Leven onder controle
Donderdag
Amsterdam
Vandaag voelde als een nachtmerrie waaruit ik maar niet kon ontwaken. Ik stormde vanochtend het politiebureau aan de Nieuwezijds Voorburgwal binnen, recht op de balie af. Mijn handen beefdendat werd niet minder door de koffievlekken op mijn overhemd en de wallen onder mijn ogen die mij verrieden. Drie nachten amper geslapen, geen hap door de keel gekregen. Alles in mij schreeuwde paniek.
Mijn verloofde is verdwenen, riep ik, nauwelijks de adem hebbend om alle woorden uit te spreken. Ze is gewoon weg! Ze is niet op haar werk verschenen, haar vrienden weten van niets. Met haar is er iets aan de hand! Ik heb alle ziekenhuizen in de stad gebeld, niemand weet iets van een Anna van Rooijen
De agente achter de balieeen vrouw met een scherp gesneden bril, te moe om haar irritatie te verhullenlegde haar pen neer. Haar bureau was een chaos van mappen, ontvangstbewijzen en formulieren. Ze begon monotone te tikken met haar pen, wat mijn zenuwen alleen maar aanscherpte.
Hoe lang is ze al vermist? vroeg ze, op vlakke toon, bijna alsof mijn zorgen haar niet konden raken. Hoe vaak zal ze vandaag al zulke verhalen gehoord hebben? Mensen die in paniek zijn omdat hun geliefden niet opnemen, terwijl die alleen maar een weekendje naar Scheveningen zijn vertrokken zonder hun mobiel op te laden.
Drie dagen, zei ik hees, plukkend aan het elastiekje om mijn polsiets wat Anna ooit had aangeraden tegen paniek. Even werkte het, mijn hoofd werd helderder. Mijn hart bonkte nog steeds als een gek, terwijl het zweet van mijn handen droop, maar ik dwong mezelf tot kalmte.
Ik heb echt overal gezocht Anna zou nooit zomaar haar werk laten zitten! Ze is juf bij een peuterspeelzaal en die kinderen betekenen alles voor haar. Volgende week is de afscheidsmusical van haar groepjedat zou ze nóóit laten schieten! We waren notabene bezig met onze trouwplannen, zouden deze week aangifte doen. Dit klopt gewoon niet. Anna zou mij nooit zomaar in het ongewisse laten.
Dat leek de agente te raken; ze richtte zich iets op, haar blik werd scherper. Haar eerdere onverschilligheid maakte plaats voor serieuze aandacht. Misschien kon ze mij horen in mijn wanhoop, iets echts tussen mijn bibberende woorden.
Ik snap het, knikte ze langzaam. En haar familie, heeft u die gesproken?
Annas moeder woont in Groningen, ik heb haar een paar keer ontmoet Ik liet mij op een stoel zakken. Mijn hoofd in mijn handen, bonzend bloed in mijn slapen, leegte in mijn borst die mijn adem afkneep. Annas moeder zei dat Anna al weken niet had gebeld. Ze zijn niet bepaald close, beetje ruzie jaren terug, maar waaromik heb er Anna nooit over kunnen laten uitweiden.
Ik herinner me nog goed hoe ik dat probeerde, keer op keer. Eerst voorzichtig, daarna directer, soms zelfs lichtelijk gekwetst als ze haar mond op slot hield. Anna zei dan enkel dat het haar zaak was, tussen haar en haar moeder. Dat voelde onredelijk; waarom deelde ze het niet met mij? Hoorde dat niet zo te zijn als je voor elkaar kiest?
Ik dacht altijd dat het zorg wasdat ik haar wilde beschermen, dat het mijn taak was haar in de gaten te houden. Nu komt een vervelende vraag opborrelen: was ik te opdringerig? Had ik haar gewoon wat meer moeten vertrouwen? Maar dat kan nu niet schelen; ik wil alleen maar Anna terugvinden.
