Jan kwam thuis, liep de keuken in en zag dat het avondeten al op tafel stond te wachten. Vreemd, waar is Maaike? dacht hij bij zichzelf. In de slaapkamer trof hij zijn vrouw zittend op de grond terwijl ze haar spullen in een tas pakte.
Ga je ergens heen? vroeg Jan.
Ik moet naar het ziekenhuis in Utrecht voor een onderzoek. Ze maken zich zorgen, zei Maaike ineens.
Wat bedoel je met zorgen? Jan fronste zijn wenkbrauwen. Heb je je bedoelt hetzelfde als waar je moeder aan overleden is?
Jan keek naar zijn vrouw en kon nauwelijks bevatten wat hij hoorde.
Dagenlang kon Jan geen rust vinden. Hij was bezig met zorgen maken om Maaike, zijn vrouw die nu onderzocht werd in de grote stad. Jan bleef achter in hun dorp in Gelderland, vol onrust en hoop op nieuws uit Utrecht.
Maaike had eigenlijk nooit ergens over geklaagd, waardoor Jan er gewoonlijk vanuit ging dat alles met haar goed was. Hun huwelijk duurde inmiddels dertig jaar, samen hadden ze twee kinderen opgevoed. Maaike hield het huis draaiende; koken, schoonmaken, alles wat erbij kwam kijken. Jan vond het vanzelfsprekend: het huishouden was geen mannenwerk.
En ondertussen werkte Maaike zelf ook gewoon, als boekhoudster op dezelfde fabriek als Jan. Thuis na het werk klaagde Jan steevast over hoe zwaar de dag was geweest, plofte op de bank en zette de televisie aan. Maaike haastte zich naar de keuken, maakte het avondeten en zette alvast de lunch voor de volgende dag klaar, deed de afwas, maakte het huis schoon, streek de was Zo hield zij het hele huishouden draaiende, dag in dag uit.
Het was altijd netjes en gezellig thuis. Er stond elke dag iets vers en lekkers op tafel. Jan hield er niet van twee dagen achter elkaar hetzelfde te eten, dus Maaike stond vaak uren in de keuken. Zij klaagde nooit, vroeg Jan nooit om hulp, en Jan stond er niet bij stil om die aan te bieden. Waarom zou hij? Dat vond hij geen mannenwerk.
Toen Maaike een dag vrij nam van haar werk om naar de huisarts te gaan, keek Jan verrast op.
Is er wat, voel je je niet lekker? vroeg hij haar.
Ik hoop van niet. Maar ik voel me de laatste tijd gewoon niet fit, antwoordde Maaike.
Misschien moet je vitamines slikken, het is tenslotte lente, stelde Jan voor.
Misschien, zei Maaike, haar schouders ophalend.
s Avonds, toen Jan thuiskwam, vertelde Maaike hem dat ze werkelijk naar de grote stad moest voor onderzoek.
Wat? Waarom? vroeg Jan verbaasd.
Ze vermoeden dat er iets mis is. Daarom kreeg ik een verwijzing naar het ziekenhuis in Utrecht.
Bedoel je Je bedoelt toch niet wat je moeder had?
Het is nog maar afwachten, probeerde Maaike hem gerust te stellen, al was ze zelf bezorgd en had ook al gehuild toen Jan er niet was. Ik heb de buskaart al, morgen om acht uur vertrek ik. Er staan nog gehaktballen en aardappels op het fornuis, en een salade op tafel. Ik pak mijn spullen en ga vroeg mijn bed in.
Heb je zelf al gegeten? vroeg Jan.
Geen trek, antwoordde Maaike terwijl ze haar tas inpakte.
Jan keek hulpeloos naar haar en zijn gedachten dwaalden af. Diezelfde tas was jaren geleden gekocht voor een vakantie aan zee, waar Maaike zo naar uitkeek. Ze had zich toen zo verheugd en nieuwe zwemkleding en een luchtig zomerjurkje gekocht. Maar Jan kreeg onverwacht overwerk aangeboden met een mooie bonus. Na wikken en wegen besloten ze niet te gaan het geld kon goed gebruikt worden voor het opknappen van de slaapkamer. Jan had gedacht dat Maaike het ermee eens was, maar die nacht hoorde hij haar huilen. Nu begreep hij pas echt waarom: ze had haar droomreis laten varen voor hem.
De jaren daarna kwam het er niet meer van, de zee werd niet genoemd, en Jan was stiekem opgelucht. Lekker thuis, op hun volkstuin in de Betuwe, daar kon je ook heerlijk ontspannen, vond hij. Groenten uit eigen tuin, vrienden op visite en barbecueën bij de rivier om de hoek wat moest je nog meer?
