Hé, wat ik je nou toch moet vertellen over mijn werk van de afgelopen week! Je weet wel, bij ons op kantoor in Utrecht, waar altijd wel iets te beleven is. We zaten afgelopen dinsdag weer in de vergaderruimte. Iedereen een beetje suf, beetje slaperigje kent die maandagochtenden wel. En toen begon het: Onze baas, meneer Van Dalen, die gedraagt zich wel echt apart de laatste tijd, fluisterde Marije ineens heel zachtjes tegen mij. Ik zweer het je, hij heeft iemand. Of hij heeft ruzie met iemand, in ieder geval. Waarom anders is hij steeds zo chagrijnig en legt hij van die onmogelijke klusjes bij ons neer?
Ik moest een beetje grinniken, maar ik ging er niet echt op in. Voelde een beetje als geroddel en ik had er niet veel zin in. Toch liet Marije zich niet zomaar stoppen, hoor.
Echt, Irma, ben jij dan helemaal niet nieuwsgierig? Ze werd zelfs een tikkie luider. Misschien loopt het thuis wel helemaal niet lekker, en krijgen wij daarom steeds de wind van voren. Misschien speelt er wel iets, en weten wij helemaal van niks…
En ja hoor, precies op dat moment viel haar gefluister natuurlijk op. Meneer Van Dalenje weet hoe hij is, altijd scherp, niks ontgaat hemhij onderbrak ineens zijn verhaal. Keek haar recht aan, heel koel: Marije? Heb je het niet naar je zin? Of zijn mijn mededelingen minder belangrijk dan jouw gesprek? Misschien wil jij anders even wat delen met ons allemaal?
Ongemakkelijk joh, je zag Marije gewoon in elkaar krimpen. Zij probeerde zich er nog uit te redden door een beetje om te lachen en iets te mompelen over gewoon een ideetje. Maar Van Dalen had haar meteen door én hij liet haar lekker spartelen. Deel vooral met de groep wat je kwijt wilt, we zijn benieuwd.
Die stilte die toen viel: freeze. Je voelde die gêne, joh. Marije trok een glimlach, knikte vlug nee laat maar, ik moet het nog uitwerken, maar je zag dat ze zichzelf wel kon vervloeken. Zat ze mooi. En alsof dat niet erg genoeg was, zei meneer Van Dalen nog fijntjes dat hij die ideeën dan uiterlijk vrijdag wel uitgewerkt in zijn mail verwachtte. Geef die man een lintje voor sarcasme. Marije was een en al vuurrood, niet meer te missen.
Haha, Sanne, die naast ons zat, probeerde maar niet in lachen uit te barsten. Ze vond het allemaal prachtig komisch. Ik snap haar wel; Marije maakt zichzelf altijd zo lekker druk om niks.
Na de vergadering was Marije loeigeïrriteerd. Ze stoof weg uit de zaal, Sanne liep met haar mee, half proestend. In onze kantoortuin plofte Marije meteen zwaar op haar stoel neer, sloeg haar laptopdik dichtja, ze kan altijd zo lekker dramatisch zijn. Jij had me kunnen helpen! mopperde ze, haar armen over elkaar. Nu moet ik nog iets verzinnen ook, en het is al over drie dagen vrijdag!
Sanne was niet uit het veld geslagen, schonk relaxt een kopje Pickwick in en legde nonchalant een Tonys Chocolonely bij haar neer. Kom, pak die chocola, kalmeer even en dan snel aan de bak. Ik heb je vaak genoeg gezegd niet zo te kletsen tijdens meetings!
Marije leek te ontdooien bij het zien van het thee-en-chocolade-combo, maar hield toch nog even vol. Werk loopt niet weg. Er zijn belangrijkere dingennamelijk onze nieuwe baas!
