Daphne kwam vroeger thuis met lekkernijen van haar ouders. Ze wilde haar man verrassen, maar Jan stuurde haar in plaats van een warm welkom direct naar de supermarkt. Wat daarna gebeurde, was totaal onverwacht.

Lotte kwam veel eerder thuis dan gepland, bepakt met lekkernijen van haar ouders. Ze wilde haar man Pieter verrassen, maar in plaats van een warme ontvangst, stuurde hij haar linea recta naar de supermarkt. De gevolgen waren, zacht uitgedrukt, niet wat ze had verwacht.

De tas trok zo aan haar schouder dat Lotte zich bij elk stapje een beetje herleid voelde tot een sokkel. Haar onderrug was de laatste twee maanden haar beste, maar vooral koppigste vriend geworden. Ze liet de zware boodschappentassen met een zucht op het hobbelige trottoir bij de halte zakken.

Lotte blies haar frustratie de ijle Rotterdamse avondlucht in. De baby in haar buik liet onmiskenbaar merken dat ook hij niet om extra ballast zat te springen. Zes maanden zwanger en dan het stuntelige plan bedenken om je echtgenoot te verrassen door drie dagen eerder terug te komen van je ouders: ja hoor, briljant idee! Zon honderd kilometer lang had ze zitten dagdromen over Pieter en stiekem palen geteld vanuit de bus.

Wat zou Pieter precies aan het doen zijn? Waarschijnlijk geen flauw benul dat ze al bijna thuis stond nog geen tien minuten lopen. De weg naar hun portiek leek eeuwig te duren. De tassen, volgestouwd door haar moeder potten huisgemaakte jam, een pakje gerookte paling en een netje stoofperen voelden aan als een verhuisdoos met bakstenen.

Na een meter of vijftig bedacht Lotte zich dat haar rug de Olympische Spelen niet zou halen. Dus trok ze haar mobieltje.

Pieter? Hoi zei ze zachtjes toen hij eindelijk opnam.

Lotte? Wat is er aan de hand? antwoordde hij meteen, licht paniekerig.

Niks bijzonders, ik ben er al! Sta bij de bushalte voor ons huis. Kun je me komen helpen met de tassen? Mam heeft weer haar best gedaan

Er viel een ongemakkelijke stilte. Lotte keek zelfs even onzeker naar het scherm: was de verbinding weggevallen?

Sta je nu buiten? Nu? Waarom belde je niet even? Je zou toch pas donderdag komen!

Ja, het was een verrassing, zei Lotte, een beetje gekwetst. Ben je niet blij dan? Ik ben kapot. Kom nou even!

Wacht! riep Pieter ineens. Kom nog niet naar boven. Of nou, wel, maar Luister, het huis is leeg. Ik heb gisteren alles opgegeten. Kun je eerst even naar de AH bij de hoek lopen? Haal even mooie biefstuk. Ik heb een dagje vrij genomen. Wil je verrassen met een gezellig dinertje.

Wat, biefstuk? Lottes wenkbrauwen schoten omhoog. Begrijp je niet dat ik hoogzwanger ben, met twee loodzware tassen sta, en nauwelijks kan lopen?

Ik heb pijn aan mijn rug en ik ben doodop. Weet je wat? Er zijn aardappelen en eieren genoeg thuis. Kom gewoon even naar buiten, ik moet eten en wil platliggen.

Lotte, je snapt het niet, viel hij haar in de rede zoals alleen mannen dat kunnen. Het moet speciaal zijn, snap je? Die winkel is echt twintig meter verderop. Kun je gelijk wat verse aardappelen nemen? Vraag anders iemand om te helpen, of doe gewoon rustig aan. Dat is toch voor ons? Ik zal thuis alles klaarzetten.

Lotte keek naar haar vuurrode handen; een brok van teleurstelling prikte in haar borst.

Serieus, Pieter? Je vraagt me om met deze buik en die tassen extra boodschappen te doen voor jouw mood cooking?