Nu zag Jan zijn vrouw haar spullen pakken, niet voor vakantie, maar voor een ziekenhuisbezoek. Een zwaar gevoel trok door hem heen. Die avond kreeg hij zelf ook geen hap door zijn keel en lag lang wakker, luisterend naar het zachte gesnik van Maaike. Hij wou haar troosten, haar vasthouden, maar durfde niet.
s Ochtends bracht hij haar naar de bushalte. Bij het instappen omhelsden ze elkaar, en Jan merkte dat hij haar niet wilde laten gaan. Gehuld in stilte keek hij haar na.
Alsjeblieft Maaike, alles komt goed fluisterde hij.
Hij moest de draad oppakken en naar zijn werk. Het afleiden hielp maar even, tot hij thuiskwam in het lege huis. Hij at wat van het eten dat Maaike had klaargemaakt. Daarna bladerde hij door hun fotoalbum.
Daar stonden ze, jong en verliefd na hun bruiloft. Wat was ze mooi en lief geweest! Toen ontmoetten ze elkaar op de verjaardag van een vriend Maaike was met een andere jongen, hij met een meisje. Maar toen hij Maaike zag, wist hij meteen dat het voor hem menens was. Hij had nooit gedacht dat hij het cliché liefde op het eerste gezicht ooit zou ervaren, maar het was hem toch maar mooi overkomen.
Het duurde even voor Maaike hem als partner zag, maar uiteindelijk vond ze zijn vasthoudendheid vertederend en werden ze een stel.
Nu keek Jan naar de fotos en voelde dat hij het allemaal vanzelfsprekend had gevonden. Wanneer had hij Maaike voor het laatst gezegd dat hij van haar hield? Of haar bedankt voor een lekkere maaltijd? Waarschijnlijk nooit echt, hij vond dat normaal, zo hoorde het nu eenmaal.
Eindelijk zag hij hoezeer Maaike altijd alles op zich had genomen. Wanneer hij eindelijk ziek was, zorgde zij voor fruit en kippensoep en luisterde geduldig naar zijn klachten. Maar als zij zich niet lekker voelde, slikte ze wat en ging gewoon naar haar werk.
Het idee haar kwijt te raken maakte hem bang. Die paar dagen dat Maaike in het ziekenhuis in Utrecht onderzocht werd, functioneerde hij op de automatische piloot. Ze belden elke dag, maar Maaike kon nog niets zeggen over de uitslag.
Jan verweet zichzelf dat hij zo weinig aandachtig was geweest, zo vaak egoïstisch. Als hij het kon terugdraaien
Toen, op een avond, klonk Maaikes stem opgelucht door de telefoon.
Jan, ik heb goed nieuws! Alles lijkt mee te vallen. Er zijn wel wat dingen, maar niets ernstigs.
Echt waar? riep Jan. Wat ben ik blij…
Een paar dagen later stond Jan bij de bushalte, met een bos witte lelies haar lievelingsbloemen.
Jan, had je die bloemen niet hoeven kopen! riep ze verrast. Maar jeetje, wat lief!
Ik ben zo blij dat je weer thuis bent, zei Jan, en sloeg zijn armen om haar heen. Ik hou zo veel van je… Vergeef me, Maaike.
Vergeven? Waarom, Jan?
Ik was niet altijd de beste man voor je. Ik hielp nooit mee…
Maaike glimlachte. Ach Jan…
Ik wil het anders doen vanaf nu, zei Jan vastbesloten. En ik heb nog een verrassing: onze vakantie volgende maand vieren we aan het strand!
Het strand? En de volkstuin dan?
Ach, die kan ons gestolen worden. Desnoods verkopen we hem. Groenten halen we voortaan wel op de markt.
Jan, ik herken je bijna niet terug!
Ik ben zelf ook veranderd, Maaike. Het idee jou te verliezen dat veranderde alles voor mij. Jij bent mijn grootste geluk, ik wil je koesteren, altijd!
Maaike glimlachte met tranen in haar ogen. Soms heb je een schok nodig om te beseffen wat echt belangrijk is. Kom, laten we lekker naar huis gaan. Ik hou ook van jou, Jan.
Zo besefte Jan: pas als het bijna kwijt bent, leer je echt waarderen wat je al die tijd zo dichtbij had. Koester de momenten en wees niet te laat om te laten zien dat je van iemand houdt.