Ik keek weer op naar de agente, mijn blik vastbesloten.
Weet je zeker dat je haar niet teveel beschermt? had Sander, een collega, laatst tegen me gezegd toen ik alweer voor de vijfde keer die dag Anna probeerde te bellen. Mn vriendin zou compleet doorslaan van al dat controleren, lachte hij schamper.
Ik werd rood, maar probeerde het te maskeren. Anna weet waarom ik om haar geef. Ze is een dromer, vergeetachtig. Zonder mij zou ze zomaar ergens tegenaan lopen, letterlijk en figuurlijk. Ze heeft iemand nodig die oplet.
Sander lachte zacht, maar liet het rusten. Hij vond het volgens mij onzin, maar zich er verder mee bemoeien deed hij niet.
Terug in het bureau. U kunt zich melden in kamer vijf. U kunt daar alles vertellen over uw verloofde, zei de agente plots.
Ik knikte en liep naar het kamertje. Daar heb ik alles verteld: van Annas baan in de kinderopvang tot haar blauwe leren tas die ze altijd meenam als ze lang wegbleef. Ik somde haar kleding op, haar gewoontes, haar wandelingen door het Vondelpark, zelfs haar favoriete gerechten. De agent schreef ijverig alles op, zijn verbazing was voelbaar: zo veel weet zelfs een moeder zelden van haar volwassen dochter.
Was ik misschien te controlerend? Ik wist alles over Anna. Waar ze ging, met wie ze sprak, wat ze dacht Ik hield altijd de touwtjes strak vast. Sommige mensen noemen dat liefde. Nu voelt het vooral wanhopig.
Uiteindelijk kreeg de agent op een gegeven moment wat stalen in zijn blik, alsof er tussen mijn woorden ook iets anders viel te proeven, iets dat onderzocht diende te worden. Maar hun zoektocht ging van start: buren ondervragen, beelden van haar flat aan de Amstel terugkijken, haar collegas bellen
***
Na het politiebureau ging ik meteen door naar Meike, Annas beste vriendin. Meike woont in een oud appartement in een buitenwijk van Haarlem. Met elke stap voelde ik de adrenaline stijgen, hoop en vrees vochten om voorrang. Mijn vingers knepen zich steeds tot vuist. Ik wilde gewoon antwoorden.
Meike deed open. Plattelands, ongecompliceerd, altijd vriendelijkprecies het soort vriendin waar ik me niet aan stoorde. Intelligente, te scherpe vriendinnen vond ik altijd gevaarlijk; zij proberen altijd invloed uit te oefenen op mensen zoals Anna. Gelukkig heeft Meike geen bijbedoelingen. Ze leek verrast mij te zien.
Heeft Anna jou nog gebeld? vroeg ik ongeduldig.
Nee, hoezo? Is er iets?
Ik stoof op. Nu was haar nuchterheid vooral ergernis.
Jullie zijn toch beste vriendinnen? Je lijkt niet erg ongerust dat Anna al dagen niks van zich laat horen. Ik heb haar als vermist opgegeven! siste ik uit puur ongeduld. Wanneer heb je haar voor het laatst gesproken?
Eh een week of acht geleden volgens mij, mompelde Meike nerveus. De laatste tijd spreek ik haar niet vaak. Ik ben zelf net verloofd. En eerlijk gezegd vind ik haar wat te knap. Mijn aanstaande mag best een beetje jaloers zijn, dus ik hou haar een beetje op afstand.
Ik greep een moment mijn hoofd, niet gelovend wat ik hoorde. Zonder groeten draaide ik me om en verdween boos naar buiten. Waar was Anna dan al die tijd wel?
Wat ik niet zag: Meike, glimlachje rond haar lippen, typte direct een bericht op haar telefoonadres geëindigd op 06en stak die daarna haastig weg. In haar ogen blonk iets sluws op: alsof ze net een cruciale pion had verzet in een groter spel.