Kun je echt niet zelf lopen?

Ik ben al bezig! Ga nu naar beneden rennen en alles verstieren? Lottelief, doe het voor mij. Acht ons biefstuk, een klein zakje piepers. Kom op, ik wacht!

Opeens werd het stil aan de andere kant; hij had gewoon opgehangen. Lotte stond een halve minuut perplext te staren naar haar telefoon. Tranentrekkend, zo oneerlijk allemaal, die koude bushalte met tl-verlichting. In plaats van een knuffel en een kop thee: op avontuur in de vleesschappen.

Misschien was Pieter écht met iets spectaculairs bezig? Zuchtend hees ze de tassen weer omhoog en strompelde richting de winkel.

Tussen de schappen werd ze bekeken door de half slapende kassière, die haar aankeek alsof Lotte ieder moment kon bevallen. De biefstuk woog als lood en de aardappelen voelden als een zak bakstenen. Toen ze buiten kwam, merkte ze haar vingers amper meer.

Net toen ze het portiek bereikte, ging haar telefoon opnieuw.

Heb je het gehaald? klonk Pieter.

Ja, ik sta voor de deur. Doe je open?

Wacht! gilde hij haast. Niet naar boven komen! Wacht even op het bankje, tien minuten!

Tien minuten?! Pieter, mn enkels zijn opgezwollen als een bos tulpen, ik hou het niet meer!

Mijn verrassing is nog NIET af! hield hij vol. Nog vijf minuten, even ademhalen, ja? Anders is alles voor niets!

Met een diepe zucht liet Lotte zich op het houten bankje naast de voordeur zakken. De tassen donderden naast haar neer. Ze had de neiging om Pieters biefstuk linea recta het raam van hun derde verdieping in te keilen.

Tien minuten later twintig Der-tig Lotte kookte van frustratie en fantaseerde over wat hij zo spectaculair aan het voorbereiden was. Rozenblaadjes, ontbijt op bed? Of speelde er een vioolduo in de gang? Wat kon er in vredesnaam tegenop om een hoogzwangere vrouw een half uur in de kou te laten wachten?

Na vijfendertig minuten kraakte de deur. Pieter kwam aangerend. Hij zag eruit als een deelnemer aan Heel Holland Schoon: T-shirt binnenstebuiten, zweetdruppels op zn voorhoofd, haar wild.

Hé, je zit al! glimlachte hij, takjes in de wind, en griste haar tassen.

Waarom ben je zo nat? Lotte trok zichzelf aan de reling overeind. En waarom ruik je tot in Gouda naar bleekmiddel?

Verrassing! jubelde Pieter, huppelend naar de lift.

Eenmaal thuis gooide hij met grootse gebaren de deur open. Lotte stapte de gang in en werd direct overvallen door een mengsel van chloor en Noordzee Bries luchtverfrisser van de huismerk.

Ze keek rond in de kamer, de keuken, de badkamer Het huis blonk als een spiegel. Geen sok op de vloer, bank gestofzuigd (met natte plekken her en der); spulletjes keurig weggemoffeld in hoeken waar menig schoonmoeder trots van zou worden.

Nou? glunderde Pieter, als een muntje van vijf euro. En? Wat vind je ervan? S-U-R-P-R-I-S-E!

Lotte draaide zich langzaam om.

Is dit alles? vroeg ze zacht.

Alles? Pieter viel bijna op zn knieën van verontwaardiging. Lotte, ik heb hier drie uur staan zwoegen! Zelfs onder de bank geschrobd. Het fornuis blinkt, en de wc kun je in eten. Ik wilde dat je niets hoefde te doen behalve je voeten op tafel te leggen. Ja jij, terwijl ik aan het poetsen was, stond jij in de supermarkt!

Lotte voelde tranen opborrelen.