Sanne schudde haar hoofd en tikte verder op haar toetsenbord. Hij is niet bepaald nieuw meer, Marije. Hij zit er nu toch al twee maanden. Maar Marije gaf niet op. Ze rakelde meteen op dat hij sinds zijn komst allerlei nieuwe regels heeft doorgevoerd, en drie collegas inmiddels heeft weggestuurd. Ja, maar dat waren gewoon luie donders, merkte Sanne geamuseerd op. En onze salarissen zijn omhoog gegaan. En vergaderingen duren nu hooguit een uur in plaats van een eindeloze zit…
Dat praatte Marije wel een beetje uit de tent, maar ze hield het vol: Jawel, maar nu verwachten ze elke week rapportages. Krijgen we nieuwe targets erbij.
De projecten worden in ieder geval sneller afgerond dan vroeger, glimlachte Sanne. En jij vindt het toch mooi als dingen opschieten?
Marije smolt heel even bij de chocoladedie helpt altijd. Maar je zag aan haar dat ze diep vanbinnen nog steeds nieuwsgierig was naar meneer Van Dalen. Ik blijf erbij, er is iets met die man. Misschien zit hij wel midden in een scheiding! Of heeft-ie gewoon een dubbelleven. Ik zal het eens navragen bij HR, of die wat weten
Sanne zuchtte, legde haar pen weg, zo van: Waarom is dit nou zo belangrijk voor jou? Maar Marije zat al halverwege naar het HR-hoekje, want ja, als Marije zich ergens in vastbijt
Nou, daar werd ze behoorlijk afgewimpeld. HR keek haar glazig aan, een jonge vrouw zei zelfs: Marije, misschien even op je eigen taken focussen vandaag? En voordat ze het wist, kreeg ze het verzoek haar neus niet langer in andermans zaken te steken. Dat zal je leren!
Helemaal ontnuchterd kwam ze terug het kantoor in. Sanne keek haar een beetje meewarig aan, kon het niet laten om te smalen: En, wijzer geworden? Maar Marije had haar zinnen gezet. Inmiddels vroeg ze Jan van facilitaire dienst of hij meneer Van Dalen weleens met een vrouw had zien lopen, en polste ze Loes van personeelszaken op de vrijdagsborrel over zijn burgerlijke staat.
Iedereen speelde stommetje. Sommigen lachten haar recht in haar gezicht uit: Ben je verliefd of zo?, vroegen ze. En of ze het zelf niet wistvolgens mij begon ze het stiekem wel een beetje te voelen.
Op een ochtend stond ze zelfs bij Marlies van finance, want die weet ~álles~ van iedereen in het kantoor. Marlies, weet jij of meneer Van Dalen verloofd is, of getrouwd, of…? Marlies keek haar aan met haar karakteristieke “ik-vertel-niks-zonder-goede-rede-blik” en zei droog: Waarom houd je je niet bij je kwartaalcijfers, Marije?
Maar ja, koppigheid wint het toch altijd. Marije bleef lopen rondvragen. Je zag haar rond lunchtijd driftig in haar notitieblok krabbelen en in de wandelgangen repeteren wat ze de baas wilde zeggen op de vrijmibo. Ze oefende zelfs thuis voor de spiegel met verschillende blikken: serieus, mysterieus, alles uit de kast.
En Sanne die zag het allemaal een beetje bezorgd aan, want voor haar was meneer Van Dalen ondertussen gewoon: mens. Zij wist namelijk veel meer dan ze liet merken. Maar Marije? Die zag in hem een soort onbereikbaar doel, een hoofdprijs, de droom.
Vrijdag was het zover: het jaarlijkse bedrijfsfeest in Amersfoort. Het kantoor was versierd met oranje en blauwe slingers, tafels vol hapjesvan die heerlijke bitterballen natuurlijken iedereen had er zin in. Marije kwam extra vroeg, haar nieuwe donkergroene jurkje sat als gegoten, make-upje perfect, haar krullen uitgekamd naar één kant. Ze stond zich zichtbaar op te laden als een renpaard in de startblokken, steeds spiedend naar de deur.
