Ik denk dat je zus met me flirt, floepte mijn vrouw eruit, met zon zelfvoldane grijns op haar gezicht.
23 januari
Dagboeknotitie
Wat doe je als je zoiets hoort, zomaar tijdens het koken in je eigen keuken? Ik stond met de houten lepel boven de pan erwtensoep, de Hollandse klassieker, en keek verbijsterd naar Anouk. Serieus, ik wist even niet of ik moest lachen of huilen, zo dreunde dat binnen. Je zag dat ze het meende, want haar blik stond vol pret en dat irriteerde me behoorlijk.
“Wat zei je nou?” vroeg ik, bijna te beheerst.
“Je zus, Nynke. Ze kijkt steeds zo naar me,” zei ze, terwijl ze zich uitrekte en zelfvoldaan achterover leunde op de stoel. “Zodra je in de keuken bent, schuift ze steeds dichterbij op de bank. Ze raakt me dan zogenaamd per ongeluk aan en gisteren vroeg ze zelfs of ik met haar samen naar de sportschool wilde gaan. Alleen wij tweeën, zonder jou.”
“En dat vertel je gewoon zo, lachend?” Ik draaide het gas onder de soep uit en keerde me om naar haar.
“Ik heb toch niks te verbergen? Ik heb gewoon nee gezegd,” haalde Anouk haar schouders op. “Maar ik dacht, ik zeg het toch maar. Je zusje is niet zo onschuldig als ze lijkt.”
Ik voelde mijn kaakspieren verstrakken. Acht jaar getrouwd met Anouk. Men denkt dat je dan alles van elkaar weet. Maar zo duidelijk en lichtvoetig had ik haar nog niet over Nynke gehoord.
“Moet ik nu geloven dat Nynke”
“Je hoeft me niet op mn woord te geloven. Kijk het maar zelf aan,” zei ze en liep richting de voorraadkast. “Ik geef het maar door, want straks krijg ik weer het verwijt dat ik je niet op tijd waarschuwde.”
Precies op dat moment piepte de oude Amsterdamse voordeur en hoorde ik Nynke in de gang roepen:
“Hee! Jeetje, wat koud buiten zeg! Ik ben toe aan voorjaar hoor!”
Ze kwam de keuken in, wangen roze van de kou, lange blonde haren onder haar wollen muts, tassen van Albert Heijn in haar handen. Nynke is net 25, altijd een beetje jongensachtig nogal, zelf nog zoekend na een rotte scheiding die haar hele leven omheeft getrokken. Hier logeert ze nu sinds een week opgevangen door haar zus.
“Ik heb stroopwafels meegenomen!” Ze legde de pakjes op tafel. “Jij houdt toch zo van stroopwafels, Anouk?”
Ik ving Anouks blik. Ze wiebelde met haar wenkbrauwen, van: Zie je nou wel?
“Dank je, Nynk,” glimlachte ze. “Maar ik let op mijn lijn.”
“Ach joh, eentje kan geen kwaad,” grijnsde Nynke, en gaf haar vriendschappelijk een duwtje in haar schouder. “Je bent hartstikke fit.”
Mijn maag draaide om. Misschien had Anouk toch een punt?
“Nynke, zal ik thee zetten?” vroeg ik snel. “Lekker even zitten.”
“Laat maar, ik doe het zelf wel!” zei Nynke, die al de kopjes aan het pakken was. “Ga jij maar zitten, Anouk. Ben jij ook niet moe?”
Tijdens het eten was ik opvallend stil. Ik kon alleen maar naar ze kijken. Nynke sprak vooral tegen Anouk, vroeg om raad over haar werk, lachte iets te uitbundig om haar grappen. Misschien is het wel gewoon dankbaarheid, dacht ik. Ze is net haar huis kwijt, misschien wil ze zich gewoon welkom voelen.
“Hé, klopt het dat er bij jouw werk een vacature is voor een administratief medewerker?” vroeg Nynke met haar hoofd steunend op haar hand, terwijl ze Anouk aankeek.
“Klopt,” knikte Anouk. “Dacht je eraan te solliciteren?”
“Ja, lijkt me geweldig, werken bij dezelfde club. Kunnen we samen fietsen naar kantoor en samen lunchen…”
Ik zag hoe Anouk haar kaken stijf op elkaar hield. “Maar je wilde toch iets zoeken in je eigen vakgebied? Iets met vormgeving?”
“Ja, maar administratief werk kan je overal doen. En Anouk kan me vast wel aanbevelen, toch?”
Anouk knikte kort. “Ik zal erover nadenken.”
