Kakkerlakken
Kakkerlakken in Femkes hoofd deden de polonaise zon heerlijke, uitbundige dans die je op Nederlandse feestjes ziet, met zwaaiende armen en benen. Ze gingen als een wervelwind tekeer en iedereen wilde meedoen; t leek wel alsof ze steeds meer volume kregen.
Normaal gesproken hielden die beestjes zich koest bij mij. Keurig, zelfs chique van karakter. Die kakkerlakken waren van het zuiverste ras, daar had ik zelf aan gewerkt. Want eerlijk, van mezelf kreeg ik ze nauwelijks. Je moet toch wat!
Oma zei altijd dat kakkerlakken in je hoofd juist goed waren. Heb je ze? Dan ben je een bijzonder mens, een met vuur, eentje die het leven kleur geeft voor zichzelf en voor anderen. Er is te weinig pit in de Hollandse doorsnee.
Dat typisch Nederlandse woord pit had ik niet zelf verzonnen. Dat kwam allemaal bij oma vandaan. Ze hield van moderne uitdrukkingen, of probeerde ze op zn minst te gebruiken. Met haar tachtig jaar (en een beetje) was ze nog volop actief en eigenwijs als altijd.
Strikt genomen was ze trouwens niet mijn oma, maar mijn overgrootmoeder. Maar goed, wie maalt om een over als je echte oma er niet meer is en deze dame die rol volledig overneemt? Dat is typisch Hollands, je laten leiden door het praktische. Al die over- zijn maar details.
Mijn oma, oftewel Overgrootoma Toos, daar hield ik van, meer dan van wie dan ook. Mijn moeder telde niet mee.
Mijn moeder was… Ja, wat was ze eigenlijk? Ze was mooi, slim, en directeur niet van zomaar iets, maar van een basisschool. Niet de school waar ik op zat, trouwens. Gelukkig maar, want dat had oma weten te voorkomen.
Waarom zou het kind met jouw problemen opgescheept moeten zitten?
Wat bedoel je?
Gewoon, daar is ze een gewoon kind, bij jou is ze altijd de dochter van de directeur. Hou haar naam zuiver, die heeft ze nodig. Een naam is zo betaald, maar opnieuw verdienen? Dat kost moeite. Snap je?
Oma was altijd recht voor zn raap. Ze draaide nooit om dingen heen, want ze vond dat dat niet nodig was. Resultaten telden, dat zag ik maar al te goed. Oma had mijn moeder opgevoed vanaf haar vijfde, nadat haar eigen moeder, overgrootomas dochter, plotseling was overleden. Waarom dat was, hoorde ik pas veel later.
Een ongelukje, Femke. Ónnozel, door een ijspegel die niet op tijd van het Amsterdamse daken werd gehaald. Kostte een leven. Gelukkig maar één! Jouw moeder liep erbij, haar moeder trok haar nog net weg. Anders was ik nu helemaal alleen geweest.
Oma, kan dat met iedereen gebeuren?
Wil je een eerlijk antwoord?
Ja!
Met iedereen, kind. Dus ook met jou, met mij, met de koning in Den Haag wie dan ook. Maar daar moet je niet bang van worden.
Waar dan wel van?
Dat je elke minuut leeft, écht leeft. Alsof het je laatste is, zodat je iets bijzonders en goeds nalaat in deze wereld. Geef zonder terug te willen, zoveel als je kunt, om de wereld eerlijker, mooier en lichter te maken. Licht is hard nodig, donker is er al genoeg.
Je zegt dat nu wel, oma, maar doen is veel moeilijker.
Goed dat je dat inziet, meisje! Dan groeien je kakkerlakken tenminste op verstandige wijze.
Wie groeien er? Bah, oma, waarom altijd kakkerlakken!
Echte insecten vond ik maar niks. Vlinders en bijen oké, leuk. Maar deze rare beesten, gehuld in een glanzend pantser, vond ik smerig.
Oma! Daar! Een kakkerlak!
Niet aanraken! Die heeft misschien een familie. Oma sloeg hem handig neer met haar pantoffel en keek om zich heen of er meer waren.
Je zei toch net dat hij familie had?
Benieuwd waar ze uithangen dus! Haal de bezem maar!
Een grote schoonmaak volgde. Arme kakkerlakkenfamilie overleefde het niet. Toen ik ouder werd, begreep ik dat oma me spaarde. Ik kon goed roepen, maar van aanpakken kwam weinig terecht. Tegen de tijd dat ik iets deed, had die kakkerlak al achterkleinkinderen.
Iedereen wist dat ik zo was, zelfs mijn trainers bij turnen.
Jouw dochter heeft aanleg, maar ze denkt zo langzaam. Dat kan gevaarlijk zijn, bij snelle beslissingen. Overweeg iets anders voor haar.
Ik zal erover denken, zei oma beslist. Ze schreef me prompt in bij de schaakclub.
En dat was geweldig. Nergens werd ik opgejaagd. Je mocht denken zo lang je wilde, en kreeg er nog complimenten voor ook! Schaakclub Femke dat werd een succes.
Oma was apetrots. Bij elke gewonnen beker paradeerde ze door de straat.
Femke, jij bent mijn ster!
Oma, je maakt me aan het schrikken!
Waarom?
Omdat je altijd zegt dat sterren geen geluk brengen! Dus ik hoef geen ster te zijn, hoor, laat maar!
Je had oma moeten horen uitleggen. Altijd geduldig, altijd helder, maar niet altijd tot blijdschap van mijn moeder.
Ma, wat heb je Femke nú weer verteld?! Ze vroeg net wat met een baby thuiskomen betekende. Ze is pas dertien!