Toen kwam Sanne binnen, net zo ontspannen als altijd. Die had zich niet uitgesloofd, gewoon een kek zwart jurkje aan. Ze groette iedereen en pakte een Radler, klaar voor een relaxt avondje.
Meneer Van Dalen kwam op zijn gemak binnen, strak in het pak (maar casual vrijdag-versie natuurlijk), maakte met iedereen een praatje, hield daarna nog een korte speech over wat het team allemaal had bereikt. Iedereen luisterde, alleen Marije staarde praktisch in katzwijm naar hem.
Toen het officiële gedeelte klaar was, trok Marije Sanne meteen aan haar mouw. Nu! Ga jij alsjeblieft even vragen of hij single is? Want jij kan dat zonder dat het verdacht is, please!
Sanne draaide een beetje weg, twijfelde zichtbaar. Ik zag haar zenuwenwant ze wilde niet. Ze nam een grote teug van haar Radler en fluisterde: Marije dat kan ik echt niet doen.
Waarom niet? Jij bent mijn vriendin! Jij moet mij helpen!
Sanne ademde diep, keek Marije aan, en zei toen zacht (je had haar stem echt moeten horen, beetje schor): Omdat Van Dalen mijn man is.
Ja, serieus. De blikken die Marije trok eerst helemaal wit, toen vuurrood, en toen stortte letterlijk alles in wat ze zich voorgesteld had. Eerst: ongeloof, dan een beetje verdriet. Heb je me dit niet eerder kunnen vertellen? We delen toch alles?!
Sorry. Het is gewoon op het werk lastig, we wilden niet dat mensen denken dat ik voorkeursbehandeling krijg. We houden privé en werk gescheiden. Sanne keek haar aan, heel eerlijk, maar je zag wel dat het haar ook pijn deed.
Toen kreeg je dat gênante moment dat je eigenlijk niet goed weet wat te zeggen of doen, totdat meneer Van Dalen zelf aan kwam schuiven. Hij voelde meteen dat er iets loos was. Alles goed hier?
Marije zei luid: Nee, niet goed! Jullie hebben dit al die tijd stilgehouden!
Meneer Van Dalen besloot om er geen doekjes meer om te winden, pakte de hand van Sanne en zei duidelijk: Goed, nu iedereen het toch wil weten: Sanne is mijn vrouw, en we hebben dat expres niet verteld zodat werk en privé gescheiden blijven. Verder verandert er niks. Gewoon lekker aan het werk maandag, en nu weer een feestje vieren!
Het was net alsof iedereen zijn adem inhield, je hoorde een paar mensen zachtjes gniffelen, Marlies riep nog Gefeliciteerd hoor! En de sfeer werd meteen losser, zelfs een beetje jolig.
Marije dacht nog even dat ze kon ontsnappen aan het feestgedruis: Moet ik nu niet weg, na mijn hele onderzoek en al die roddels? Maar Sanne zei geruststellend Stel je niet aan joh, niemand is meer boos en niemand houdt hier een lang leven aan over!
En weet je, toen was het ijs gebroken. Er werd gelachen en gedanst, de muziek ging aan, de borrel liep verder. Marije keek naar Sanne en zei: Jij beschermde hem altijd zo! Geen wonder dat je hem steeds verdedigde in vergaderingen…
Sanne schoot in de lach: Ik kende gewoon het hele verhaal.
Zo eindigde ons bedrijfsfeestmet een pijnlijke onthulling, veel opluchting, en gewoon weer verder met zijn allen. Marije heeft die avond eindelijk geaccepteerd dat, nou ja, sommige mensen nu eenmaal getrouwd zijn en dat je soms beter je energie aan je eigen rapporten kan besteden dan aan kantoorromances. Maar ze heeft het hart wel op de juiste plek, hoor.
En ach, maandag weer gewoon aan het werk, met bitterkoekjes bij de koffie en alles weer zoals het hoort, typisch Hollands.