Later, toen Nynke zich terugtrok in de logeerkamer die we nog samen als kantoor hadden ingericht, bleven wij achter. Anouk begon fanatiek de borden af te wassen. Ik voelde haar frustratie in de manier waarop ze de schuurspons over de pannen haalde.
“Zie je nu wat ik bedoel?” vroeg ze zacht.
“Weet het niet,” antwoordde ik, iets te nuchter. “Misschien is ze gewoon dolblij met onze hulp. Of gewoon eenzaam. Deed je zelf niet zo na je scheiding?”
“Word eens wakker, Rik,” zei Anouk. “Ze weet precies wat ze doet.”
“Stop ermee,” viel ik uit. “Praat niet zo over mijn zusje. Ze is nog jong.”
“En ze steelt je aandacht,” bromde Anouk. “En jij? Je hebt een week toegekeken. Waarom vertel je dit nu pas?”
Ze zweeg, droogde haar handen af. “Ik wilde zeker weten dat het niet in mijn hoofd zat.”
“Of je genoot van de aandacht?” flapte ik eruit.
Anouk snoof. “Doe niet zo flauw.”
Er flitste iets agressiefs in haar ogen. Geflatteerd voelde ik me allerminst. “Ik ga met haar praten,” zei ze vastbesloten.
“Wel voorzichtig. Ik heb geen zin in gezinsdramas,” zei ik, terwijl ik al naar de woonkamer liep.
Die nacht kon ik niet slapen, hoorde het zachte snurken van Anouk naast me, en dacht na. Hoe ze langs was gekomen met koffers, ogen rood van het huilen. Hoe we meteen de logeerkamer hadden klaargemaakt. Hoe Anouk alles oppakte, probeerde te helpen. En nu Nu zat ik vast in een situatie waar ik van alles dacht, maar helemaal niks zeker wist.
Nynke vroeg vaak om hulp, vertelde haar verhalen altijd tegen Anouk, maar fladderde door het huis in veel te korte broeken en strakke hemdjes. Ik dacht: ik word gek, het is mijn zusje. Tot mijn geheugen me inpeperde hoe ze als puber op mijn eerste echte vriendin afliep altijd in de buurt, giechelend, bewuste grapjes, die jaloezie van vroeger bij mijn moeder. “Maak je niet druk, het is gewoon een kind,” zei mijn moeder toen. Maar die kind is nu vijfentwintig.
De volgende ochtend was het al vroeg rumoerig in huis. Ik vertrok voor dag en dauw naar mn werk. Anouk later. Ze vond Nynke aan het fornuis, in een belachelijk kort slaapshirt, terwijl de geur van gebakken eieren het huis vulde.
“Goedemorgen! Ik heb ontbijt voor Rik gemaakt, vond-ie helemaal top!”
“Rik is al weg,” zei Anouk, moe op een stoel ploffend.
“Ik was vroeg opgestaan, dacht, dan kan hij goed eten, want jij werkt altijd laat” Ze schoof de borden op tafel. “Gewoon om wat terug te doen.”
“Dat is lief, maar ik kan heus zelf voor ontbijt zorgen.”
“Je hoeft nu niet,” zei Nynke met een kop koffie in haar hand. “Jij moet even rust nemen, Len. Volgens mij is Rik de laatste tijd trouwens niet zo vrolijk. Hebben jullie ruzie?”
“Vind je niet dat je een beetje veel bezig bent met Rik?” Anouk bleef beheerst.
Nynke fronste. “Hoe bedoel je?”
“Ontbijt maken, vragen naar zijn werk, samen willen werken…”
“Ach, gewone belangstelling. Hij hoort bij het gezin. Ik wil gewoon behulpzaam zijn. Of mag dat niet dan?”
Anouk zuchtte. “Sommige dingen kunnen vreemd overkomen.”
“Vreemd?” De stem van Nynke werd koel. “Denk je nu serieus dat?”
“Ik insinueer niks, maar wil dat je oplet.”
“Waarop? Dat ik te aardig ben? Mag ik nergens meer bij horen of zo?”
Nynke liep boos de kamer uit, smijtend met de deur. Anouk bleef achter aan tafel, starend naar de lauwe eieren. “Misschien beeld ik het me in,” dacht ze. “Misschien is het echt niks.”
Op kantoor kreeg ik tijdens de lunch een appje:
“Met Nynke gepraat. Ging niet goed.”
Ik stuurde terug:
“Zei toch dat je voorzichtig moest zijn. Nu doet zij alsof jij alles verpest.”
“Misschien is het mijn schuld…”
“Je bent te goed voor deze wereld,” tikte ik, “ze maakt daar misbruik van.”
s Avonds zat Nynke op haar kamer, harde muziek aan. Anouk klopte:
“Nynke, mag ik binnen?”