Waarom niet? Tegenwoordig weten kinderen alles. Vraag Femke maar eens over de roddels bij haar in de klas. Ze beleven meer dan ik in mijn tijd. Ik voel me haast een kuiken! En ik ben drie keer getrouwd. Wat weet je ervan!
Ik hoor nooit zulke dingen van Femke.
Dat komt omdat je niet vraagt. Een Smits is altijd zwijgzaam voor de buitenwereld, maar in ons hoofd dansen de kakkerlakken een cancan! Gebruik haar nieuwsgierigheid. Wees gerust, ik vertel haar alleen wat ze aankan.
Hoe moet ik met haar praten?
Net als ik met jou deed? Ik verbloemde nooit iets. Openheid is belangrijk. Anders leert het leven je wel op een hardhandige manier.
Je had me voorbereid, maar ik kreeg Femke alsnog op mijn negentiende, zonder man. Niet ideaal!
Ach, hou op! Van jouw misstap hebben we Femke overgehouden. Dat is toch mooi? Maar ik maak me zorgen: zon knappe, slimme vrouw en dan alleen.
Niet beginnen, oma!
Ik stop al, als je maar onthoudt dat één misstap geen enkel reden is om op te geven.
En dat deed ze. Later kreeg mijn moeder een latrelatie, en daar kwam ik bij toeval achter toen ik haar betrapte met een onbekende man in een Amsterdams café. Ze lachte op een manier die ik haar nooit eerder had zien doen. In die lach zag ik een jonge vrouw, menselijk, kwetsbaar en gelukkig. Anders dan ik haar kende, en ik realiseerde me: ze mag ook gewoon vrouw zijn.
Oma, wist je het?
Dat je moeder iemand had? Natuurlijk.
Ik wil haar niet in de weg zitten.
Doe het dan niet. Onze Liza is sterk zat en niet alleen. Wij zijn er, samen.
Toen Dennis Bos, zoals moeders nieuwe vriend heette, bij ons thuis kwam en zelfs een huwelijksaanzoek deed, moest ik wel wennen. Ik was immers altijd degene die alles met haar deelde. Er moest ruimte komen voor een nieuw gezin.
Het moeilijkste werd het toen mijn broertje, Tom, werd geboren. Mama bloeide op, oma vond dat het tijd was dat ik aan mezelf ging werken.
Niet goed, kind! We hebben je misschien té vrij gelaten! Dat je moeder niet meer alleen voor jou leeft, vind je moeilijk. Maar besef je wel hoe fijn het straks is, als je er niet meer alleen voor staat? Liefde is geen portie stroopwafels om te verdelen; delen is vermenigvuldigen.
Ze had gelijk. Liefde vermenigvuldigt zich, het wordt sterker als je geeft. Mijn broertje was een ongelofelijke draak en ik was dol op hem, al wilde ik het mezelf lang niet toegeven.
Mijn kakkerlakken waren sterker dan ooit. Vragen over mijn toekomst, mijn beroep, mijn plek in deze nieuwe familie. Altijd die malende gedachten. Toen ik aan mijn stage bij mevrouw Vera begon via oma, nog zo’n vrouw met een verhaal viel alles op zn plek. Ik was goed met kinderen, leerde mezelf kennen en wist nu zeker dat ik kinderarts wilde worden.
Op de universiteit ontmoette ik Dennis opnieuw. Oh, jij ook hier? vroeg hij, droog als altijd.
Ja, ik dus wel! Jij ook?
Dennis zei zelden te veel. Een jaar lang deed ik wat afstandelijk; hij reageerde nooit. Maar onze paden kruisten weer toen we samen meededen met een vrijwilligersgroep in het ziekenhuis. We werden een duo als clowns, om zieke kinderen op te vrolijken. Zie ons stuntelen met ballonnen en schmink. Opeens irriteerde ik me niet meer aan hem.
Na afloop gaf Dennis me een ballon in de vorm van een tulp. Je deed het leuk. Ga je mee koffie drinken?
Ik leerde dat Dennis alleen met zijn moeder woonde en bijverdiende met bijles geven zijn hart op de juiste plek. Onze kakkerlakken bleken uit hetzelfde nest: vol dromen, angsten en eigen-aardigheden.
Oma zei altijd: Koester die mensen bij wie je kakkerlakken herkennenbaar dansen. Ze zijn zeldzaam. Ontmoet je zo iemand, hou hem vast, met handen, voeten en tanden, want wie weet vind je nooit meer zon klik.
Heb jij zulke mensen gehad, oma?
Natuurlijk. Mijn drie mannen kenden mijn kakkerlakken als geen ander. Waarom het niet bleef werken? Komt nog wel, ooit als je er zelf aan toe bent.
En uiteindelijk, na veel getwijfel, maakte Dennis het officieel. Ouderwets, in een Amsterdams café, met een ring die hij van zijn moeder had gekregen en een hele rij familie erbij.
Mama moest huilen, oma vloog haast haar eigen benen over, en Veras hele familie stond te juichen. Zelfs Tom, mijn broertje, klapte mee.
Goede keus, Femke. Laat hem niet gaan, fluisterde tante Vera. Waarom niet? lachte ik terug.
Omdat kakkerlakken van dezelfde soort bij elkaar horen. Dat zegt mijn oma altijd en je weet het nooit, misschien is hij wel de enige die er bij jou past.
Toen deed Vera met haar hand de polonaise-beweging na die ik altijd in mijn hoofd voel als het chaos wordt. Welkom bij de club! Nu weet ik zeker dat het goed komt met jou, meisje. Laat je hart spreken, dans mee en laat je niet gek maken door al die gedachten. Daar hebben we hier in Nederland onze eigen remedies voor.
Toch fijn, kakkerlakken in je hoofd zeker als ze in goed gezelschap zijn!