***
Thuis rende ik de trap op, botste bijna tegen buurvrouw Jansen, die net haar deur uitstak. Ze hield me verwijtend tegen, mopperde terwijl ik haar negeerde en de voordeur dichtde. Beneden op het bankje buiten zaten haar vriendinnen al te wachten op het volgende roddelrondje. Zie je wel, die jongen is helemaal van slag. Rent zomaar tegen me op en geen sorry, niks! bulderde ze, breed uitgemeten voor het avondeten.
Ik sjeesde ondertussen als een dolle door mijn huis. Ik was woedendhad Anna gelogen? Ze zei immers altijd nog wekelijks bij Meike over de vloer te komen. Waar ging ze dan naartoe? Wie ontmoette zij als ik niet keek? Ze dééd toch niets buiten mij om?
Ik besliste altijd alles: haar kleding, haar kapsel, haar werk zelfs. Ik vond dat ze leidster moest worden in een dure kinderopvang; Anna stemde toe, maar ik wist stiekem dat ze die elitekinderen niet uit kon staan. Maar luisteren deed ik niet. Ik dacht dat ik wist wat het beste was.
Net een marionet was ze soms. Altijd lief, altijd gehoorzaam. Tot nu toe. Nu had ze gelogen, iets verborgen, misschien zelfs een dubbel leven gehad. Dat brandt.
Wacht maar, Anna! Zodra de politie haar vindt, zal ik uitzoeken wat er aan de hand is. Ze zal nooit meer iets kunnen verbergen! Met die gedachten liep ik uren als een opgefokte tijger heen en weer in mijn woonkamer, plannen makend om elke mogelijke optie te controleren.
***
Vrijdagochtend
De telefoon ging, net toen ik na uren liggen piekeren eindelijk in slaap was gevallen.
Meneer de Vries? U spreekt met de politie Amsterdam.
Ik schoot meteen rechtop. Hart in mijn keel, zweet in mijn handen. Zouden ze haar gevonden hebben? Ik stelde me voor dat ik haar vond, vol spijt, misschien wel huilend dat ze zo dom was geweest. Dan kon ik haar uitleggen hoezeer ze me nodig had.
Heeft u Anna gevonden? Waar is ze? Ik kom NU meteen!
Rustig aan, zei de politieman koel. Alsof hij het weerbericht voorlas. We hebben contact gehad met Anna van Rooijen. Ze heeft zelf contact gezocht, nadat ze hoorde dat er naar haar werd gezocht. Ze maakt het goed, en dat is alles wat ik mag zeggen.
Wat? Wacht even, waar is ze dan? Ik moet haar spreken! Ze is mijn verloofde! Ik schreeuwde bijna in paniek.
Anna geeft nadrukkelijk aan dat ze niet wil dat we enige informatie met u delen. Ze ziet zichzelf niet als uw verloofde, sterker nog, ze overweegt aangifte te doen.
Het deed pijn, die woorden. Mijn hele lichaam verstijfde. Mijn hoofd tolde. Anna wilde mij niet meer zien? Ze had ons opgegeven? Zelfs aangifte dreigen doen?
Wat heb ik dan in godsnaam misdaan?
De agent zuchtte. Mevrouw van Rooijen voelt zich door u achtervolgdgecontroleerd. Mijn advies: laat het los. Ze is nu in gezelschap van een bekende advocaat, met privéchauffeur en bewaking. Ze heeft duidelijk mensen rondom zich verzameld. Laat het hierbij.
Het voelde als een klap in mijn gezicht. Woest schopte ik tegen een stoel, een vaas ging aan diggelen, een foto viel van de muur. Ik stormde razend door het huis, nog niet wetend of ik wilde huilen of alles kort en klein slaan. De grond leek onder mijn voeten weg te zakken. Anna had een vangnet gevondenéén die sterker was dan mijn grip.