Dus omdat de vloer als een biljartlaken moest zijn, moest ik hoogzwanger, doodop, met volle tassen nog biefstuk én aardappels halen? Je kon me niet gewoon bij de halte ophalen omdat je stond te dweilen?

Ja! riep Pieter fel. Ik doe nooit iets goed in huis, dus nu wilde ik eens wat laten zien. Jij kwam vroeger terug, ik was niet klaar! Dus ja, moest je even wachten. In plaats van dankjewel kijk je alsof ik je fiets gestolen heb.

Pieter, ben je wel lekker? Lottes stem brak. Ik geef geen bal om die blinkende vloer! Mn rug begeeft het, ik heb die tassen versjouwd. Ik ben zwanger, Pieter! Ik had gewoon willen dat je me kwam ophalen, dat je even naar me omkeek!

Pieter kreeg een kleur van een Oudhollands tulpenveld. De doek die hij nog vast had, gooide hij kwaad in de gootsteen.

Altijd hetzelfde! schreeuwde hij terug. Vanaf vijf uur vanmorgen ben ik bezig hier, alles om jou eens blij te maken Wat een troep Pieter, doe eens wat, zeg je altijd. Nou, nu doe ik het, is het weer niet goed! Zeg es eerlijk: het is hier schoner dan op onze trouwdag!

Maar voor deze prijs hoef ik geen schone vloer! Lotte snikte nu werkelijk. Jij liet me een half uur ijskoud buiten wachten. Met die tassen, die ergerlijk zware boodschappen. Dat is geen verrassing, dat is gewoon pesterij.

O ja? Pesterij? Pieter ging driftig heen en weer. Sorry hoor, als het niet precies naar wens is! Andere vrouwen zouden blij zijn! Maar jij denkt alleen aan jezelf: je buik dit, je rug dat. Denk je dat ík niet moe ben? Ik heb de halve nacht wakker gelegen, plannen gemaakt om jou blij te maken!

Lotte hield haar handen voor haar gezicht.

Je snapt er echt helemaal niks van Je hebt een vloer boven mijn gezondheid gesteld.

Ach, je kwam gewoon te vroeg! bulderde Pieter. Alles zou perfect zijn geweest als je je aan de afspraak had gehouden. Nu heb je zelf de verrassing verpest en mij de boeman gemaakt! Je bent gewoon ondankbaar, Lotte.

Hij stormde de slaapkamer in en smeet de deur dicht.

De baby gaf een flinke schop. Lotte liet zich uitgeput op een stoel vallen, keek naar de biefstuk, die Pieter niet eens had opgeruimd. Haar maag klaagde, maar misselijkheid overheerste alles.

Na tien minuten piepte de keukendeur open.

Dus, zal ik de biefstuk bakken? Of ga je nu ook honger staken om mij te pesten?

Nee joh, laat maar, zei Lotte zonder hem aan te kijken. Mag ik gewoon met rust gelaten worden? Ik ben bekaf.

Dus, lekker dan! en de deur sloeg weer dicht.

Lotte sleepte zichzelf naar de badkamer en keek in de spiegel: bleek, wallen onder haar ogen, haren door de war.

Ze dacht aan de busrit, hoe ze had uitgekeken naar Pieter’s knuffel en een simpel: Gelukkig, je bent weer thuis. Nou, mooi niet. Ze kreeg alleen gemopper. Nog voordat ze haar jas had uitgetrokken, ontplofte de volgende ruzie alweer en was ze het helemaal zat.

Ze trok haar jas weer aan en ging linea recta terug naar haar ouders in Utrecht.

Iedereen, van schoonouders tot verre nichten, probeerde haar het hoofd recht te praten. Pieter belde haar om de haverklap, dat hij tot inkeer was gekomen en het allemaal begreep. Maar Lotte had haar besluit al genomen: met zon man had ze echt niks meer te zoeken, een scheiding was de enige optie. Waarom zou je in vredesnaam samenblijven met iemand die de poetslap belangrijker vindt dan het welzijn van je kindje?

Rate article