“Kom maar,” klonk het.
Ze lag chagrijnig op bed, mobiel in haar hand.
“Nynke, sorry. Was niet mijn bedoeling je te kwetsen.”
“Het voelt alsof ik altijd tweede keus ben,” antwoordde ze. “Jij alles perfect, ik altijd ernaast. Nu eindelijk iemand die naar me luistert…”
“Wie luistert er?”
“Rik. Die praat gewoon, vraagt mn mening, doet niet zo minnetjes zoals mama of jij.”
Dat voelde als een stomp, maar ik wist: ze meende het.
“Ik wil geen ruzie,” ging Nynke verder. “Je bent mijn zus.”
Dat ze samen beneden gingen koken, voelde als een wapenstilstand, niet als vrede. Ik merkte het: Nynke schoof naast me op de bank, zoekend naar aandacht.
“Rik, klopt het dat jullie zaterdag personeelsfeest hebben?” vroeg ze ineens tijdens het appen.
“Klopt. Hoe weet je dat?”
“Je had het gister met Anouk over. Mag ik als introducee mee?”
Anouk reageerde meteen: “Nynke, dat is alleen voor medewerkers.”
“Niks ervan, volgens mij mag je meenemen wie je wilt. Toch, Rik?”
Ik knikte onwennig. “In principe mag dat.”
“Leuk, gaan we met zn drieën!” riep ze blij.
Die nacht lag ik wakker. Toen wist ik het ineens: Nynke flirt helemaal niet. Ze probeert haar plek in ons leven te veroveren, haar bestaansrecht te zoeken waar het even vastloopt. En ik? Ik voelde hoe het me onbewust toch gestreeld had.
De volgende ochtend stond Anouk vroeg op. Ontbijt, tafel gedekt, alles netjes. Toen ik binnenkwam keek ik oprecht verrast.
“Netjes hoor,” zei ik met een lach. “Dank je.”
“Graag. Het was tijd om weer gewoon de vrouw des huizes te zijn,” glimlachte ze, maar ik zag de ernst. “We hebben elkaar wat laten versloffen.”
“Beetje druk allemaal de laatste tijd,” gaf ik toe.
Toen kwam Nynke naar beneden. Het ontbijt was op, kopjes schoon.
“Ik wilde helpen”
“Geen probleem, je bent te gast,” zei Anouk vriendelijk, maar beslist. “Laat mij het maar even doen.”
Die dagen nam Anouk het huishouden volledig over, regelde alles, stortte haar aandacht weer vooral op mij. En zodra Nynke zich mengde, schoof Anouk duidelijke grenzen. “Hé Nynk, zullen we zaterdag samen naar huurwoningen kijken?” stelde ze op donderdavond voor.
“Waarom zo haasten? Je zei toch dat ik mocht blijven zover nodig?”
“Dat mag, maar ik denk dat je een eigen stekje zoekt.”
“Ik vind het hier wel goed toch, Rik?” Nynke keek me voor steun aan.
“Eigen leven is wel fijn,” gaf ik voorzichtig aan. “Ooit nieuwe vrienden, misschien weer eens daten”
“Daten?” lachte Nynke cynisch. “Na mijn ex hoeft het voor mij niet meer.”
“Geloof me, het slijt,” zei Anouk zacht.
Nynke mompelde: “Jij hebt makkelijk praten, jouw leven is altijd één rechte lijn.”
Toen werd het zaterdag. Ik kocht een nieuw overhemd, Anouk een blauwe jurk, haar mooi opgestoken, subtiel opgemaakt. Nynke verscheen in rood minijurkje met hoge hakken en vuurrode lippenstift.
“Zo, wat vinden jullie?”
“Mooi, maar het is wel een bedrijfsfeest,” zei Anouk met een glimlach. “Misschien had je iets rustigers kunnen kiezen?”
“Dit ís mijn braafste.” Nynke lachte.
In het restaurant was het druk, warm, gezellig. Collegas beurden de stemming op. Marije, onze hoofd financiën, begroette me breed:
“Wat leuk, Rik! En wie is dat?”
“Mijn schoonzusje, Nynke.”
“Wat een knapperds zo samen,” lachte Marije. “Rik boft maar.”
Nynke glom en nam haar plek tussen ons in, sprong meteen in elk gesprek.
Later aan tafel, fluisterde Anouk me toe: “Wil je haar echt als collega? Moet het niet ons leven wat meer privé blijven?”
“Er is gewoon een vacature,” antwoordde ik. “Waarom niet proberen?”
“Rik, grenzen, weet je nog?”
Nynke hoorde het gefluister en riep: “Zo, jullie houden wel veel geheimen zeg.”