Wat nu? De filmpjes speelden zich af in mijn hoofd. Boosheid, verdriet. Alles tegelijk.
Toen ging de bel.
Ik schrok, alles stond strak. In het kijkgaatje zag ik Anouk, collega van Anna van de crèche. Ze stond te schuifelen, bleek, blonde paardenstaart, nerveus friemelend aan haar tas.
Ik hoorde van de verdwijning… begon ze bijna fluisterend. Ik wilde je laten weten dat ik meeleef. Iedereen weet hoeveel jij van Anna houdt. Dus ik dachtmisschien wil je even niet alleen zijn.
Even voelde ik een soort verse acceptatie komen. Er zat zachtheid in haar woorden die me alvast een beetje tot rust bracht.
Kom binnen, zei ik, warme glimlach imiterend. Er speelde ondertussen een strijd in mijn binnenste: leegte na Annas vertrek, maar ook opluchting om Anouks aanwezigheid. Ze is anders dan Annavoorzichtiger, minder eigenzinnig, makkelijker, misschien
Ze ging voorzichtig op het puntje van de bank zitten. Wil je thee of koffie? vroeg ik, gehaast. Thee graag, met citroen, als je hebt.
Ik schonk thee in, sneed een citroentjedingen om mijn handen bezig te houden. Anouk hield haar mok met twee handen vast, haar blik ontwijkend, zacht, geruststellend. Ze straalde iets uit wat Anna nooit deed: totale afhankelijkheid, een soort passiviteit waar ik eigenlijk altijd naar verlangde.
Wat knap dat je zo vastberaden door blijft zoeken, zei ze zacht. Ik zou dat nooit durven, zo sterk zijn. Het bewonder ik in je.
Was dit wat ik zocht? Controle. Iemand die accepteert dat ik alles regel. Misschien kan ik met Anouk opnieuw beginnen, haar in mijn leven laten zoals ik dat wil.
Want zo werkt het: alles onder controle houdendat voelt veilig. Altijd alles weten, beslissen, sturen. Dat is de manier waarop ik leef. En morgen, morgen zien we wel verderTerwijl ik haar het theekopje aanreikte, keek Anouk me aan met die zachte, onderdanige blik. Er trok een rust over me heen die bijna onnatuurlijk voelde. Ze glimlachte, onzeker, wachtend tot ik het gesprek leidde. Precies zoals het hoort.
Maak je geen zorgen, Anouk, zei ik zacht. Ik zorg voortaan wel dat alles goed komt. Zelfs mijn stem klonk rustiger dan ik me voelde.
Buiten kleurde de lucht langzaam donker. De stilte tussen ons was geladen, niet ongemakkelijk maar vol mogelijkheden als een pas geprimed schilderdoek, nog onbeschreven.
Mijn telefoon lichtte even op: een onbekend nummer, een kort bericht.
Houd afstand. Anna is veilig.
Ik liet het scherm zakken, stopte het toestel in mijn zak zonder te antwoorden. Ik had niets meer te zeggen. Iemand anders waakte nu over Anna of ze dat wilde of niet, het hoofdstuk was gesloten.
Anouk keek hunkerend naar me op, een schaduw van medelijden onder haar wimpers. Mijn gedachten dwaalden voor het eerst niet naar Anna, maar naar de toekomst een toekomst waarin ik zeker wist dat ik niet opnieuw zou verliezen. Ik zag mezelf koffie voor Anouk zetten, haar sjaal uitzoeken, haar kalmeren als ze onrustig werd. Alles op mijn manier.
Met één hand gaf ik haar vluchtig een kneepje in haar arm. Ze glimlachte dankbaar, en dat kleine gebaar voelde plots als een belofte. Buiten vielen de eerste druppels regen tegen de ruiten; de stad viel langzaam stil, in de veilige omhelzing van de nacht.
Misschien is het geen liefde. Maar het is in elk geval controle. En deze keer zou niemand het me nog afnemen.






