas borst. Ze knikte: Doe maar ja. Wat kost een brood?
Vier euro, antwoordde de vrouw voorzichtig, onzeker over hoe Catharina zou reageren. Is dat niet te duur voor je?
Hoeveel broden heeft u nog?
Tien. Nog geen een verkocht vandaag, ik ben net begonnen. Hoeveel wil je?
Ik neem ze allemaal! zei Catharina beslist, al liep ze al naar de auto om haar portemonnee te pakken.
Nee, allemaal kan ik niet missen! riep de vrouw verschrikt.
Waarom niet?
Omdat jij het niet echt voor het brood doet maar uit medelijden. En ik moet er aan denken dat anderen misschien ook op mijn brood wachten Misschien komt die man straks langs en heb ik niks voor hem over.
Haar oprechtheid deed Catharina aarzelen.
Goed, zei ze glimlachend, hoeveel wil je dan kwijt?
Vijf broden mag je hebben besloot de vrouw schuchter.
Catharina nam genoegen met het aanbod, gaf twintig euro, deed vijf dampende broden in haar tas en groette de vrouw. Terwijl ze de dorpstraat weer opdraaide vulde de auto zich met de heerlijke warme geur van vers brood, zo onweerstaanbaar dat Catharina een flinke korst afbrak. De rijke smaak was bijna magisch; zelden proefde ze iets dat háár zo raakte.
Net toen klonk haar telefoon. Ze wierp een blik op het scherm: haar man.
Catharina, klonk zijn stem geërgerd, kun je nog even langs de supermarkt? We hebben geen brood meer en uitgerekend nu zitten jouw vriendinnen hier in de keuken aan de thee op jou te wachten!
Mijn vriendinnen? Ze fronste. Zo laat nog?
Vraag dat straks maar. Breng gewoon brood mee. Die drie zitten me het huis uit te kijken.
Ze zette haastig koers naar huis. Ruim een halfuur later kwam ze binnen, met de geur van ovenvers brood als een warm welkom. Haar vriendinnen, oude studiegenotes, vlogen op haar af. Cath, wat ruik je ontzettend lekker! riepen ze en omhelsden haar uitbundig.
Zelfs haar man liet zich verleiden door de geur: hij griste een halve brood weg uit haar tas en keek verbaasd op. Waar heb je dit goddelijke brood gehaald?!
Waar ik het haalde, is het nu op, glimlachte ze mysterieus.
Haar man verdween met zijn buit naar zijn kamer, terwijl Catharina met haar vriendinnen tot diep in de nacht in de keuken bleef hangen. Ze dronken wijn, aten brood en deelden hun hartzeer over falende huwelijken, over verwachtingen, over wie ze vroeger waren en de mannen die ze kozen. Tranen werden gelaten, begrip gedeeld. Bij het afscheid stopte Catharina ieder een brood toe.
Later die nacht, terwijl het huis stil werd, sliep ze niet bij haar man, maar nestelde zich op de bank in de woonkamer. Die ochtend gebeurde iets bijzonders. Nauwelijks opgestaan, kwam haar man naast haar zitten. Met een onverwachte mildheid zei hij: Catharina, door dat brood van jou gisterenavond ging er ineens een lichtje aan Wij zijn dom geweest. Laten we het anders doen vanaf nu.
Verbaasd keek ze hem aan.
Weet je, ging hij verder, ik neem je vanavond mee uit eten. Naar dat restaurant aan de Herengracht, waar ik je ooit ten huwelijk vroeg. Misschien valt er nog wat te redden als jij wilt.
Hij vertrok naar zijn werk, en Catharina voelde ineens een vage hoop ontkiemen. Het leek of het licht buiten helderder was, alsof de lente in de lucht hing.
Niet veel later belde een van haar vriendinnen. Cath! Geloof het of niet, maar mijn man en ik hebben vannacht gepraat tot diep in de nacht We gingen bijna uit elkaar, en nu lijkt alles weer goed dankzij jouw brood.
Catharina moest lachen, even in verwarring. Later die dag kwam nog een telefoontje, en nog een ook haar vriendinnen beleefden wonderlijke wendingen thuis. Alsof dat brood echt iets in beweging had gebracht.
Toen iedereen weer stil was, haalde Catharina de laatste overgebleven broodkorst uit de broodtrommel, snoof het diepe aroma op en proefde langzaam. Toen realiseerde ze zich voor het eerst dat dit niet zomaar brood was. In elke hap proefde ze een zachte, liefdevolle nasmaak de liefde van een mens voor mensen. Of misschien gewoon de hoop zelf, gebakken in een Hollandse oven, lang geleden, op een doordeweekse dag aan de rand van Haarlem.