“We praten over werk,” antwoordde Anouk kort.
“Wat saai,” riep Nynke. “Kom Rik, dansen!”
Voor ik het wist, trok ze me de dansvloer op. Ik danste wat ongemakkelijk, Nynke lachte en hing tegen me aan, maar ik hield afstand.
Toen Marije naast Anouk kwam zitten, zei ze: “Jouw zusje is wel druk, hè? Maar jullie lijken wel familie.”
Anouk glimlachte flauwtjes.
Thuisgekomen dropte Nynke haar hakken, mompelde welterusten en verdween naar de logeerkamer. Ik ging met Anouk naar de slaapkamer. Ze draaide zich vastberaden naar me toe.
“We moeten praten.”
“Waarover?” vroeg ik, het bandje los trekkend.
“Over alles wat er gebeurt. De indringer in ons leven.”
“Anouk, dit hebben we al besproken…”
“Niet echt!” Haar stem brak. “Je vond haar aandacht alleen maar leuk! Je vond het wel spannend, hè?”
“Dat is toch niet zo”
“Jawel! Je genoot ervan! Merk je dat niet, hoe alles alleen nog maar om jou draait? Ik ben jouw vrouw! En ik wil geen drama meer!”
Ik wilde iets terugzeggen, maar ze liep al de kamer uit, hemelsbreed vol frustratie.
De volgende ochtend vond ik haar in de woonkamer, koffie in de hand, starend naar buiten.
“Heb je geslapen?” vroeg ik, maar ze knikte van niet.
Toen kwam Nynke binnen: “Ik hoorde spanning. Is alles oké?”
“Waar bemoei jij je mee?” snauwde Anouk.
Nynke keek geschrokken. “Als ik in de weg zit”
“Dat doe je,” zei Anouk, “Je leunt te veel op mijn huwelijk.”
“Wát?”
“Zeg nou eens eerlijk. Waarom doe je zo?”
Nynke bleef even stil. “Ik wil niet je man, Anouk. Ik wil ik wil eigenlijk gewoon jouw leven hebben.”
Die woorden raakten ons allemaal. Ze snikte en vervolgde: “Jij hebt wat ik mis. Een thuis, iemand die er is. Succesvol, mooi, stabiel. Ik weet niet wie ik ben als ik alleen ben. Ik wilde zo graag ergens bij horen, dat ik misschien te ver ging. Sorry.”
Anouk omarmde haar. Zo zaten ze daar, huilend, maar heel. “Mijn leven is ook niet perfect, hoor,” zei Anouk zacht. “Misschien moet je je eigen geluk zoeken.”
Nynke knikte. “Ik ga een plek voor mezelf zoeken. Echt.”
Toen ze daadwerkelijk een week later verhuisde naar een kleine studio in Utrecht, hielpen we met dozen sjouwen. Anouk kocht een nieuw beddengoed, wat servies.
Bij het vertrek zei Nynke: “Dank voor alles, en vergeef me alsjeblieft. Ik moet leren zelfstandig te zijn te ontdekken wie ik echt ben.”
Anouk glimlachte: “Dat kan jij. Meer dan je denkt.”
Wij gingen samen in relatietherapie. Het was zwaar, soms confronterend. Alles kwam op tafel; angsten, verwijten, wat we hadden genegeerd.
“Ik ben bang om vader te zijn,” zei ik. “Omdat ik nooit een goed voorbeeld had.”
En Anouk: “Ik ben bang dat ik niet genoeg ben. Daarom probeer ik zo hard de perfecte vrouw te zijn en vergeet ik mezelf.”
Langzaam leerden we weer luisteren, in plaats van verdedigen. Misschien zou niet alles opgelost raken. Maar de eerlijkheid voelde lichter.
En Nynke? Na een halfjaar belde ze enthousiast: “Rik, ik heb iemand ontmoet op yoga. Hij is niet zoals mijn ex. Echt vriendelijk en rustig!”
“Goed voor je, Nynke.”
Ze zei: “Weet je nog die ellendige tijd vorig jaar? Ik was jaloers op jou en Anouk. Nu snap ik dat je zelf moet bouwen aan je leven niet andermans geluk stelen.”
Toen ik neerlegde, keek ik naar Anouk op de bank, verdiept in een boek. Ze keek op en lachte.
“Waar denk je aan?” vroeg ze.
“Dat andermans leven altijd mooier lijkt, tot je leert waarderen wat je zelf hebt.”
Ze knikte, kwam naast me zitten. En ik realiseerde me eerlijkheid, openheid, opnieuw beginnen: dat is misschien niet perfect, maar het is wél echt. En dat, weet ik nu, is het belangrijkste.






